Nederlands negativisme lijkt spugen in eigen ruif

Nieuwsanalyse

Wordt in Nederland het schaatsen een crisis aangepraat? De WK afstanden in Heerenveen bewezen afgelopen weekeinde de potentie van de sport.

Spectaculaire sprintduels, zeven 1.500-meterspecialisten binnen 0,4 seconde van de winnaar, plaatjes van lange afstanden door toppers als Bob de Jong, Sven Kramer of Martiná Sáblíková. Een uitverkocht Thialf, koningin Beatrix op de tribune en meer dan een miljoen mensen thuis voor de televisie, ondanks het mooie weer. Elf landen in het medailleklassement.

Crisis in het schaatsen?

Rare jongens die Nederlanders, vinden veel buitenlandse schaatsers. Elders in de wereld is langebaanschaatsen een sport in de marge. Maar uitgerekend in het schaatsgekke Nederland horen ze dit seizoen louter negatieve geluiden. Wat is het toch een drama dat er in Heerenveen geen nieuwe, hypermoderne ijsbaan van 100 miljoen euro komt. Is het huidige Thialf soms niet al jarenlang het mekka van hun sport?

Wat is het toch ellendig dat er in Nederland wat schaatssponsors afhaken. Maar heeft een land met meer dan vijftig profschaatsers en grote sponsors als KPN en TVM echt zoveel te klagen? Het salaris van Kramer alleen al is bijna twee keer zo hoog als het totale budget van buitenlandse teams met tien rijders en een coach.

En dan al die Nederlandse sportmarketeers, die de noodklok luiden. Dat schaatsen vergrijst of zelfs uitsterft, dat alles heel snel anders moet. Andere aankleding, nieuwe onderdelen als mass-start of teamsprint. Weg met de saaie tien kilometer. Zouden ze zaterdag hebben gekeken naar wereldkampioen Bob de Jong, al jaren goed voor het hoogste aantal decibellen in Thialf?

Natuurlijk is het gek om een toptoernooi als de WK afstanden pas eind maart op de kalender te zetten, daarover is iedereen in binnen- en buitenland het snel eens. Zeker in een seizoen als dit, met in de wintermaanden december en januari juist weinig wedstrijden. Zo zag het publiek Sven Kramer na zijn Europese titel van begin januari pas half februari weer in actie. Wereldkampioen sprint Stefan Groothuis reed heel februari slechts één enkele race, een 1.500 meter in Hamar. Toch zijn de WK afstanden volgend seizoen in Sotsji opnieuw pas eind maart.

Geen buitenlandse coach of schaatser is blij met zo’n langgerekt seizoen. Terwijl de rijke Nederlanders op hoogtestage gaan of een trainingskamp beleggen in schaatsoases als Inzell of Collalbo, moeten zij maar zien hoe aan trainingsijs te komen. Zelfs een topijsbaan als het Vikingskipet van Hamar is niet de hele winter open. Niet rendabel. Dus ging de Noor Håvard Bøkko maar skiën ter voorbereiding op de WK afstanden. Hij kwam zeshonderdste tekort om zijn wereldtitel op de 1.500 meter te prolongeren.

„Zo’n lang seizoen jaagt onze ploeg en ook schaatsers uit andere landen onnodig op hoge extra kosten”, zegt Rolf Hauge, eigenaar van het Noorse bedrijf CBA, sponsor van een internationale schaatsploeg rond Bøkko en van een aantal Noorse skiërs. „Schaatsen moet de kant op van alpineskiën en crosscountry. In januari en februari elk weekend een mooie wedstrijd, waar iedereen aan meedoet na een voor iedereen gelijke voorbereiding. En voor iedereen achteraf dezelfde dopingcontrole.”

Voormalig topschaatser Ard Schenk pleitte onlangs in deze krant voor een compacte reeks wereldbekerwedstrijden in januari en februari, met als finale de WK afstanden. De wereldbekercyclus is al jaren een zegen voor de buitenlandse schaatsers. Eindelijk een week trainen op goed ijs en een mooie wedstrijd toe. Bovendien worden ze gefinancierd op basis van hun resultaten op de verschillende olympische afstanden.

Voor de Nederlanders lijkt de wereldbeker een noodzakelijk kwaad. Dit seizoen sneuvelde al een wedstrijd, omdat vooral Nederlandse schaatsers de jaren hiervoor te pas en te onpas afzegden. Zoals Kramer drie weken geleden zelfs verstek liet gaan in zijn eigen Thialf. Ook al kostte dat volgens zijn voormalig manager Ron Mulder duizenden toeschouwers. Buitenlandse schaatsers zetten alles op alles voor de hoofdprijs van 20.000 dollar, meer dan hun jaarsalaris. Eindwinnaar Kjeld Nuis (22) koopt er een scooter van voor zijn vriendin en „de pilsjes op de wintersport.” Schaatsen in twee verschillende werelden.

Grootmacht Nederland blijft kiezen voor het kassucces van de klassieke allroundtoernooien als hoogtepunt van het seizoen, in januari en februari. Ook al is de uit 1892 stammende grote vierkamp elders allang overleden. Schaatscontinenten als Noord-Amerika en Azië hebben de strijd opgegeven, bleek bij de WK allround in Moskou. Zelfs toppers als Jonathan Kuck of Trevor Marsicano, die naast hun sport hard moeten werken of studeren, komen faciliteiten tekort om zowel voor de sprint als voor de tien kilometer te trainen. Noorwegen (Bøkko) en Rusland (Ivan Skobrev) drijven op een eenling.

De competitie spannender maken, door de vijf (vrouwen) en tien kilometer (mannen) te vervangen door een 1.000 (vrouwen) en 3.000 meter (mannen)? Dat zou gegarandeerd meer spektakel opleveren, met meer kanshebbers. Kijk naar de junioren, waar de ‘kleine vierkamp’ al jaren wel spannende WK’s oplevert, met strijd tussen Nederlanders, Noren, Japanners, Koreanen of Amerikanen. Maar bij de senioren, als de strijd financieel pas echt ongelijk wordt, blijft al jaren slechts één allroundland over.

„Verwacht van ons niet dat we de kip met gouden eieren slachten”, zegt technisch directeur Arie Koops van schaatsbond KNSB. Liever nog twee jaar de ‘gegarandeerde’ gouden eieren bij EK en WK allround van Kramer en Wüst dan een aanpassing die de alleenheerschappij in gevaar brengt. Dus geen kleine vierkamp uitproberen, of net als in de rest van de wereld eindelijk prioriteit geven aan wereldbeker en WK afstanden.

Crisis in het schaatsen? De WK afstanden in Heerenveen bewezen, net als vorig jaar in Inzell, juist de potentie die de sport nog altijd heeft. Verplaats zo’n toptoernooi naar half februari. En dan begin maart nog een laatste WK-weekeinde, sprint en allround, met een kleine vierkamp. Menig wintersport zou jaloers zijn op het schaatsen.