Er was niets mis met de

Deze week, bijna honderd jaar na de ondergang van de Titanic, gaat in Belfast het Titanic Museum open. Pas nu durft de Ierse stad te vieren dat het kolossale schip hier te water ging.

The three steam-powered propellers of the RMS Titanic in dry dock are shown in a undated photograph released to the press on Jan. 21, 2010. Built in Belfast by the Harland & Wolff shipyard, the Titanic was intended to be the largest, most luxurious and safest ship in the world. Source: Titanic: The Artifacts Exhibition via Bloomberg EDITOR'S NOTE: NO SALES. EDITORIAL USE ONLY. Via Bloomberg

Correspondent Verenigd Koninkrijk & Ierland

‘She was fine when she left here.” Met gepaste trots zal iedere inwoner van het Noord-Ierse Belfast je dat willen vertellen. Want toen de Titanic op 2 april 1912 de haven van Belfast verliet, was er niets mis mee. Twaalf dagen later, op haar maidentrip van Southampton naar New York, raakte ze een ijsberg en zonk.

Lange tijd schaamde Belfast zich ervoor dat de Titanic hier was gebouwd. Terwijl de rest van de wereld gefascineerd bleef door het noodlottige verhaal van het kolossale schip, zweeg men. Hoe vier je uitzonderlijk vakmanschap als dat synoniem is geworden met de grootste scheepsramp uit de geschiedenis?

Maar tijd heelt alle wonden. Eind deze week, op tijd voor de honderdjarige herdenking van de ramp, opent Titanic Belfast, een interactief museum over de geschiedenis van het schip. Het moet het geweld tussen katholieken en protestanten van de afgelopen decennia doen vergeten, en Noord-Ierland op de kaart zetten als een mooie toeristische bestemming.

Belfast was een snelgroeiende industrie- en havenstad toen de Britse rederij White Star in 1909 opdracht gaf tot de bouw van de Titanic. Die opdracht ging naar Harland & Wolff, de grootste en meest vooruitstrevende scheepswerf ter wereld. Om de Titanic en haar zusterschip Olympic (1910) te kunnen bouwen, werden er torenhoge kranen neergezet en nieuwe schrijnwerkerijen en een droogdok gebouwd. De werf had bijna 11.000 werknemers, 4.500 bouwden aan de Titanic.

Ze waren trots op hun schip. „Ze is ons vlees en bloed”, schreef een stadsdichter. En ontwerper Thomas Andrews noemde de Titanic „mijn baby”: „Zo perfect als het menselijk brein haar heeft kunnen maken.”

De SS 400 (Olympic) en de verbeterde versie SS 401 (Titanic) lagen naast elkaar in het droogdok. Ze waren met hun bijna 32 meter hoogte van kiel tot brug kolossaal, en ze waren technische hoogstandjes door het gebruik van onder meer staal en drie schroeven. Elegant ontworpen passagiersschepen waren het, die emigranten naar de nieuwe wereld zouden brengen, en tegelijkertijd drijvende hotels waarmee welgestelde Britten en Amerikanen in alle luxe zouden kunnen reizen. En bovenal: de Titanic, de Olympic en de latere Gigantic (1914) zouden veilig zijn.

Bij de doop noteerde een plaatselijk dagblad: „De Titanic, het grootste schip ter wereld, dreef trots op het water, een monument voor het ondernemerschap van haar eigenaren en de vernuftigheid en vaardigheden van het voortreffelijke bedrijf dat hem heeft gebouwd (..). Deze laatste triomf van de kunst van de scheepsbouwer vertrekt met de beste wensen van de burgers van Belfast.”

En toen was er in de nacht van 14 april 1912 om 11.40 uur die ijsberg.

Het schip dat niet kon zinken, zonk in twee uur en veertig minuten. 713 passagiers overleefden de ramp, 1.514 mensen kwamen om doordat er te weinig reddingsboten waren.

Belfast schaamde zich. De scheepsbouw ging tot eind jaren zeventig door – de grote gele portaalkranen Samson en Goliath van Harland & Wollf steken nog altijd boven de wijk Short Strand uit. De werf bouwt nu windturbines.

‘Titanic’ „werd een verboden woord”, vertelt Susie Millar. Haar overgrootvader Thomas was machinebouwer en een van de acht werknemers die mee mochten op de maidentrip. Hij kwam om. Susie Millar is secretaris van de Belfast Titanic Society en geeft rondleidingen. „Toen hij zonk, was de stad in shock. Ook toen ik jong was, was de Titanic nog taboe. Het bracht ongeluk om erover te praten.” Haar opa Ruddick was een van de weinigen die over de Titanic sprak. Hij was vijf toen hij zijn vader uitzwaaide, zijn broer elf. De twee jongens kregen elk twee pennies „met de instructie dat ze die pas mochten uitgeven als hij weer terug was. Mijn grootvader heeft ze altijd bewaard. Nu heb ik ze.”

Pas in 1985 veranderde er iets in Belfast, vertelt Millar. Toen vond Robert Ballard het wrak van de Titanic. Het bleek dat elk cruiseschip zou zijn gezonken door de schade die de ijsberg had aangebracht. „Het was de ijsberg die de Titanic liet zinken, niet het werk van de scheepsbouwers.”

Tien jaar later maakte James Cameron zijn romantische film Titanic, met Kate Winslet en Leonardo DiCaprio. De belangstelling voor Belfast kwam op gang en de eerste Titanic-toeristen vonden hun weg. „Langzaam ondekten we weer dat we trots mochten zijn”, zegt Millar. Het nieuwe museum is een logisch gevolg. „Wat er met de Titanic gebeurde, was een ramp. Maar de Titanic zelf was dat niet”, zegt Tim Husbands, directeur van Titanic Belfast. „Het schip is een symbool voor een tijd van ambitie en hoop op betere tijden.”

Indrukwekkend groot staat het gebouw, ontworpen door CivicArts en Eric R.Kuhne, precies op de plek waar de Titanic werd gebouwd. De aluminium voorgevel doet denken aan golven en aan de boeg van de Titanic. Binnen laten stalen constructies zien hoe hoog het schip was. Maar zodra het over de ramp gaat, worden de ruimtes kleiner en intiemer. „We wilden een duidelijke balans aanbrengen tussen de trots op dit staaltje vakmanschap en de menselijke inspanning, en het verlies van duizenden levens”, vertelt Husbands. „De wereld herdenkt een ramp, maar wij zijn de enigen die de Titanic kunnen vieren.”

Daar is het museum – door de marketingafdeling consequent een ‘experience’ genoemd en vooral géén museum – zeker in geslaagd. Bijzonder is meteen de ruimte waar de doop van de Titanic wordt getoond. Een filmpje uit 1911 laat zien hoe het kolossale schip in 62 seconden het water in glijdt, onder gejuich van de toeschouwers. Als bezoeker sta je op precies dezelfde plek als de filmer van toen, ter hoogte van het bovendek, met uitzicht op het Victoria-kanaal. Ver beneden ruimen werklui de laatste bouwrommel op.

Net zo imposant is zaal 6. De ruimte is pikzwart en het is er zo koud als het op 14 april 1912 moet zijn geweest. Op de achtergrond klinkt alleen • • • — — — • • • (S.O.S.) en — • — • — — • — — • • (C.Q.D) . Het is een geluidsdecor met de morseseinen die marconist Jack Philips in die fatale nacht uitzond. Het noodsein S.O.S. werd door de Titanic voor het eerst gebruikt, afgewisseld met het gebruikelijke noodsein C.Q.D (securité (cq) distress). Het zorgt voor kippenvel dat zelfs de verhalen van de overlevenden, in de volgende zaal, doet verbleken. Ook indrukwekkend is zaal 9, over de vondst van het wrak. Door de inzet van eenfilm lijkt het of je als bezoeker boven het echte wrak staat, terwijl je onderwatergeluiden hoort.

Titanic Belfast moet voor Belfast doen wat het Guggenheim voor Bilbao deed. De Baskische havenstad wordt vaak genoemd door de pr-afdeling van het museum. Ook Bilbao leed onder terreur en een zieltogende scheepsindustrie, maar werd door de komst van het museum voor moderne kunst een ideale weekendbestemming.

Het is de reden dat de gemeente en de Noord-Ierse regering bijdroegen aan de 120 miljoen euro die Titanic Belfast heeft gekost. En dat het toeristenbureau er alles aan doet om uit te leggen dat 2012 is „wat we nodig hebben, dit zou de ommekeer voor Belfast kunnen zijn”, zegt de directeur. Het museum hoopt op jaarlijks 425.000 bezoekers. Die moeten vooral uit het buitenland komen (Noord-Ierland heeft zelf slechts 1,8 miljoen inwoners).

In de strijd om aandacht en geld concurreert Belfast met een handvol andere Titanic-steden. In het Engelse Southampton, waar de reis van de Titanic begon, gaat het nieuwe Sea City-museum open. In het Ierse Cobh is de laatste aanlegsteiger te bekijken. En ook in de VS zijn er tentoonstellingen.

Maar de belangstelling is nu al groot, zegt Claire Bradshaw, marketingdirecteur van Titanic Belfast. In de voorverkoop zijn al 80.000 kaarten (à 16 euro) verkocht. Tachtig bruidsparen hebben de balzaal – met een kitscherige replica van de trap uit de Titanic – geboekt. Bang dat de aandacht verslapt na dit herdenkingsjaar is ze niet: „Al honderd jaar is men gefascineerd door de Titanic. Dit is onze tijd om te laten zien waar Belfast voor staat. Dit is onze Eiffeltoren.”

Titanic Belfast. Queen’s Island, Belfast. Vanaf 30 maart, dagelijks 9 -19u. Info: titanicbelfast.com