Biohackers knutselen met plakband, föhns en schoenendozen. En met DNA

Steeds meer enthousiaste hobbyisten sleutelen op hun zolders en in hun garages aan DNA en bacteriën. Ze noemen zichzelf biohackers. In Den Haag kwam voor het eerst een Nederlandse groep bijeen.

Biohackers buigen zich over een prototype van de Amplino, een zelfgeknutseld apparaat dat malaria moet kunnen detecteren. Foto Peter de Krom

Modern biologisch onderzoek was het exclusieve domein van peperdure laboratoria die zijn toegerust met de laatste hightech-snufjes. Maar nu blijkt dat iedereen die een beetje handig is hetzelfde soort onderzoek kan doen met huis-tuin-en-keukenmiddelen. ‘Biohackers’ halen het DNA-onderzoek uit de ivoren toren.

Een gedemonteerde föhn in een schoenendoos, aangestuurd door een dimmer en een simpele computerchip. Meer is niet nodig om een genetische afwijking in het DNA aan te tonen of een ziekteverwekker op te sporen.

Het met plakband bij elkaar gehouden prototype is het werk van drie Nederlandse ‘biohackers’. Zij presenteerden hun zelfgebouwde apparaat, de Amplino, vorige week tijdens de eerste bijeenkomst van de Dutch DIY Bio Group (DIY staat voor ‘do it yourself’). Zo’n twintig belangstellenden verzamelden zich in een hip vergaderzaaltje in een voormalig PTT-complex in Den Haag om te horen over de nieuwste ‘garage-revolutie’.

Biohacking is overgewaaid uit de Verenigde Staten, waar het al dezelfde cultstatus heeft als computerhacken twintig jaar geleden. In Sunnyvale, Californië, is een gemeenschapslaboratorium van meer dan 200 vierkante meter van de organisatie Biocurious. Wekelijks volgen tientallen geïnteresseerden er cursussen en workshops.

Is dat niet gevaarlijk, als mensen thuis zelf gaan knutselen met DNA? Diverse bezoekers van de bijeenkomst in Den Haag leggen meteen de associatie met ‘bioterreur’. Die angst is echter ongegrond, zegt Pieter van Boheemen (26), initiatiefnemer van de bijeenkomst. „Wat wij doen, komt niet eens in de buurt! Het maken van lichtgevende yoghurt is zo ongeveer wel het spectaculairste wat biohackers tot nu toe hebben gedaan. Ik denk dat we banger moeten zijn voor verkeerde regimes die aan biologische oorlogvoering willen beginnen dan voor deze amateurs. Biohacken gaat over creëren, niet over vernietigen.”

„Ik denk ook niet dat het gevaarlijk is”, zegt microbioloog Marc Strous, telefonisch om commentaar gevraagd. Strous, tegenwoordig hoogleraar aan het Max Planck Instituut voor mariene microbiologie in Bremen en ontdekker van allerlei nieuwe bacteriesoorten, zegt dat het voor kwaadwillenden veel makkelijker is om een bom te maken dan om een biologisch wapen te brouwen. Wat hem betreft mogen amateurs er lustig op los experimenteren: „Ik denk ook niet dat de kans erg groot is dat er per ongeluk iets gevaarlijks ontstaat.”

Na afloop van de bijeenkomst blijkt dat Jalila Essaidi, een jonge kunstenares uit Eindhoven, al vergevorderde plannen heeft voor een openbaar laboratorium. Essaidi trok vorige zomer de aandacht met haar ontwerp voor een kogelbestendige menselijke huid. Ze gaat haar lab vestigen in een voormalig Philipsgebouw in Eindhoven, dat nu nog leegstaat.

Voor het oprichten van een laboratorium is slechts een vergunning van de gemeente nodig. Daarnaast moet eenmalig gemeld worden dat er gewerkt wordt met biologische materialen. Maar als daarbij ook genetische modificatie komt kijken, gelden er zeer strikte regels in Nederland. Een onafhankelijke deskundige moet bijvoorbeeld toezien op de veiligheid.

Pieter van Boheemen heeft zelf geen ambitie om een laboratorium te beginnen. „Ik ben zelf meer een nerd”, zegt hij. „Ik weet eigenlijk niet goed wat ik ermee wil. Ik wil gewoon kijken wat je kan. Voor mij is leren het doel.”

Van Boheemen studeerde functional genomics in Leiden en Delft, en zat twee jaar geleden in een studententeam dat meedeed aan de internationale competitie iGEM, een wedstrijd waarin deelnemers bacteriën met nieuwe eigenschappen ontwerpen. Het Delftse team had een idee voor een bacterie die de olievervuiling in de Golf van Mexico zou kunnen opruimen. Daarmee bereikten ze een plaats in de finale.

„Als ik nu weer 13 zou zijn, dan zou ik biologie hacken in plaats van computers”, zegt Van Boheemen, die na zijn studie een eigen softwarebedrijfje is begonnen. „Die quote heb ik gejat van Bill Gates, maar ik vind hem ook heel erg op mijzelf van toepassing. Ik zou wensen dat ik het biohacken eerder ontdekt had. Ik zat vol met creatieve ideeën, maar toen ik afgestudeerd was, stond ik ineens buiten het lab. Universiteiten zijn niet open voor buitenstaanders, dus moet je het thuis doen.”

Net als in de computerwereld zijn veel biohackersactiviteiten gebaseerd op de open source-ideologie; de hackers wisselen ideeën en materialen zoals DNA-constructen gratis en zonder belemmeringen uit. Daardoor wordt het verbeteren van de techniek een gezamenlijke taak. Op internet is een discussiegroep waar biohackers dagelijks vragen stellen en tips uitwisselen. ‘Hoe kun je bloedmonsters het beste in de vriezer bewaren?’; ‘Gebruik de trilfunctie van je telefoon om een monster te schudden’ – dat soort werk.

De Amplino die Van Boheemen samen met Bruins en Jelmer Cnossen bouwde, werkt echt. Het drietal wil hem gaan gebruiken om in bloedmonsters malaria aan te tonen. „Onze schoenendoos doet het niet zo goed als een professioneel apparaat, maar het werkt voldoende om DNA van de malariaparasiet aan te tonen”, zegt Cnossen.

Een commercieel apparaat om DNA te vermenigvuldigen, kost minstens 2.000 dollar, het zelfbouwapparaat niet meer dan 50 euro. Dat zou geavanceerde DNA-analyse ook binnen het bereik brengen van ziekenhuislaboratoria in derdewereldlanden, zegt Cnossen. „Het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam heeft al belangstelling getoond voor onze uitvinding.”

Na de presentaties drommen de bezoekers samen om de inhoud van de schoenendoos te bekijken. Of het apparaat ook even aan kan? „Hm, we zijn de adapter vergeten voor de chip. Als we daar 220 opzetten, blazen we hem op”, zegt Bruins.

Niet voor één gat te vangen, gaan de hackers op zoek naar een adapter van een printer of telefoon die als vervanging zou kunnen dienen. Helaas vinden ze geen geschikte, ja die van het netwerk, maar als ze die loskoppelen, zitten alle mensen die er werken zonder internet. „We moeten de adapter vast inbouwen in ons apparaat”, concludeert Bruins. „Goed idee”, zegt Cnossen.

Aan het eind van de avond ontstaat nog hilariteit als blijkt dat Van Boheemen de schoenen draagt die uit de groene doos kwamen die nu het DNA-vermenigvuldigingsapparaat bevat. Hij kan er zelf ook om lachen.

De volgende bijeenkomst van de Dutch DIY Bio vindt plaats in de Waag in Amsterdam op 20 april, zie: meetup.com/Dutch-DIY-Bio/