Kleine school redt het met peuterklas en continurooster

Wat doen basisscholen in een krimpregio? Die vangen het dalende kindertal op door fusie. Of de leiding bedenkt iets slims waardoor de leerlingen weer toestromen.

Directeur Bernadette de Schepper van de St. Jozefschool in Nieuw-Namen had de hoop al bijna opgegeven. Haar basisschool kreeg steeds minder leerlingen en sluiting dreigde. De meeste kinderen uit het Zeeuws-Vlaamse dorp gingen iets verderop naar school, in het Belgische Kieldrecht. Daar zijn kinderen al vanaf 2,5 jaar welkom. „En dat bespaart ouders veel geld op de kinderopvang”, weet De Schepper.

Maar het schoolbestuur vond er iets op. Het kreeg toestemming van het ministerie van Onderwijs om ook peuters op te vangen – eigenlijk een proef voor achterstandswijken. De school telt inmiddels 63 leerlingen, een winst van tien. En als De Schepper nu weer ooievaars in het dorp ziet staan, denkt ze: „Fantastisch. Die zijn straks voor ons.”

Veel basisscholen hebben te maken met een daling van het leerlingtal. Vooral in krimpregio’s als Noordoost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen en Limburg neemt het aantal sterk af. Binnen drie jaar moeten 900 basisscholen in deze gebieden hun deuren sluiten, becijfert het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven.

Soms biedt fusie zulke scholen soelaas. Soms vinden directeuren en besturen andere, creatieve oplossingen.

Zo schakelde basisschool De Vossenschans in Ter Aar (Zuid-Holland) Twanny Verdonschot en Sandra van der Bolt in, die zich met hun bureau PR Factor toeleggen op krimpende scholen. Ze kozen voor ‘guerrillamarketing’: in heggen en struiken werden overal kerstballen met een kerstgroet van De Vossenschans opgehangen. Verdonschot: „We merken dat het als een magneet op nieuwe ouders en leerlingen werkt. Meestal levert zo’n actie meteen een aantal nieuwe aanmeldingen op.”

De PO-raad, de koepel van schoolbesturen in het basisonderwijs, is geen voorstander van het koste wat kost openhouden van kleine scholen. Als de ondergrens voor een school in zicht komt, minimaal 23 leerlingen, kunnen kwaliteit en „pedagogisch klimaat” in de knel komen, zegt voorzitter Kete Kervezee. Brede scholen met ‘dagarrangement’, open van zeven uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds, hebben volgens haar de toekomst. „Ze kosten minder per kind en bieden meer faciliteiten.”

Voorzitter Gerard Langeraert van Leertij, de stichting waar de Jozefschool in Nieuw-Namen onder valt, vindt concurrentie met Vlaamse scholen niet zo’n probleem. Maar hij begrijpt niet dat ook de Nederlandse onderling wedijveren. Soms is fusie onvermijdelijk. „Onbegrijpelijk dat sommige directeuren in Zeeuws-Vlaanderen elkaar binnen hetzelfde bestuur in de haren vliegen om dezelfde leerling binnen te halen. Dan denk ik: jullie hebben het totaal niet begrepen. Concurreer elkaar maar kapot”, zegt hij cynisch.

Basisschool Broekhem in krimpgemeente Valkenburg aan de Geul pakte het handiger aan. Door in te spelen op de behoefte van drukbezette ouders kon het kwijnende bestaan op de bovenverdieping van een andere school worden beëindigd. Directeur Wim von Wersch introduceerde het ‘continurooster’: les van half negen tot twee, zonder middagpauze. „Een gouden greep voor de parttime werkende ouder”, zegt hij. „Het is voor hen lastig hun kroost te halen en te brengen in de middagpauze. Dan werken ze liever.” Dus werkt ook de school door. „Leerlingen hebben nu de hele middag om met vriendjes of ouders door te brengen.” En door het continurooster steeg het leerlingenaantal explosief: van 72 naar 115.

Hoe effectief ook, Broekhem is de enige school met een continurooster. Het vraagt namelijk wel opofferingen van het personeel. Von Wersch: „We pauzeren niet meer. Van de Arbeidsinspectie mag dat nog net. Na de lesdag gaat het gebouw dicht, want dan moeten we een half uur rusten. Pas daarna zijn we weer beschikbaar voor ouders.”

Dat hij leerlingen afsnoept van collega-directeuren en hen daarmee met krimp opzadelt, is niet zijn probleem, zegt hij. „Ik moet ze ergens vandaan halen. Ik kan helaas geen blik nieuwe kinderen opentrekken.”