Column

Koe Alert

Een gelukkige koe – kan dat?

Zij draaft met haar staart in de lucht, voor de gelegenheid in een vrolijke krul, haar staartpunt wijst als een richtingaanwijzer naar voren: díé kant op! Dáár is de wei! Haar ogen worden zo zacht als van een jong poesje.

Het was zo’n eerste dag na de winter dat ergens koeien de wei in mogen. Koetjesdag.

Koetjesdag wordt het nieuwe rokjesdag – dat is zó tien jaar geleden. Koetjesdag heeft toekomst. Dat moet beslist, want van de ongeveer 2,7 miljoen melkkoeien in Nederland komt nu al ruim een kwart de stal nooit meer uit, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Omdat dit de boer meer oplevert. Om dat te veranderen, wordt de gelukkige koe nu ingezet als haar eigen pr-wapen. En met succes.

Koetjesdag is natuurlijk niet één dag. Iedere boer bepaalt zelf wanneer het tijd is. Meestal begin april, als de weilanden droog zijn en het gras lang genoeg. Wie zich via internet bijvoorbeeld aanmeldt voor de ‘KOE Alert’ (google dat even) kan erbij zijn. Je krijgt automatisch bericht wanneer de komende weken in het Groene Hart een boer zijn staldeuren opent.

Henk van Rijn was daar afgelopen zaterdag de eerste, met dank aan het warme weer. Er kwamen ruim vierhonderd mensen op af – vorig jaar waren het er nog maar honderd. Een lange rij stond voor de zelfgebakken appelcake en de koffie in boerenbontkoppen.

Tot uit Deurne kwamen ze. Ouderen die zich in klapstoelen in een aanpalend weiland posteerden. Kinderen in T-shirts met ‘Ramones’ erop, die mestlucht „iééw” vonden. Hipsters in skinny jeans, verwachtingsvol alsof het hier om een nieuw bandje ging.

„Heb jij deze al eens gezien?”

„Nee? Jij?”

Dit alles onder een wapperende EKO-vlag, want Henk van Rijn stapte twaalf jaar geleden over op biologisch. Zijn twee zonen, de een ziekenverzorger in Amsterdam en de ander filosoof in Leiden, dirigeerden iedereen naar de kant.

En daar kwamen de koeien.

„Yihááá!”, riep Corneel, een wijsgeer met gevoel voor hoi polloi. „Hai Nellie! Ha Eva!” Zijn vader lachte met een opgetrokken wenkbrauw.

Veertig koeien die op een weiland af stormen, dat voel je. De grond golfde.

Hier en daar knielde een zielsgelukkige koe op haar voorpoten, zodat zij haar wang tegen de grond kon leggen. Warm zand, aaaah. Verzaligd schoof zij haar kop heen en weer, haar achterste nog op gestrekte poten in de lucht gestoken, de uiers klotsend van plezier.

Iedereen wilde de koeien achterna. Toen: onderonsjes in de wei. Koeien werden toegesproken. Ach-lieverd-vamme. Een boerenzoon die ik toevallig bij me had, zag het allemaal hoofdschuddend aan. GroenLinks-romantiek noemde hij het. Daar zat ook wat in.

Maar toen? Toen zei een koe „woef!” tegen me.

„Die heeft gewoon een goeie dag”, zei de boerenzoon.

Nee hoor: dit was geluk. Woef.