‘We zijn ingedeeld in de poule des doods’

Naam: Tjerk Kramer

Leeftijd: 30 jaar

Sport: Waterpolo

Prestaties: 10de EK 2006 (Belgrado), 10de EK 2011 (Eindhoven), 9de WK 2001 (Fukuoka)

Zondag begin je met het Nederlands waterpoloteam aan het olympisch kwalificatietoernooi in Canada. Jullie zijn ingedeeld in een zware poule. Te zwaar?

Tjerk Kramer: „Het is de poule des doods. We moeten het onder andere opnemen tegen Montenegro en Duitsland. Dat zijn Europese topploegen die normaal gesproken sterker zijn dan wij. De andere poule is beduidend zwakker, dus we hebben het niet getroffen.”

Bondscoach Johan Aantjes zei onlangs dat deelname leuk is, maar dat de echte doelstelling is om de Olympische Spelen van Rio in 2016 te halen. Deel jij die mening?

„Ik vind dat als je de kans hebt om deelname aan de Olympische Spelen af te dwingen – hoe klein die misschien ook is – je er altijd een poging moet wagen. De Spelen zijn zo bijzonder en uniek dat je daar altijd aan wilt meedoen. Je moet niet aan een kwalificatietoernooi beginnen in de wetenschap dat je het toch niet gaat halen. En wie weet kunnen we stunten. Als we van Macedonië en Griekenland weten te winnen, halen we de kruisfinales. En daarna is alles mogelijk.”

Hoe zag de voorbereiding er uit?

„Die is eigenlijk vorig jaar al begonnen bij het EK in Eindhoven. We hebben daar drieënhalve maand voor getraind in het centrale trainingscentrum in Zeist. Op het EK hebben we ons geplaatst voor het olympisch kwalificatietoernooi. En nu bereiden we ons op dezelfde manier voor. Dus twee trainingen per dag, met videoanalyses van de tegenstanders en ook oefenwedstrijden tegen onder andere Griekenland en Frankrijk.”

Jullie missen een aantal dragende spelers ten opzichte van het EK. Willem Wouter Gerritse en Yoran Frauenfelder zijn er om wisselende redenen niet bij. Hoe vang je dat op?

„Dat is moeilijk. Veel jonge spelers stromen nu in en die hebben een stuk minder ervaring. Maar als je als team de tactische afspraken nakomt en iedereen zich aan de opdrachten houdt, moet het kunnen. Maar het is wel zo dat die andere landen veel langer in dezelfde samenstelling hebben kunnen spelen en daarmee een voordeel hebben.”

In Eindhoven werden jullie tiende op het EK. Het gat met de internationale top lijkt nog heel groot. Hoe proberen jullie dat te verkleinen?

„We moeten van onderaf bouwen, aan een nieuwe topsportcultuur werken, zowel bij het Nederlands team en bij de clubs. Bij het Nederlands team is dit nu al twee jaar aan de gang door het nationale trainingscentrum, waar jonge talentvolle spelers lang met elkaar trainen en spelen. Maar het heeft vooral tijd nodig. Andere landen doen dit al jaren en wij beginnen er net mee. Het is een proces dat met horten en stoten gaat.”

Het is dus geen ramp als jullie de Spelen niet halen?

„Nee. En als we worden verslagen door landen die simpelweg beter zijn, heb ik er vrede mee als het mislukt. Ik wil alleen kunnen zeggen dat we er alles aan gedaan hebben.”