Grens van het isolement

Is isolement in de Europese Unie een doodzonde? Volgens columnist Bas Heijne (in NRC Handelsblad van 17 maart) staat een anti-Nederlands Europa tegenover een anti-Europees Nederland. Europa zou „gefrustreerd” zijn over Nederland.

Hoezo? Landen hebben geregeld een uitzonderingspositie. De Zweden wilden de euro niet. De Denen wilden het Europees immigratiebeleid niet. De Britten willen hun geld terug. De Spanjaarden schenden het nieuwe begrotingspact. De Polen blokkeren een streng CO2-beleid. De Fransen willen niets wat hun niet aanstaat. De Ieren grijpen referenda aan om nee te zeggen.

Isolement is een relatief begrip. Het is niet „anti-Europees”. Dit etiket wordt geplakt op iedereen die afwijkt van het Europese federalisme, dat een ‘Verenigde Staten van Europa’ nastreeft. Europees federalisme is niets anders dan politiek centralisme met machtsconcentratie in Brussel. Europese federalisten negeren de grenzen van hun bureaucratische planning en willen altijd meer van hetzelfde. Hun constructiefouten trekken intussen het hele bouwwerk scheef. Griekenland hoorde niet in de eurozone, maar moet erin blijven, om ideologische redenen. Het Europese immigratiebeleid veroorzaakt politieke en sociale spanningen in lidstaten. De Europese elite is oostindisch doof. De orthodoxie van de ever closer Union prevaleert.

Dwarsliggers zijn daarom nodig. Grote landen kunnen vaker dwarsliggen dan kleine. Kleine kunnen het niet té vaak. Het is een kwestie van thema en timing. Zo spreekt minister De Jager (Financiën, CDA) zich uit tegen de invoering van een financiële transactietaks, omdat hiermee de financiële sector vertrekt uit Europa. Binnen de EU heeft hij steun van het Verenigd Koninkrijk. Daarom vinden de voorstanders, Frankrijk en Duitsland, dat deze taks desnoods moet worden ingevoerd in de eurozone. Dit is nog dommer. De financiële sectoren van Amsterdam en Frankfurt wijken dan uit naar de City in Londen. Binnen de eurozone kan Nederland wellicht rekenen op Malta en Cyprus. Hoe lang houden deze landen hun verzet vol als Berlijn en Parijs de pressurecooker inzetten? Nederland staat dan alleen – premier Rutte tegenover de twee groten.

Nederland blokkeert tot dusver de uitbreiding van de Schengenzone met Roemenië en Bulgarije. Beide landen zijn in 2007 toegetreden tot de EU. Dat was eigenlijk te vroeg. Ze waren er niet klaar voor, maar deze vaststelling was in Brussel taboe. De vraag of Bulgarije en Roemenië nu wél klaar zijn voor Schengen is gerechtvaardigd, temeer omdat Griekenland al een gapend gat is in het Schengensysteem. In Brussel wordt dit nee steeds moeilijker houdbaar. De Roemeense premier wil een speciale Europese Top „over xenofobie”. Hij bedoelt ‘over Nederland’.

Nederland is ook tegen euro-obligaties, samen met enkele andere landen, waaronder Duitsland. Nederland vindt dat de EU-begroting voor de periode 2014-2020 beperkt moet blijven tot 1 procent van het bruto nationaal product van de EU. Dit vinden andere nettobetalende landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, ook. Nederland is tegen harmonisering van het tarief en de grondslag van de vennootschapsbelasting. Dit laatste kan Nederland 1,65 procent van het bnp aan belastinginkomsten kosten, aldus een simulatiestudie van het Centraal Planbureau (CPB). Nederland blokkeert het politiek centralisme vanuit weloverwogen economische en financiële overwegingen.

Maar er is een grens aan het isolement. Nederland heeft deze bereikt. Doorgaans wordt een ministerie van Buitenlands Zaken als eerste nerveus. Isolement is onaangenaam in het diplomatenverkeer. De meeste Nederlandse Europarlementariërs houden evenmin van isolement. Ze verlangen naar het bubbelbad van de consensus. De Jager is tegen de financiële transactietaks, maar Europarlementariërs van het CDA stemmen voor resoluties die deze bepleiten. Ze stemmen ook voor een hogere EU-begroting en een geharmoniseerde grondslag voor de vennootschapsbelasting.

Het Europees Parlement vindt dat de Europese vlag bij sportevenementen moet wapperen naast de vlag van een lidstaat. Rutte vindt dit „onzinnig”. Staatssecretaris Knapen (Europese Zaken, CDA) vindt het „overbodig”. In Brussel stemden de VVD en het CDA voor. In Den Haag zegt men A; in Brussel stemt men B.

Het PVV-meldpunt voor klachten over Midden- en Oost-Europeanen komt bijzonder ongelegen voor de geprofileerde Nederlandse posities. Europese federalisten grijpen het aan om Nederland op hoofddossiers te dwingen tot een ja.

Heijne verwijst naar de filippica van voorzitter Guy Verhofstadt van de Europese liberalen. Deze zelfbenoemde goeroe van het wereldgeweten predikt niet met een schone lei. Vorig jaar bekritiseerde hij de Franse president Sarkozy voor het uitzetten van Roma, waar Verhofstadt als premier Roma vanuit Gent liet deporteren naar Slowakije. Verhofstadt ziet het Europees Parlement als een volksgericht om regeringsleiders op het matje te roepen omdat ze niet ‘pro-Europees’ genoeg zijn. Zijn filippica trof ook de Hongaarse premier Orbán, wegens diens pogingen de pers te muilkorven, hoewel er geen Belgische politicus is geweest die zo vaak het ontslag van journalisten eiste als Guy Verhofstadt. Merkwaardigerwijs beschuldigt hij zittende premiers van alles wat hij zelf heeft misdaan. Op zijn lijst is (medeliberaal) Rutte de volgende Prügelknabe.

Het meldpunt geeft scherprechters van het Europees centralisme munitie en manoeuvreert Nederland nodeloos in het politiek defensief. Het thema en de timing kunnen niet slechter. Hoe eerder premier Rutte de bal het stadion uitschopt, hoe beter.