Brieven opinie

Gemeenten misbruiken de term ‘vrijwilliger’

‘Voor een uitkering moet je ‘gewoon wat terugdoen’’, luidt de kop van een artikel over werklozen in Rotterdam die worden verplicht om vrijwilligerswerk uit te voeren (NRC Handelsblad, 17 maart). „Niet iedereen is er blij mee, ‘vrijwilligerswerk hoor je vrijwillig te doen’”, meldt het intro. Dit is maar al te waar, vindt NOV, de vereniging van vrijwilligersorganisaties en landelijk belangenbehartiger voor het vrijwilligerswerk.

NOV vindt dat het begrip ‘vrijwilliger’ wordt misbruikt. Dit geldt niet alleen voor Rotterdam. Ook andere gemeenten stimuleren uitkeringsgerechtigden tot het doen van vrijwilligerswerk onder dreiging van korten op de uitkering bij weigering.

Vrijwilligerswerk is per definitie onbetaald en onverplicht. Een uitkeringsgerechtigde die moet schoffelen in een plantsoen, klusjes moet opknappen in een school of bij de reinigingsdienst wordt ingezet, doet dat én niet onbetaald én niet vrijwillig. Deze mensen werken dus gewoon voor hun uitkering. Vrijwilligers werken onbezoldigd en ontvangen heel soms een (onkosten)vergoeding – maximaal 1.500 euro per jaar.

NOV gaat uit van een essentiële en existentiële waarde van het vrijwilligerswerk: de waarde die het werk heeft voor degene die uit vrije beweging en gemotiveerd gekozen heeft om het onverplicht en onbetaald te doen. Wie aan deze waarde voorbijgaat, doet alle vrijwilligers tekort.

Het moet dus verboden worden om het begrip ‘vrijwilligerswerk’ te gebruiken voor de situatie waarin uitkeringsgerechtigden verplicht aan het werk worden gezet. Het is niet juist en uitermate schadelijk voor het imago van vrijwilligerswerk. Vrijwilligerswerk is juist zo belangrijk voor onze maatschappij.

Els Berman

Directeur van Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV)

De Hoge Raad toont slappe knieën in de kwestie-Aben

President Geert Corstens van de Hoge Raad bewijst in NRC Handelsblad van 17 maart dat hem terecht slappe knieën zijn verweten. Onder ‘dreiging’ van de PVV heeft de Hoge Raad de aanbeveling ingetrokken om advocaat-generaal Diederik Aben te benoemen tot lid.

Dan moet Aben wel iets heel ergs hebben gedaan. Zo erg was het niet volgens Corstens, maar hij deed „wat nu eenmaal niet zo geweldig was”.

Wat heeft Aben gedaan? Hij heeft een analyse en beoordeling gegeven van het oordeel van de wrakingskamer van de rechtbank in de zaak-Wilders, zonder iets pro of contra Wilders te zeggen. In de kern komt zijn stuk op het volgende neer: de wrakingskamer oordeelt dat de beslissing van de Wilderskamer om een in de rechtszaal aanwezige getuige niet te horen, neerkomt op een afwijzing, hoewel volgens Aben alleen wordt beslist: ‘niet nu’. Maar Aben zet zijn analyse voort onder de aanname dat er wel sprake is van afwijzing van het verzoek de getuige Jansen te horen. Dan is er – aldus Aben – nog geen reden om de Wilderskamer te wraken, want wat Jansen ook zou hebben gezegd, het zou de positie van het Openbaar Ministerie niet hebben beïnvloed.

Aben analyseerde en concludeerde onpartijdig, zoals je mag verwachten van een toekomstig lid van de Hoge Raad. Aben deed iets wat de PVV niet lustte. Corstens boog. Rouw past de Hoge Raad voor deze laffe houding.

J. Th. Degenkamp

Emeritus hoogleraar rechtswetenschap, Rijksuniversiteit Groningen

Wat is gelijkheid waard als het om Zorreguieta gaat?

In Argentinië werd afgelopen week de staatsgreep van Jorge Videla herdacht. Hierbij zijn dertigduizend mensen verdwenen. In dezelfde week besloot het Openbaar Ministerie om Jorge Zorreguieta niet te vervolgen voor zijn rol in deze geschiedenis. Als medeklager in de aangifte tegen Zorreguieta ben ik teleurgesteld, maar bovenal verrast.

Het oplossen van onrecht door het regime van Videla is volgens sommigen uitsluitend een Argentijnse aangelegenheid. Gelukkig heeft het Nederlandse OM hier andere gedachten over. In 2010 werd Julio Poch met medewerking van Nederland uitgeleverd aan Argentinië. Hij was piloot onder het regime waarin Zorreguieta een van de hoogste functies bekleedde. De beslissing van het OM inzake Zorreguieta bevreemdt mij ten zeerste. Waarom wordt een piloot wel opgepakt en een van zijn hoogste bazen niet?

Het OM stelt dat „uitvoerder” Poch bloed aan zijn handen heeft en „beleidsmaker” Zorreguieta niet. Zorreguieta heeft letterlijk wellicht schone handen, maar figuurlijk absoluut niet. Hij was medebedenker van het systeem dat Poch zou hebben uitgevoerd. In de beleidsdoelen van dit systeem staat dat alle „subversieve elementen” in de maatschappij fysiek uit de weg worden geruimd. Bedenkers van zo’n systeem dragen juist meer verantwoordelijkheid dan de uitvoerders.

Klassenjustitie, zegt mijn omgeving. De band met het koningshuis maakt Zorreguieta onschendbaar. Ik wil dit niet geloven, maar vraag me sterk af welke waarde het gelijkheidsbeginsel heeft als het gaat om het koningshuis.

M. Mourik

Rotterdam

Zo specialistisch is die vertaalstudie ook weer niet

In een reactie op de twijfel of er straks nog mensen zijn die literaire werken uit de moderne talen kunnen vertalen (NRC Handelsblad, 15 maart), stelt hoogleraar Duits en vertaalwetenschap T. Naaijkens van de Universiteit Utrecht dat deze ongegrond is (Opinie, 20 maart).

Volgens Naaijkens biedt de vertaalmaster in Utrecht een „specialisatie in een van de moderne Europese talen”. In de 45 studiepunten aan mastervakken die deze opleiding telt, worden er slechts 15 gewijd aan taalspecifiek vertalen. De ‘specialisatie’ bestaat dus, naar Utrechts puntensysteem, uit twee vakken. Dit lijkt mij niet voldoende om de twijfel ongegrond te verklaren.

De „transnationale vervolgmaster voor literair vertalen” die Naaijkens aankondigt, is daarom een heel mooi idee. Dit plan zal evenwel alleen zijn vruchten afwerpen wanneer de „steun van de Nederlandse Taalunie en de letterenfondsen” ook een financiële tegemoetkoming inhoudt voor de studenten. Anders zal deze tweede master, dankzij maatregelen van onze regering (voor een tweede studie zullen studenten immers binnenkort duizenden euro’s moeten betalen), voor veel studenten helaas een „mooi idee” moeten blijven.

Tamara Overkleeft

Student Franse taal en cultuur aan de Universiteit Leiden

Managers moeten wel degelijk risico’s nemen

Voor A.J. van Eck (Opinie, 23 maart) is het eenvoudig: hang een guillotine boven het hoofd van managers die (te) veel verdienen en dwing hen verantwoord te werk te gaan door tot vijf jaar na gebleken falen te hoge inkomsten terug te vorderen. Van een paar praktische probleempjes wordt niet gerept, zoals de definitie van inkomsten en van toerekenbaar falen, en de waarschijnlijkheid dat betrokkenen na vijf jaar met hun geld blijken te zijn vertrokken.

Het grootste bezwaar is dat er in feite een alcoholverbod in cafés wordt bepleit. Managers of ondernemers die de motor zijn in ons economisch systeem en risico’s (moeten) nemen – inderdaad, ook om zelf veel te verdienen – moeten ouderwetse negen- tot-vijfambtenaren worden. Dit is de Sovjet-Unie revisited.

A.L. de Werker

Groningen