In Senegal vindt men één dode al te veel

In Senegal werd gisteren gestemd. Het land is een democratische uitzondering in een continent dat wordt geteisterd door staatsgrepen en verkiezingsgeweld.

Correspondent West-Afrika

DAKAR. Als de verkiezingen naar wens gaan, zwaait de donkere deur van nachtclub Thiossane straks weer open. Als het aan hem ligt, houdt het gedreun van een doffe bas volgende week de buurtbewoners uit hun slaap. Youssou N’Dour, de populairste muzikant van Senegal en net geen ex-presidentskandidaat, wil weer gaan zingen. Maar alleen als blijkt dat president Abdoulaye Wade de verkiezingen van gisteren heeft verloren. En optreden doet N’Dour meestal hier, in zijn eigen nachtclub Thiossane, een gebouw van één verdieping aan een drukke straat met mekkerende schapen en toeterende taxi’s.

Senegal maakte gisteren een keuze tussen de 85-jarige Wade, die er al twee ambtstermijnen heeft opzitten, en de zwierige ex-premier Macky Sall. De uitslag wordt later deze week bekendgemaakt. Alle oppositiepartijen staan achter Sall, omdat de kandidaatstelling van Wade omstreden is. Youssou N’Dour had tijdens de eerste ronde op 26 februari ook willen meedoen, maar dat werd onmogelijk gemaakt door het constitutionele hof. Toch voerde hij de afgelopen weken campagne. Niet voor zichzelf, maar voor Sall, wiens gezicht stond afgedrukt op een honkbalpetje dat N’Dour combineerde met een traditioneel gewaad.

De oude, autoritaire Wade moet opstappen, vindt de oppositie. Hij heeft te veel geld verspild, en hij wil dat zijn impopulaire zoon Karim hem straks opvolgt. Maar het zal er om spannen. Het is nog de vraag of Wade zijn nederlaag zal erkennen indien Sall de meeste stemmen krijgt. Zo zijn deze verkiezingen onwillekeurig een testcase geworden voor Senegals democratische traditie. Senegalezen zijn trots op die traditie. Ze hebben een reputatie hoog te houden.

Twaalf jaar geleden werd Wade op het schild gehesen als de man die sukkelend Senegal nieuw leven zou inblazen. Hij was de favoriete kandidaat van de vele werkloze jongeren die het vertrouwen in de politieke elite hadden verloren. De verkiezingen van 2000 waren de eerste in postkoloniaal Afrika waarin een gekozen staatshoofd zonder tegensputteren zijn verlies nam en plaats maakte voor een rivaal. Dat maakt Senegal bijzonder: het is een ‘democratische uitzondering’ in een continent dat geteisterd wordt door staatsgrepen en verkiezingsgeweld. Politiek analist Vincent Foucher van de denktank International Crisis Group: „Senegalezen voelen ze zich verplicht te laten zien dat zij anders politiek bedrijven. Er heersen vrij strikte collectieve opvattingen over wat politiek acceptabel is en wat niet. In de aanloop tot de eerste ronde is een aantal doden gevallen, en dat wordt Wade zwaar aangerekend. In Senegal vindt men één dode al te veel.”

Ook in religieus opzicht is Senegal een uitzondering. Het heeft een eigen interpretatie van soefi-islam die vormgegeven wordt door religieuze broederschappen. Aan het hoofd van de grootste broederschappen staan leiders met een bijna goddelijke status. Het zwart-witte portret van de stichter van de invloedrijke Mourides kleeft aan dashboards, bungelt onder achteruitkijkspiegels en is boven deurkozijnen geschilderd. Sommige jongeren lopen zelfs rond met kralenkettingen waaraan de foto van hun maraboet (religieus leider) hangt.

De maraboets dienen als gids voor de meeste aspecten van het openbare leven. Hier geldt voor alle plannen op de lange termijn: inshallah – als God het wil. Tegelijkertijd verdienen de broederschappen veel geld met wat hun aanhangers vrijwillig afdragen. Alle minibussen en de marktkramen zijn in handen van de Mouride-broederschap, die zetelt in de heilige – en belastingvrije – stad Touba.

Geen wonder dat Abdoulaye Wade, zelf een Mouride, weleens geneigd was met een koffer contant geld naar Touba af te reizen. Hij gaf niet alleen gul aan de leider van zijn eigen broederschap, ook het hoofd van de belangrijke Tidjane-clan kreeg Wade geregeld over de vloer. Een van de meest populistische maraboets verklaarde ruim een week geleden dat hij een droom had gehad die uitwees welke kandidaat Gods voorkeur krijgt. En dat is Wade. Het stemadvies van een religieus leider heeft vooral weerklank op het platteland, waar tweederde van de twaalf miljoen Senegalezen woont, zegt analist Abdou Lô. „Natuurlijk zijn er nog altijd mensen die slaafs doen wat de maraboet hen opdraagt. Maar veel stadsbewoners kunnen tegenwoordig heus wel onderscheid maken tussen godsdienst en politiek. Zij vinden dat een maraboet zich niet met verkiezingen hoort te bemoeien.”

De politieke invloed van de maraboets moet niet overschat worden, zegt ook Vincent Foucher van de International Crisis Group. „Het is niet zo dat ze iedereen maar even kunnen vertellen hoe gestemd moet worden.” Belangrijker is de rol die de broederschappen spelen in het bewaren van de harmonie. Godsdienst houdt Senegal stabiel. „De aanwezigheid van kalifaten is een controlemechanisme voor de staat”, zegt Foucher. „De leiders kennen elkaar allemaal, ze bezoeken elkaar en nodigen elkaar uit op religieuze feestdagen. En ze hebben het telefoonnummer van iedereen die iets voorstelt. Zodra er een meningsverschil dreigt te ontstaan, rukt de hiërarchie uit om de boel glad te strijken. Ze zijn behoudend: ze willen geen maatschappelijke onrust. Samen vormen ze een autonome macht die tot dusver heeft voorkomen dat de staat alle middelen naar zich toe trekt, zoals bijvoorbeeld in Gabon en Equatoriaal Guinee is gebeurd.”