Birma erft façadestad van junta

Als Aung San Suu Kyi zondag het Birmese parlement haalt, belandt ze in de zielloze nieuwe hoofdstad die de junta in 2005 betrok: Nay Pyi Taw. Deel twee van een serie verhalen over Birmezen in de aanloop naar de eerste vrije verkiezingen sinds 1990.

Een bezoek aan de nieuwe Birmese hoofdstad Nay Pyi Taw, die het militaire regime nog geen tien jaar geleden in een hete vlakte liet optrekken, is een surrealistische belevenis. Tijdens de avondspits rijden er op de twintig rijstroken van de boulevard bij het presidentiële paleis met zijn honderd vertrekken niet meer dan een handjevol bromfietsen met in traditionele sarongs gehulde ambtenaren. Incidenteel passeert een auto of vrachtauto. Hetzelfde geldt voor de meeste andere wegen in de stad die zo breed en recht zijn dat er gemakkelijk grote vliegtuigen zouden kunnen landen.

Nog altijd denken duizenden ambtenaren met weemoed terug aan hun leven in de oude hoofdstad Rangoon, 390 kilometer zuidelijker. Het is veruit de grootste stad van het land en – anders dan Nay Pyi Taw – een stad met een hart. „Dit is niet onze natuurlijke habitat”, zegt Ye Mint Lwin, een ambtenaar voor bosbouwzaken die net met vrouw en zoontje boodschappen heeft gedaan in Junction Centre, een van de weinige moderne winkelcomplexen. „Rangoon paste beter bij ons.”

Een beter voorbeeld van de willekeur van het militaire regime, dat de macht in Birma sinds 1962 in handen heeft, is er waarschijnlijk nergens in het land te vinden.

Hoewel Birma mede door toedoen van de generaals een van de armste landen van Azië is geworden, werd voor miljarden euro’s een nieuwe hoofdstad uit de grond gestampt, althans een begin daarvan: Nay Pyi Taw (spreek uit: neepidôh). In november 2005 overrompelde de sterke man van de junta, generaal Than Shwe, de ambtenaren met het besluit Rangoon te verlaten.

Zelfs bij de recente bezoeken van prominente westerse bezoekers als de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton spraken sommigen uit haar gevolg nog schamper van een „Potemkin-hoofdstad”, naar de Russische minister die zijn vorstin met behulp van fraaie nepwoningen een veel zonniger wereld voorschotelde dan de werkelijkheid rechtvaardigde. Wie in Nay Pyi Taw van de grote wegen afwijkt en achter wat bosjes kijkt, treft hutjes aan van hout en palmbladeren. Halfnaakte kinderen spelen er naast armetierige rijstveldjes.

Nay Pyi Taw betekent Koninklijke Hoofdstad, maar veel koninklijks had de stad zeker in het begin niet te bieden. Er waren ministeries, maar accommodatie ontbrak nog vrijwel geheel. Daardoor moesten de gezinnen van de ambtenaren aanvankelijk achterblijven in Rangoon.

Inmiddels zijn er meer woningen gebouwd, zij het ook weer met licht absurde trekjes. Zo hebben de militairen in hun hang naar orde en overzichtelijkheid bepaald dat alle ambtenaren van het ministerie van Landbouw in appartementencomplexen met groene daken moeten wonen. Hun collega’s van volksgezondheid wonen in verblijven met blauwe daken. Enzovoorts.

Die middag is bosbouwambtenaar Ye Mint Lwin – net als circa 30.000 andere inwoners – naar een verkiezingsbijeenkomst geweest in de stad waar ook oppositieleider Aung San Suu Kyi sprak ten behoeve van een lokale kandidaat van haar Nationale Liga voor Democratie. Die hoopt een van de 45 parlementszetels te winnen bij de tussentijdse verkiezingen van komende zondag. Ook Suu Kyi zelf is kandidaat, voor een district bij Rangoon. Hij heeft genoten van deze rebelse daad, want als ambtenaar wordt hij niet geacht zich in de politiek te mengen. „Veel van mijn collega’s durfden niet. Ik wel”, lacht hij.

Als Suu Kyi en haar partijgenoten winnen, komen ze terecht in een parlementscomplex van liefst 31, veelal enorme gebouwen in een stijl die met zijn pagodevormige daken doet denken aan een boeddhistische variant van het stalinisme. De omvang is omgekeerd evenredig aan het belang dat de militairen zelf tot voor kort aan de volksvertegenwoordiging hechtten: tot 2010 was er helemaal geen gekozen parlement. Ook in het huidige parlement overheersen trouwens nog de militairen. Ze hebben zich in het Lagerhuis 25 procent van de zetels toebedeeld, in het Hogerhuis zelfs 56 procent.

Nog altijd is niet duidelijk wat generaal Than Shwe, die sinds vorig jaar formeel met pensioen is, bezielde bij zijn verhuizingsproject. Volgens hardnekkige geruchten zou hij zich hebben laten adviseren door zijn favoriete sterrenwichelaar. Anderen schrijven de verhuizing toe aan een paranoïde angst bij hem en andere generaals dat ze in Rangoon niet veilig zouden zijn voor buitenlandse aanvallers. Het meer landinwaarts gelegen Nay Pyi Taw zou makkelijker te verdedigen zijn. Wie die aanvallers zouden moeten zijn? De Amerikanen, die het land wegens zijn repressie sancties oplegden? De Chinezen, die het land economisch steeds meer in hun greep kregen?

De Birmezen zelf hadden hoe dan ook niets in te brengen tegen het besluit. Alleen uit het buitenland, zelfs van China, kwam kritiek op het project. Volgens de meeste schattingen heeft dit al ruim drie miljard euro opgeslokt. Maar de autoriteiten hebben er nooit gegevens over losgelaten. „De militairen hebben de bouw gefinancierd met hulp van cronies, zakenmensen die nauw samenwerken met het regime”, zegt een westerse ‘Birma-watcher’ in Rangoon. „In ruil voor lucratieve licenties voor bij voorbeeld de invoer van buitenlandse auto’s moesten ze ministeries en andere gebouwen laten bouwen.”

Ambassades telt de nieuwe hoofdstad nog niet. Aanvankelijk was het zelfs verboden voor buitenlanders om de stad te bezoeken. Diplomaten rouwen daar niet om. Hoewel Nay Pyi Taw als enige in het land kan rekenen op een elektriciteitsvoorziening zonder onderbrekingen, is er buiten het werk bijzonder weinig te doen. De stad mist een uitgaansleven. Een dierentuin en een – natuurlijk ook weer kolossaal maar vrijwel bezoekersloos – edelstenenmuseum maken dat niet goed.

De stad is nog bij lange na niet af, maar wie bij het enorme maar weinig sierlijke stadhuis wil vragen wat de plannen zijn voor de toekomst, stoot zijn neus. Bij een poort, die oogt als de entree van een groot benzinestation, houden bewapende wachtposten iedereen tegen.

Maar op het ministerie van Informatie, waar in de lobby fotomontages hangen van een stad vol kolossale gebouwen en blije burgers achter moderne computers, weet Ye Thut, een oud-militair die nu een hoge functie op het ministerie bekleedt, te melden dat de stad op volle kracht vooruit wil. „Nay Pyi Taw wil zich verder verfraaien en ontwikkelen omdat Birma in 2014 voorzitter is van de ASEAN en in 2013 gastheer is van de Zuidoost-Aziatische Spelen.” Hoe spijtig sommige ambtenaren dat ook vinden, Nay Pyi Taw zal niet snel weer van de kaart verdwijnen.