Tbs'ers zitten langer vast en plegen na vrijlating minder vaak een nieuw delict

‘Gewone’ gedetineerden recidiveren vaker dan tbs’ers.

Amsterdam. Ex-tbs’ers gaan de laatste jaren minder vaak de fout in. Dat blijkt uit cijfers tot 2011. Het gaat daarbij om alle vormen van criminaliteit, van diefstal tot moord. Van de tbs’ers die tussen 2004 en 2008 werden vrijgelaten, kwam 20,9 procent binnen twee jaar opnieuw met justitie in aanraking. Bij tbs’ers die tussen 1999 en 2003 vrijkwamen lag dat percentage nog op 23. Gedetineerden die in de gevangenis zijn opgesloten, recidiveren veel vaker. Binnen twee jaar gaat bijna de helft opnieuw in de fout. Dat blijkt uit de Factsheet Recidive TBS 1974-2008 van het WODC, het onderzoeksbureau van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

De onderzoekers vermoeden dat bij de dalende recidive meespeelt dat tbs’ers minder snel worden vrijgelaten. Twintig jaar geleden verlieten zij gemiddeld na 5,5 jaar de kliniek, in 2008 was dat 9 jaar. „Het zou kunnen dat alleen de patiënten met een relatief gunstige prognose in vrijheid werden gesteld.”

De toegenomen behandelduur is „een punt van zorg”, schrijven de onderzoekers. Het leidt tot een groter aantal verdachten dat probeert géén tbs te krijgen. Ze willen liever een vaststaand aantal jaren celstraf dan een onbekend aantal jaren in een tbs-kliniek, en weigeren daarom medewerking aan onderzoek naar hun psychische gesteldheid in het Pieter Baan Centrum (PBC).

Van de verdachten over wie de rechter advies vraagt, weigert 50 procent mee te werken. Dat wil niet zeggen dat er geen advies over hem of haar wordt uitgebracht. Zo adviseert het PBC bijvoorbeeld tbs op te leggen aan zedenverdachte Robert M., die niet wilde meewerken. Bij 36 procent van de weigeraars wordt alsnog advies uitgebracht. Ook dat percentage is gestegen; het was 22,4. Het PBC kan zich hierbij baseren op o.a. politieverhoren en gesprekken met familie. nrc