De serveersters glimlachen er voortdurend

Europa’s enige Noord-Koreaanse restaurant ligt in Osdorp. Met toestemming van Noord-Korea.

Nederland, Amsterdam, 14-03-2012. Pyongyang Restaurant, het eerste Noord Koreaanse restaurant van europa, onderdeel van Cultuurcentrum Pyongyang met kunst, workshops, lezingen etc. Het restaurant (gevestigd in Amsterdam Osdorp) is een iinitiatief van twee Nederlanders, alles gaat in nauw overleg met het dictatoriale regime. Bediening, begeleiding en koks zijn uit N-Korea, na een strakke selectie en training van een half jaar in Peking naar Nederland gekomen. Naast de traditionele N-Koreaanse keuken is er ook veel kunst en entertainment, alles uiteraard op Noord Koreaanse wijze. Foto: een van de gastvrouwen/entertainers/serveersters komt uit de keuken. Foto: Olivier Middendorp

Amsterdam. Eunhae Hong, een Zuid-Koreaanse uitwisselingsstudent van 20 jaar, loopt het Noord-Koreaanse restaurant binnen. Drie serveersters begroeten haar, ze groet terug – een beleefdheidsgesprekje in het Koreaans volgt. „Hun accent is vreemd”, fluistert Eunhae in het Engels. „Ik herken het van het Noord-Koreaanse tv-journaal.”

Eunhae komt uit Seoul, studeert dit jaar in Amsterdam, en ontmoet deze doordeweekse avond meer Noord-Koreanen dan in haar hele leven tot dusver. Want ze is in Osdorp. Hier, in een slecht verlicht voormalig buurtcentrum, staat sinds kort het enige Noord-Koreaanse restaurant dat Europa rijk is.

Restaurant Pyongyang. De kleine eetzaal is hel verlicht, de tafeltjes op twee na leeg. De muren hangen vol met schilderijen van bloemen en bergen, en panorama’s van hoofdstad Pyongyang. Links tegen de muur staat een karaokeset opgesteld, inclusief tv-scherm. Op het scherm zijn natuurlandschappen te zien, en teksten in het Koreaans. Eunhae leest voor. „Mijn thuishaven”, staat er. „Waar de vogels zingen en de bloemen bloeien door onze arbeid.”

Het restaurant is een initiatief van twee Nederlandse ondernemers, Remco van Daal en Remco Hellingman. Zij reisden meermaals op een toeristenvisum naar Noord-Korea, en ontdekten dat het land meer voorstelt dan politiek, armoede en hongersnoden. „Als de wereld spreekt over Noord-Korea, dan gaat het begrijpelijkerwijs over de dictatuur”, zegt Remco van Daal. „Maar wij zagen gewone Noord-Koreanen op onze reis. We spraken soms met ze, we raakten zelfs bevriend met onze gids. En we dachten: waarom proberen we het Noord-Koreaanse leven niet te laten zien aan het Westen?”

Hun idee: een Noord-Koreaans restaurant annex cultureel centrum oprichten in Nederland. Met in de bediening Noord-Koreanen zelf, die ook kunnen zingen en dansen. „Kenners van Noord-Korea verklaarden ons voor gek”, zegt Van Daal. „Ze dachten dat het ons niet zou lukken.” Maar het lukte wel, na jaren van bureaucratische rompslomp. Ze maakten een businessplan en praatten in Noord-Korea met het bureau voor toerisme. Dat verwees hen door naar het grootste Noord-Koreaanse restaurant buiten de landsgrenzen: restaurant Haedanghwa in Peking. „Daar vonden ze ons plan goed. Het management stelde ons voor dat zij in Noord-Korea personeel zouden uitzoeken dat bij ons plan paste.” Het lukte Van Daal en Hellingman uiteindelijk ook om overheidsinstelling UWV te overtuigen van de noodzaak om voor hun plan Noord-Koreanen naar Nederland te halen. Ze regelden werkvergunningen voor drie jaar. En zo landden in december 2011 negen Noord-Koreanen op Schiphol. Vijf koks, drie serveersters en een tolk. Hun ballast: 52 dozen met schilderijen, kookbenodigdheden, boeken en kleren.

Eunhae kijkt naar de Noord-Koreaanse serveersters. Ze zijn van haar leeftijd, hebben eenzelfde rond gezicht, maar ze gaan volledig anders gekleed. Eunhae in een nonchalant, zwart rokje, de drie serveersters in grote, poppige jurken van zijde. Hun haren in een paardenstaart, hun voeten op muiltjes met glinsterende hielbandjes. Ze glimlachen voortdurend.

En de serveersters zingen, tussen elke gang door. En dat is vaak, want ze serveren hier alleen vijf- en negengangenmenu’s. Dan pakken de drie vrouwen elk een grote, grijze karaokemicrofoon, en zingen ze Noord-Koreaanse ballades met hoge, zweverige stem. Met hun lichaam zwenken ze op precies hetzelfde moment van links naar rechts, terwijl ze lachen als synchroonzwemsters.

Eunhae kijkt geboeid toe. Ze heeft net gerecht twee achter de kiezen. „Dit liedje gaat over een man”, fluistert ze. „Dat ze geen arrogante man willen, maar een harde werker. Een man die een jaarplan maakt.” Lachend: „Dat klinkt heel Noord-Koreaans.”

De keuze voor de restaurantnaam – Pyongyang – is opvallend. In onder meer Cambodja, China, Thailand en Singapore bestaat een gelijknamige keten van Noord-Koreaanse restaurants, die bekendstaat om zijn banden met de Noord-Koreaanse staat. De eethuizen zouden dienen voor het witwassen van geld en het binnenhalen van buitenlandse deviezen. Het regime selecteert het personeel. Remco van Daal zegt dat de overeenkomst van de restaurantnaam berust op toeval. „Wij vinden Pyongyang gewoon een pakkende naam. Je weet direct waar het voor staat.” Dat hij zich zo een verdenking op de hals haalt van banden met een dictatuur waarin de bevolking geplaagd wordt door hongersnoden: so be it. „Laat mensen maar roepen. Wij hebben geen banden met de staat. En al helemaal geen financiële.” Tegelijkertijd weet Van Daal: zonder toestemming van de Noord-Koreaanse autoriteiten zou er uiteraard geen restaurant zijn geweest. „Ik denk dat de staat dit ziet als een prestigeproject. Het is positief dat westerlingen een andere kant van Noord-Korea kunnen zien.”

Gerecht vijf wordt geserveerd. Sinaasappel met een vulling van aardappel en vis, en als bijgerecht kimchi – een Koreaans gerecht van gefermenteerde kool met rode peper. Eunhae tegen een serveerster: „Zo’n gevulde sinaasappel heb ik nog nooit gehad.” Snel voegt ze toe: „Maar kimchi, dat ken ik natuurlijk.” De serveerster is enthousiast over die gelijkenis en antwoordt: „Ja, we zijn één natie, met één geschiedenis en één bloedlijn.” Vervolgens doet de serveerster weer drie pasjes terug en staat ze kaarsrecht te wachten tot het moment dat ze haar gasten opnieuw te hulp kan schieten. Even later, na twee liedjes tussen gerecht zes en zeven, merkt Eunhae op dat veel van de gezongen teksten gaan over de hereniging van de Korea’s. „Ze hopen er blijkbaar op.” Zelf kent Eunhae die liedjes niet. „Op eentje na, dat we zongen op de basisschool.”

Het Noord-Koreaanse personeel woont in een reeks appartementen in een hotel pal naast het restaurant, vertelt Van Daal. Dat hotel is in handen van zijn zakenpartner Remco Hellingman. De negen Noord-Koreanen waren precies twee dagen in Nederland, toen hun Geliefde Leider, Kim Jong Il, stierf. „Prompt richtten ze een ruimte in het hotel in als rouwkamer”, zegt Van Daal. „Iedereen moest huilen, net als in Noord-Korea zelf.” Echt hoogte krijgt hij niet van zijn Noord-Koreaanse medewerkers. „Er is een natuurlijke afstand.”

Soms maakt Van Daal uitstapjes met ze, naar de Zaanse Schans of naar Volendam. „Ik betrap ze niet op buitensporige belangstelling. Alsof de buitenwereld niet echt tot ze doordringt. De groep is het belangrijkste.” Van Daal is dan ook niet bang dat zijn serveersters of koks de benen nemen, zoals Noord-Koreaans personeel in China deed in 2006. „Ze hebben er geen behoefte aan”, zegt Van Daal.

Eunhae heeft haar negende gerecht op – een gelei van zoete aardappel. Ze staat op en laat zich in haar jas helpen. Ze stelt nog één vraag aan de serveersters, luistert naar het antwoord en loopt naar buiten. Wat heeft ze gevraagd? „Of ze Noord-Korea missen.” Hun antwoord was ja. „Ze zeiden: we missen onze goede generaal Kim Jong Un en we missen onze ouders. In die volgorde.” En ze zeiden dat ze hun vrienden missen, zegt Eunhae. „Maar daarvoor gebruikten ze een ander Koreaans woord dan ik gebruik. Ze zeiden: ik mis mijn kameraden.”