Rusland is 'n kruitvat dat gaat ontploffen

Oppositieleider Ilja Jasjin (28) wil een Russische Lente. „We hebben evolutie nodig, geen revolutie.”

Redacteur Oost-Europa

Den Haag. Als de Russische activist Ilja Jasjin door de oproerpolitie in de kraag wordt gevat en een politiebusje ingewerkt, moet dat wel volgens het boekje gebeuren: zo ‘echt’ mogelijk. Op een filmpje op zijn blog geeft hij vooraf instructies aan een agent hoe zijn arrestatie moet verlopen. Het gaat dan ook om in een scène gezette arrestatie. Het filmpje komt uit een nieuwe documentaire over de Russische protestbeweging, waarin Jasjin figureert als zichzelf. Het is zijn laatste wapenfeit in zijn grote strijd tegen de machtigste man van Rusland, Vladimir Poetin.

Jasjin is een van de vier grote leiders van de massale burgerprotestbeweging die in Rusland is opgestaan. Met zijn 28 jaar is hij, samen met anticorruptieblogger Aleksej Navalny, het boegbeeld van de jonge generatie Russen die genoeg heeft van het Poetinsysteem en elkaar vooral online vindt. Hij is niet besmet door enig politiek verleden, zoals bijvoorbeeld Boris Nemtsov. Zijn blog trekt duizenden bezoekers per dag. De Russische betogers werden voor een belangrijk deel via zijn website gemobiliseerd. Hij was vorige week in Nederland voor het filmfestival Movies that Matter, waar hij een andere Kremlin-kritische film promootte.

Maar de ‘Russische Lente’ die hij hoopt te ontketenen, lijkt op dit moment om te slaan in een koude winter. Poetin is terug als president en bij de laatste demonstratie waren er nog maar 25.000 mensen op de been.

Is de protestbeweging opnieuw verbannen naar internet?

„Wij lachen erom als mensen zeggen dat de beweging is doodgebloed. Een paar jaar geleden was een protest van een paar duizend mensen nog ongehoord. 25.000 is dus nog steeds een succes. Er is iets voorgoed veranderd in Rusland. We zijn geen sprint aan het trekken. We lopen een marathon. Daarbij moet je soms hard rennen, soms langzamer. Om je adem te sparen. De de finish is nog ver weg.”

Poetin wordt toch niet bang van marathonlopers?

„Je kunt niet altijd met 100.000 mensen zijn. Mensen zijn moe. Moeten werken. Moskou is geen Kairo. Het vriest bij ons. Ik weet zeker dat we bij komende demonstraties weer met velen zullen zijn. De reden waarom mensen boos zijn is er nog. Poetin zit er nog. Op een dag blijven we staan, totdat we krijgen wat we willen.”

Wat gaat u in de tussentijd doen?

„We moeten acties blijven houden. Ook al zijn ze klein, elke actie telt. Het is het enige waar Poetin bang van wordt. Ik hang bijvoorbeeld spandoeken op bij het Kremlin. Dat zet ik vervolgens op het internet, waar zoiets zich snel verspreid. Op die manier worden mensen geïnformeerd.”

De macht van het internet dus. Daar gelooft u heilig in. Maar blijft het niet een probleem dat Russen hun digitale activisme niet in daden omzetten?

„Je hebt een vooruitlopende groep die nu het voortouw neemt. Maar dat is voorlopig genoeg. Die groep is nu al groter dan er bij vorige protesten ooit de straat op zijn gegaan.”

De vraag is hoe je de rest mobiliseert.

„We moeten een miljoen handen schudden. Dat is een lange weg te gaan. Maar iemand moet het doen.”

Wat als dat niet lukt?

„Uiteindelijk moet Poetin een keer opstappen. Misschien is dat pas over twaalf jaar. Als het moet, wacht ik daar op. Maar ik weet zeker dat hij zijn komende termijn al niet zal afmaken. Hij is niet de legitieme president van Rusland en de Russen weten dat. Hij zal vallen doordat mensen de straat opgaan. De trigger kan van alles zijn. Een nieuwe rel over migalka’s [de zwaailichten waarmee ambtenaren in Rusland privileges op de weg afdwingen, red.]. Rusland is een kruitvat dat gaat ontploffen.”

Is het grote probleem van de beweging niet dat ze wel weet waar ze tegen is maar niet weet waar ze voor is?

„Wij weten wél wat we willen. Een eerlijk politiek systeem. Ik, Kasparov, Navalny, Oedaltsov, Nemtsov, zijn het daar allemaal over eens.”

Maar voor de rest bent u het over alles oneens.

„Dat maakt niet uit. Op het plein hoeven we niet te discussiëren. Dat doen we wel als we in het parlement zitten. En dan zullen we compromissen sluiten. Nu moeten we vechten voor een eerlijk en democratisch systeem. Voorlopig is dat genoeg.”

Het is wel een gevaarlijke zwakte. Poetin kan die verdeeldheid tegen u gebruiken. Dat doet hij ook.

„Die verdeeldheid maakt ons juist sterker. Het oneens met elkaar zijn hoort bij democratie, het is het begin van een burgersamenleving.”

Het ontbreken van een leider is dus ook geen probleem?

„Waarom zou het dat zijn? We hebben geen vrije verkiezingen. Laten we daar eerst eens voor zorgen.”

Jasjin is niet onomstreden. Hij was op 5 december, de dag van het eerste protest, een van de leiders die opriepen om naar het Ljoebljankaplein te gaan en daar te protesteren voor het gebouw van de kiescommissie, naast het hoofdkwartier van de geheime dienst. Dat werd gezien als radicaal. Voor een demonstratie daar was geen toestemming. Niet alle leiders stonden erachter. Op het plein werden honderden mensen gearresteerd.

U bent niet vies van een beetje actie?

„We hadden er niets aan om bij het Kremlin te blijven, want Poetin en Medvedev doen toch of ze ons niet horen. We vonden dat we de voorzitter van de kiescommissie moesten laten weten dat we bestaan. Maar ik heb tegen de mensen gezegd: het moet vreedzaam blijven, we hebben geen revolutie nodig. We protesteren met vlaggen en met slogans.”

Is een revolutie niet juist nodig voor verandering?

„We hebben evolutie nodig, geen revolutie. Wat wij willen is een normaal land. Daar past geen bloedvergieten bij.”

1 mei moet de dag van de waarheid worden. Protestleider Oedaltsov zegt dat er een miljoen mensen de straat op zullen gaan. Denkt u echt dat dat gaat gebeuren?

„Dat is meer bij wijze van spreken. Het gaat er niet om hoeveel mensen daar straks staan. 100.000. 200.000. Een miljoen. Waar het om gaat is dat er straks mensen zullen zijn.”

Maar het gaat er toch juist om dat u met velen bent?

„Vraag mij alsjeblieft niet zulke dingen. Ik wil geen prognoses maken, want ik wil nergens op hopen. Ik weet wat ik zelf moet doen. En dat zal ik doen ook.”