Cash for Cameron ondermijnt gezag Britse regering

De Britse regering van Conservatieven en Liberaal-Democraten heeft plotseling problemen met het bezuinigingsbeleid. Haar morele gezag om pijnlijke kortingen door te voeren, dat al werd ondermijnd door een slecht gepresenteerde begroting, is nu ernstig geschaad door een politiek financieringsschandaal.

Het is moeilijk het economisch beleid van de door David Cameron geleide coalitie de schuld te geven. Terwijl de rente stijgt, blijft de vraag naar Britse staatsobligaties relatief sterk. De vorige week ingediende begroting komt neer op wat aanpassingen van de bestaande formule om het begrotingstekort terug te dringen. Het verzet van de publieke sector tegen de kortingen was minder hevig dan verwacht toen deze regering in 2010 aan de macht kwam.

Ondanks het feit dat er slechts kleine veranderingen in het economisch beleid hebben plaatsgevonden, krijgt de coalitie plotseling een storm van kritiek over zich heen. Zoals mocht worden verwacht, werd een bevriezing van de belastingvoordelen voor AOW’ers afgeschilderd als een belastingverhoging voor de allerzwaksten, en niet als de vereenvoudiging van het stelsel zoals de regering die had voorgespiegeld. In combinatie met een gefaseerde verlaging van het toptarief voor grootverdieners heeft deze stap de geloofwaardigheid ondergraven van de bewering van minister van Financiën George Osborne dat „wij allemaal in hetzelfde schuitje zitten.”

Nu hebben de critici van Osborne hun ‘bewijs’ gevonden: een krantenartikel, waarin de minister pocht dat grote donaties zullen worden beloond met toegang tot de hoogste kringen en – feitelijk – de kans om de beleidsagenda te bepalen.

Het is niet duidelijk hoeveel schade het financieringsschandaal zou kunnen aanrichten. De coalitiepartners van de Conservatieven, de Liberaal-Democraten, zullen grinniken om deze struikelpartij, maar hebben verder weinig te winnen bij een val van de regering. De oppositionele Labour-partij zal er veel ophef over maken, maar haar gezag op het terrein van de partijfinanciering is ernstig verzwakt door de invloed van de vakbeweging op haar eigen financiën – en door de herinnering aan het cash for honours-schandaal uit de laatste jaren van het premierschap van Tony Blair.

Maar beleggers mogen de gevolgen van dit schandaal niet onderschatten. Gezien de omvang van de Britse schulden – momenteel 63 procent van het bruto binnenlands product – en het verwachte begrotingstekort van 8 procent van het bbp, kan de regering het zich niet veroorloven misstappen te maken. De regering leek het publiek ervan te hebben overtuigd dat er geen alternatief was voor haar agenda van agressieve bezuinigingen.

Dat is in economische zin misschien ook waar. Maar de gebeurtenissen van afgelopen week duiden erop dat een goed economisch beleid alleen kan slagen als de politiek ook haar steentje bijdraagt.

Christopher Hughes

Vertaling Menno Grootveld