‘En dan krijg je ineens het verwijt: familiebedrijf. Onzin’

Peter Noordanus en Susan Baart zouden als commissarissen hebben zitten slapen, terwijl woningcorporatie Vestia voor miljarden met derivaten gokte, en verloor. „De maatvoering was, zacht uitgedrukt, niet goed.”

Susan Baart en Peter Noordanus ergeren zich aan de kritiek die ze krijgen op hun betrokkenheid bij de in opspraak geraakte woningcorporatie Vestia. Foto Merlin Daleman

De burgemeester van Tilburg belt zelf op. Peter Noordanus ergert zich aan alle kritiek op hem en zijn vrouw, Susan Baart, in het schandaal rond woningcorporatie Vestia. Zeker omdat het onzin is, zegt de burgemeester.

Ze zouden als commissarissen hebben zitten slapen, terwijl Vestia voor miljarden met renteverzekeringen (derivaten) gokte en verloor. Ze zouden bevriend zijn met oud-bestuursvoorzitter Erik Staal, diens riante salaris hebben goedgekeurd en hem hebben laten vertrekken naar Bonaire met 3,5 miljoen euro. Noordanus zou zijn commissariaat (2001-2003) aan zijn vrouw (2010 - heden) hebben doorgegeven.

Zo is het allemaal niet, zegt Noordanus. Hij wil zich verdedigen. Aan de keukentafel van hun huis in Tilburg doet hij samen met Baart hun verhaal. Zij is op verzoek van de krant aangeschoven – al hebben de commissarissen eigenlijk een mediastilte afgesproken zolang het forensisch onderzoek loopt.

De fotograaf mag het huis verkennen voor een geschikte plek. „Ik wil geen glamourfoto van een paar rijke stinkerds in een villa in Tilburg”, zegt Baart – even weer de PvdA-voorlichter die ze jaren in de Tweede Kamer was.

Hij: „Ik vind de grote hoeveelheid feitenvrije journalistiek te bizar voor woorden. Een dikke tien jaar geleden heb ik het salaris van Erik Staal on hold gezet, omdat ik het te hoog vond. Zéven jaar nadat ik ben weggegaan, meldt Susan zich keurig via een sollicitatie in de krant. En dan krijg je het verwijt: familiebedrijf.”

Zij: „Het gaat allemaal heel ver. Bij EenVandaag noemen ze één voor één alle commissarissen en vertellen ze wat ze doen of gedaan hebben. Dan komt er een fotootje van mij en staat erbij: vrouw van de burgemeester. Alsof ik zelf niet een mooie loopbaan heb gehad.”

Hij: „En met een prentje van ons samen op de fiets.”

Zij: „Ja, en dan gaan mensen ons ook nog bellen dat ze het zo’n leuke foto vonden. Dan moet ik wel vloeken.”

Heeft u niet zitten slapen?

Hij: „Tien jaar geleden liep Vestia als een zonnetje. Ik werd commissaris en zag het salaris van Staal. Dat vond ik fors. Hij was uit het groeipad gegroeid dat hij in 1998 met mijn voorganger had afgesproken en vroeg om meer. Daar had ik geen zin in en dat vond hij niet leuk. Dus heb ik voorgesteld zijn salaris te laten vergelijken door een adviesbureau, Hay. Conclusie: Staal zit hoog in de boom. Dus ik stelde voor om het daarbij te houden en hem alleen dezelfde verhoging te geven als in de CAO Woonbedrijven. Achteraf kun je zeggen dat dat geen heldendaad was, maar het was wel verstandig om hem on hold te zetten.”

Lag de pensioenregeling waarmee Staal nu met 3,5 miljoen euro is vertrokken, toen ook al vast ?

Hij: „Die afspraken stamden al uit de vroege jaren negentig. Daar heb ik niet over onderhandeld, want hij had het recht daarop al verkregen.”

Had u als PvdA-politicus niet moeten aandringen op verlaging van zijn salaris?

Hij: „Die discussie had je kunnen voeren. Zeker achteraf gezien met alle discussies over de corporatiesector. Maar we wilden destijds Staal echt behouden voor het bedrijf dat goed liep en net door fusies in omvang was verdubbeld. Overigens heb ik wel een andere, veel wezenlijker fout gemaakt. Vestia heeft al die jaren een eenhoofdig bestuur gehad. Een van de argumenten voor Staals hoge salaris was dat we beter één goede en dure kracht konden nemen, dan een groter bestuur dat meer zou kosten. Dat was niet goed. Ik had moeten beseffen dat je binnen een bedrijf altijd tegenspraak moet organiseren.”

U geldt als vrienden van Erik Staal. Is het dan verstandig om commissaris bij Vestia te worden?

Hij: „Als je lang met elkaar samenwerkt en elkaar waardeert, dan word je bondgenoten. We hadden veel respect voor elkaar, we wilden in de jaren negentig samen Den Haag verbouwen. Ik als wethouder, hij als corporatiebestuurder. Dat creëert een lotsverbondenheid.”

Dus u kwam niet bij elkaar over de vloer, ging niet samen naar het theater of naar het voetbal?

Zij: „We zagen elkaar misschien een of twee per jaar.”

Hij: „We waren gewoon twee workaholics met dezelfde ambitie. Vriendschap klinkt in dit verband zo ranzig, alsof je elke dag bij elkaar op de canapé zit. Daar was geen sprake van. Maar ik laat hem ook niet zakken. Hij heeft alleen een forse fout gemaakt met die derivaten. Dat is hartstikke tragisch voor hem, voor het bedrijf, voor de steden en voor de huurders die er de dupe van worden.”

Erik Staal wilde u graag hebben als commissaris, toch?

Zij: „Ik zag in 2010 een advertentie in de Volkskrant van de huurdersvereniging en heb enthousiast gereageerd. Misschien onbesuisd, maar ik vond dat ik me daarvoor kwalificeerde qua werkervaring. De huurders hebben me uitgenodigd voor een gesprek en mij en iemand anders voorgedragen aan de raad van commissarissen. Die heeft vervolgens, samen met Erik Staal, voor mij gekozen. Ik denk niet dat hij het vervelend vond dat ik het werd. Toen ik me in de Haagse gemeenteraad bezighield met volkshuisvesting, en hij directeur was van het gemeentelijk woningbedrijf, heeft hij me aan het werk gezien. Ze zochten ook een vrouwelijke commissaris.”

U heet Baart. U heet Noordanus. Klopt het dat de huurdersvereniging niet wist dat u met elkaar was getrouwd?

Zij: „Dat heb ik ze niet gevraagd. Zij ook niet aan mij. Het was ook geen onderdeel van de profielschets: met wie ik ben getrouwd. Maar ik sluit niet uit dat ze het wisten. Wij zijn een bekend echtpaar in Den Haag. Een aantal leden van die huurdersvereniging kende mij al als raadslid.”

Maar u heeft het ze ook niet verteld?

Zij: „Nee, want het doet er niet toe. Peter, hebben ze jou in Tilburg gevraagd of je met mij was getrouwd?”

Hij: „Nee. Ik vind dit werkelijk bijna absurdistisch. Susan is altijd met haar eigen loopbaan beziggeweest, ik ben al blij dat ze zich in Tilburg als burgemeestersvrouw heeft gemeld. Om in 2012 deze discussie te voeren...”

In 2010 constateerden de commissarissen zelf in het jaarverslag dat ze te weinig van financiën wisten. U wel?

Zij: „In de orkaan die op ons af kwam, was zelfs iemand als Gerrit Zalm niet voldoende toegerust geweest. Maar je leert snel en de raad werd in 2011 versterkt met een commissaris met veel financiële kennis, Erik Molenaar. Maar het is niet zo dat ik alle derivatenproducten van voor naar achteren in het Spaans kan volgen. Ik ben commissaris voor de huurders en heb een andere expertise. Je moet ook niet alleen bankiers als commissarissen hebben.”

Maar de schade wordt wel mede verhaald op de huurders.

Zij: „Dat is natuurlijk vreselijk. Ik kan me ook voorstellen dat huurders daar ongelofelijk de pest over in hebben.”

Wanneer kreeg u voor het eerst door dat er iets mis was?

Zij: „Eind november 2011. Op 30 november was er een vergadering van de raad van commissarissen. Uit de vergaderstukken bleek dat er een groot probleem was.”

Dat is laat. Vestia had in september al ruim een miljard bij de banken moeten bijstorten. De toezichthouders en het ministerie van Binnenlandse Zaken waren al in alle staten.

Zij: „Ja, dat voelt natuurlijk niet alsof je aan de bal bent. Maar je vaart als commissaris op de signalen die je krijgt. Het is heel moeilijk om te weten wat je niet weet.”

Had Staal de commissarissen niet eerder moeten inlichten?

Zij: „Ik vind van wel. Het was een stuk overzichtelijker geweest als hij het wel had gemeld.”

Wat heeft u gedaan toen u het hoorde?

Zij: „De vergadering van de commissarissen werd kort van tevoren verschoven. Toen kon ik er niet bij zijn, ik moest naar het buitenland. Heel vervelend. Maar ik heb direct de raad gebeld en gemaild om input te leveren.”

Ging u op vakantie?

Zij: „Ik ging een week met een vriendin op gezondheidsvakantie in Slovenië. Mijn agenda stem ik altijd goed af op Vestia, maar dit kon ik zo snel niet meer afzeggen.”

Wat zei Erik Staal toen u hem voor het eerst weer sprak?

Zij: „Dat kan ik me niet eens meer helemaal voor de geest halen. Zeker niet de reden waarom wij zo laat geïnformeerd zijn. Ik denk dat de redenering was dat ze het zelf wel konden oplossen. Dat is heel erg eigen aan Vestia.”

En aan Erik Staal.

Zij: „Een aantal karaktertrekken van het bedrijf loopt vrij synchroon met die van Erik Staal. Hij is vrij eigengereid en het bedrijf ook. De houding was: ‘wij tegen de rest van de wereld’. Ik denk dat ze hoopten het zelf op te kunnen lossen. Als de rente was gestegen, was het ook anders gelopen. Het klinkt gek, maar met die derivaten verdiende Vestia ook altijd veel geld om in wijken te doen wat andere corporaties niet konden. Ministers, burgemeesters en wethouders hebben Vestia daar jaren voor gecomplimenteerd. Maar uiteindelijk is er te veel risico mee genomen. De maatvoering was, zacht uitgedrukt, niet goed.”

In 2010 is de derivatenportefeuille verdubbeld van 5 naar 10 miljard. Hebben de commissarissen nooit vragen gesteld?

Zij: „Het eindresultaat bleek in 2011 nog een stuk hoger dan wij al wisten. Maar er was altijd een link tussen het bezit en de leningen en derivaten die er tegenover stonden. Dat is uit het lood geslagen. Wij wisten dat niet. Wij hebben ons als commissarissen sinds november vooral gericht op het herstelplan, de boel overeind houden en op on speaking terms te komen met iedereen. Als wij bij het ministerie komen, staat het gebak echt niet op tafel.”

Minister Spies heeft in de Tweede Kamer hard uitgehaald naar de commissarissen. Hoe ervaart u dat?

Zij: „Niet leuk. Maar wel terecht. Wij zijn uiteindelijk verantwoordelijk. Maar je moet je wel afvragen of wij het goede gereedschap hadden. De accountant, de toezichthouders, het ministerie zelf: iedereen heeft in alle stukken, beoordelingsbrieven en verslagen altijd aangegeven dat het crescendo ging. De treasurer werd geprezen dat hij het zo goed voor elkaar had. Pardon? Hoe moeten commissarissen dan zien dat het niet goed zit? Daarom is het niet leuk als je als dom blondje wordt afgeschilderd. Dat is zwaar. Ook de verantwoordelijkheid die ik voel voor de mensen van Vestia. Op verjaardagen zeiden die altijd trots waar ze werkten. Nou, dat is nu een stukje minder.”