Verzet tegen mogelijke fusie kunsttalkshows

Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur en voormalig omroepdirecteur van de NTR, zat gisteren in het publiek bij Kunststof TV (NTR). Hij was meegekomen met zijn vrouw Maartje van Weegen, presentator van Radio 4, die mocht vertellen over haar liefde voor de Matthäus Passion.

Vlak na het rechtstreeks uitgezonden kunstprogramma twitterde Daalmeijer: „Waarom moeten Kunststof TV en Opium (AVRO) samengaan in één agendavolgend kunstprogramma op tv? Wat een kulkoek! Moeten Kassa en Radar ook samen?”

We kunnen de mogelijkheid niet uitsluiten dat het ging om een bij de nazit opgevangen gerucht, maar Daalmeijers tweets bleven komen in een tempo en heftigheid die op een campagne begonnen te lijken: „Raad van Bestuur van NPO is de weg kwijt”. En of de culturo’s dit vooral wilden retweeten.

Kennelijk vindt de publieke omroep twee culturele talkshows in het weekend te veel. Op de late zaterdagavond zingt Tweede Kamerlid Ronald Plasterk in Opium Night Live met het Toonkunstkoor Herzliebster Jesu was hast Du verbrochen, op de vroege zondagavond brengt een kinderkoor O Haupt voll Blut und Wunden ten gehore.

De AVRO en de NTR beschouwen kunst beide als een essentieel onderdeel van hun missie. In beide gevallen leidt dat tot een niet al te diepgravende actuele talkshow. Die van de AVRO onder leiding van Cornald Maas heeft dit seizoen progressie gemaakt en heeft nu de meeste schwung van de twee.

In het vorig seizoen werd nog door een wisselend panel deskundigen in recenserende zin gesproken over voorstellingen en exposities, maar dat werkte slecht. Dan kom je dus toch uit op deze formule, met losse gasten, van wie de eerste de culturele actualiteit becommentarieert.

Maas heeft meer affiniteit met (lichte) cultuur dan zijn NTR-collega Joost Karhof, die in het groepsgesprek nog wel eens moet afhaken en bruggetjes probeert te slaan van het type: „Hebben jullie ook iets met de Matthäus Passion?”

Maar de gasten in Kunststof TV zijn vaak iets verrassender en de redactie lijkt meer en beter research te plegen. Dat het programma langer duurt dan Opium, geeft het gesprek meer adem, maar leidt ook tot eindeloze beeldfragmenten: „Waar kennen we Tamar van den Dop nog meer van?”

Feitelijk zijn beide nuttige kunstprogramma’s nog verre van onontbeerlijk. Als het waar is dat ze gedwongen moeten fuseren, dan lijkt dat een bureaucratische ingreep. Alleen al het te verwachten hanengevecht over de presentatie belooft weinig goeds. Maar de NTR uitnodigen om elementen uit het veel steviger muziek- en dansmagazine Podium te integreren, dat graag! En mag Dieuwertje Blok dan ook presenteren?