Kochs korte geschiedenis van het bedrog

Misschien is het wel de tol van de roem: dat al je boeken op je grote bestseller moeten lijken. Juist de boeken die er niets mee te maken hebben. Want je herkent hem al wanneer je hem voor het eerst ziet liggen: de nieuwe Herman Koch. Na het blauwe Diner, het rode Zomerhuis ligt daar dan nu, in het geel met een fraai onscherp Russisch poppetje: Korte geschiedenis van het bedrog. De verhalen (Anthis, € 15,-).

Het grootste deel van dit boek stamt van lang voor die bestsellers, maar we hebben het hier natuurlijk wel over de wetten van de herexploitatie: zorg dat het boek lijkt op een boek dat al een half miljoen mensen hebben en een significant aandeel van die mensen wil ook de nieuwe ouwe hebben.

Bestsellers zijn niet te voorspellen, zegt iedereen elkaar braaf na. Maar sommige wel. De twee eerdere pogingen om Kochs verhalen de winkels uit te krijgen, hadden beperkt succes. Maar driemaal is scheepsrecht: Korte geschiedenis denderde deze week de top 20 binnen van de CPNB-bestsellerlijst.

De verhalen uit de jaren tachtig en negentig kenden we dus al: tragikomische verhalen over mensen die het ook niet makkelijk hebben, soms met een schijnbaar autobiografische draai, in de verhalen over het schrijverschap vaak ook autobiografisch zonder draai, en met een absurdisme dat we van Koch kennen. Goede verhalen, een beetje rommelig en associatief maar zeker de moeite waard voor de Koch-liefhebber.

Er staan ook wat nieuwe verhalen in het boek – en die zijn interessant omdat ze op een andere manier verslag doen van de tol van de roem. En dat geldt vooral voor de slotafdeling, die de titel heeft: ‘Is het allemaal autobiografisch?’ Deze titel is een citaat uit het verhaal ‘Waarom schrijft u?’ Het zijn twee vragen die samenvatten wat de schrijver Koch nu al zo lang meemaakt. De vragen uit het publiek, althans: eerst het lange schrijven, en dan de ongemakkelijke vragen, de oude koffie, de verzoeken om van alles in te signeren boeken te zetten en natuurlijk het verzoek om iets ‘belangeloos’ te komen doen. In het verhaal ‘Eten met Herman Koch’ werkt hij dat gegeven op hyperbolische en erg grappige wijze uit: ‘Persoonlijk ben ik er nog niet aan toegekomen uw boek te lezen. Zou u (liefst zo snel mogelijk!) een korte samenvatting van hooguit vijfduizend woorden kunnen schrijven waar uw boek over gaat, waarom u het geschreven hebt, hoe u op het idee gekomen bent etc.?’

En zo blijkt de tol van de roem tot bescheidenheid te stemmen. Als verslaggever voor Hard Gras (ook een afdeling in deze bundel) zit er nog wel de nodige glamour aan Kochs avonturen. Op pad met Hristo Stoichkov, de eigenzinnige Bulgaarse topspits van Barcelona. Naar Dinamo Kiev-Ajax met zijn zoon: het goede leven.

Maar de beroemde schrijver ontfutselt aan zijn huisarts elementen van het plot voor zijn nieuwe boek (een verhaaltje voor Arts & Auto, overigens), moet de laatste trein halen na een lezing in de bibliotheek moet de vraag beantwoorden of het autobiografisch is, wat hij net verteld heeft, en natuurlijk: toestaan dat de omslagen van al zijn boeken sprekend op die van zijn grote bestseller lijken.