Blaffen naar de baas

Honden leren van hun baas. Het omgekeerde kan ook. Managers leren van honden hoe ze leiding moeten geven aan mensen. Van lege peptalk gaat een hond geen stap harder lopen.

Een hond moet luisteren. Vindt de baas. Daarom zegt de baas, nee, schreeuwt hij: Hier! Naast! Zit! Blijf! Er zijn subtielere manieren om een hond te laten gehoorzamen. Bazen volgen daarvoor trainingen met hun hond.

Het omgekeerde bestaat ook. Baas leert van hond – daar komt het kort gezegd op neer. Dat gebeurt op een grasveld in de bossen bij Doorn. Vier leidinggevenden van een Haags ministerie, bijvoorbeeld, ‘sturen’ er een daglang een stuk of zes verschillende honden ‘aan’. Door een hoepel springen. Achter een bal aanrennen. Door een tunneltje kruipen.

Wie oppervlakkig kijkt, begint meteen te schateren. Wat een coaching- en trainings-flauwekul! Gelukkig bestaan er ook nieuwsgierige leidinggevenden. Zij kunnen luisteren, zijn in staat te reflecteren. Zij kunnen ‘beeldend denken en praten’, in zowel abstracties als metaforen. Lezer, naast!, zit!, blijf! – dit wordt geen vaag verhaal.

Een organisatie is als een roedel wolven. Iedere roedel heeft een leider. Die heeft een verantwoordelijke taak. Roedelleiders worden niet benoemd. Ze verdienen hun positie door jarenlang de groep te dienen, waarbij ze langzaamaan gezag en uiteindelijk macht verwerven – nooit andersom.

Leiderschap vergt heel wat kwaliteiten: ‘harde’ en ‘zachte’. De primaire taak van de leider is: een veilig territorium bieden aan zijn groep – met genoeg te eten en te drinken, schuilplaatsen bij hitte en kou, holen waarin puppies hun eerste weken kunnen overleven. Maar vooral moet de leider de onderlinge rust in de groep handhaven, want onrust maakt kwetsbaar.

Raakt hun territorium verschraald, bijvoorbeeld door minder prooien als gevolg van langdurige droogte of vorst, dan geeft het alfa-mannetje leiding aan een barre tocht naar een ander ‘land van melk en honing’. Nooit begeeft hij zich dan blaffend en bijtend in de voorhoede. Zijn instinct geeft hem in dat hij wegblijft uit de frontlinie. Daar vallen immers de eerste slachtoffers. En als de leider sneuvelt, is de roedel aan de wilde beesten overgeleverd.

Wie deze metafoor nu nog niet begrijpt, mag iets voor zichzelf gaan doen – een solo-carrière najagen, bijvoorbeeld.

In de cursusruimte naast het trainingsveld in Doorn luister ik naar de kennis en ervaring van Corien Vallinga en Daniel van Gelooven. Zij leiden Trainingsbureau Hondenspiegel. Zij trainen mensen, met honden.

Bij communicatie tussen mens en mens is taal het dominante instrument. Wie beschikt over flux de bouche vindt zichzelf al snel een sterke leider. Wie leiding wil geven aan honden komt al snel tot het pijnlijke besef dat een vlotte babbel geen enkele betekenis heeft. Honden laten zich ook wel leiden, heus, maar alléén door de taal van het lichaam, de klankkleur van de stem en een subtiel spel van ‘wortel en stok’.

De mensentraining in de Doornse bossen verloopt volgens de methode-Hondenspiegel. Daarover valt een boek te lezen (Lessen van honden, Bets Engel). Samengevat komt de methode erop neer dat de leidinggevende zijn eigen gedrag gespiegeld terugziet in het gedrag dat hij bij de honden teweegbrengt. Een hond reageert impulsief en instinctief; die gaat geen stap harder lopen van gladde managementpraat of lege peptalk.

Corien Vallinga en Daniel van Gelooven beschikken over een roedel van twaalf honden: verschillend van ras, reuen en teven, van alle leeftijden. In hun verhaal schakelen ze tussen wetenschappelijk onderzoek naar het roedelgedrag van wolven en nauw daaraan verwante honden, naar het gedrag dat ze waarnemen bij hun eigen honden en bij de leidinggevenden aan wie zij de trainingen geven. „Mensen zijn vaak een omgekeerde Barbapappa’s: met gigantische hoofden, waarmee ze alles proberen te rationaliseren, maar met nauwelijks een lijf, waarmee ze kunnen voelen”, zegt Vallinga, verwijzend naar de kinderstrip vol opgeblazen poppetjes.

Een van hun vele Hondenspiegellessen is: gebruik bij leidinggeven álle zintuigen. Er valt in organisaties meer te horen dan louter gepraat, en er valt meer te zien dan targets en output. Wie gevoelens ontkent, bij zichzelf en medewerkers (van onrust, van onveiligheid, enz.), verzwakt daarmee z’n eigen groep. Dat gebeurt letterlijk bij honden, omdat dit de roedel kwetsbaar maakt tegenover rivaliserende roedels, en figuurlijk bij mensen, omdat de leider z’n natuurlijke gezag niet opbouwt, danwel verliest.

Genoeg theorie voor nu, tijd voor de eerste praktijkles in de hondenspiegelkunde. Ik onthoud: met al m’n zintuigen ga ik proberen honden aan te sturen. Naar buiten – Einzug der Gladiatoren.