In het land overheerst berusting, vooralsnog

In de jaren tachtig lag het land plat, toen het kabinet-Lubbers de salarissen van ambtenaren verlaagde. Ook nu zijn de bonden woedend over vastgelopen cao-onderhandelingen en miljarden aan bezuinigingen. Maar van massaal verzet is geen sprake. Wat is er veranderd?

PVV-voorman Geert Wilders, vanmorgen in de tuin van het Catshuis. Foto Pierre Crom

Werkgeversvoorman Bernard Wientjes pleitte er zondag in televisieprogramma Buitenhof nog maar eens voor. En bij de onderhandelaars in het Catshuis is-ie zeker populair. De nullijn voor overheidspersoneel. Geen salarisverhoging meer voor ambtenaren.

Als het kabinet-Rutte niet valt en het Catshuis de nullijn inderdaad afkondigt, dan zou dat een formele zegening zijn van iets wat er in de praktijk deels al is. Veel ambtenaren zitten al een tijdje op de nullijn.

In de publieke sector (1,5 miljoen werknemers) ligt namelijk een record aantal cao-onderhandelingen stil. Personeel van zeer divers pluimage wacht op een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst (cao), en op de salarisverhoging die daar doorgaans bij hoort. Agenten, rechters, onderwijzers, hoogleraren en ander universitair personeel, huisartsen in loondienst, rijks-, gemeente- en provincie-ambtenaren. Bij veel cao’s liggen de onderhandelingen al meer dan een half jaar stil.

De cao voor de 115.000 rijksambtenaren is illustratief voor de patstelling. Het kabinet biedt een salarisverhoging van nul procent. De bonden zijn boos weggelopen. De cao is sinds januari vorig jaar verlopen. In de tussentijd wint het kabinet. Want geen cao betekent geen loonsverhoging om de inflatie te compenseren. Wel krijgen de ambtenaren de periodieke loonsverhogingen waarvoor ze in aanmerking komen, de extra stapjes bij goed of normaal functioneren.

De bonden zijn boos over de vastgelopen onderhandelingen en over de miljarden euro’s aan bezuinigingen waartoe het kabinet al besloot. Maar wat merken we daar tot nu toe weinig van. In de jaren tachtig lag het land plat, toen het kabinet-Lubbers de salarissen van ambtenaren verlaagde. Trambestuurders, brandweermannen en vuilnismannen voerden maandenlang een koude oorlog tegen het kabinet.

Daarmee vergeleken komt het verzet nu lauw over. De strijdbaarheid van het overheidspersoneel en ook van burgers over bezuinigingen is laag. Ophef? Mwah. Woede? Mmm. Verontwaardiging? Een beetje.

Natuurlijk, 50.000 onderwijzers kwamen in maart boos bijeen. Vorige week donderdag demonstreerde een paar duizend man op het Malieveld tegen de bezuinigingen op sociale werkplaatsen. Politieagenten deelden in maart een week geen bonnen uit. En de bonden hebben nieuwe acties aangekondigd. In april gaan de gemeenteambtenaren actievoeren. Onder hen bevinden zich vuilnismannen van de gemeentelijke reinigingsdiensten. Die legden in 2010 Amsterdam en Utrecht plat door geen huisvuil meer op te halen.

Tot nu toe lijkt het wel of de demonstranten na hun dagje verontwaardiging weer overgaan tot de orde van de dag. „Misschien zijn ze bang voor hun baan”, zegt Paul de Beer, directeur van het wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging. Er wordt immers ook fors bezuinigd. Het overheidspersoneel weet niet één vuist te maken. In 1992 kregen de verschillende soorten overheidspersoneel verschillende cao’s. „Die decentralisatie had de bedoeling het overheidspersoneel uit elkaar te spelen”, zegt Jelle Visser, hoogleraar arbeidsverhoudingen in Amsterdam. „Dat is gelukt.”

De bonden weten bovendien dat ambtenaren op weinig sympathie kunnen rekenen bij de rest van de bevolking. Dus is de strategie: trek het breder. Demonstraties en acties draaien niet om loonsverhoging maar om de kwaliteit van het onderwijs. Of om het wegvallen van buslijnen. Of om „kwetsbaar Nederland”. Visser: „Bij acties voor overheidspersoneel kan je niet met koopkrachtbehoud aankomen. De bonden moeten ervoor waken dat het publiek zich niet tegen hen keert.”

Volgens De Beer is het moeilijk te onderscheiden of bonden met hun klachten over de kwaliteit van bijvoorbeeld het onderwijs proberen hun looneisen te verkopen aan een groter publiek of dat de zorgen echt zijn. „Het zal een combinatie zijn.” De politieman en de onderwijzer hebben geen vanzelfsprekend gezag meer, en genieten bij burgers dus ook geen automatische sympathie. Visser: „De perceptie is dat mensen in de publieke sector het makkelijker hebben, of dat nou waar is of niet. Speciaal onderwijs en de zorg kunnen nog op een beetje steun rekenen. Maar de algemene houding is desinteresse. Iedereen moet bezuinigen, dus de overheid ook.”

Corrie van Brenk, vicevoorzitter van ambtenarenbond Abvakabo FNV, geeft volmondig toe dat de publieke reactie op de protestacties van het overheidspersoneel lauw is. „Wij hebben het onderzocht. Mensen vinden het prima als ambtenaren geen loonsverhoging krijgen. Maar als je dan van die ambtenaar een ambulancemedewerker maakt, vinden ze opeens iets heel anders. Mensen hebben geen idee welk effect deze bezuinigingen hebben. Maar het is verdomde lastig om die boodschap over te brengen.”

Over de bezuinigingen in het algemeen halen burgers tot nu toe de schouders op. Ze zijn er al jaren psychisch rijp voor gemaakt. Het vorige kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie liet ambtenaren al tientallen miljarden euro’s aan saneringen bedenken. Wat nog schokkend was in de jaren tachtig, na decennia groei en uitbouw van de verzorgingsstaat, is nu business as usual. De overheid bezuinigt, tja, dat hebben we al zo vaak gehoord. Paul Dekker van het Sociaal en Cultureel Planbureau: „Er is gelatenheid. Men denkt dat er veel winst te halen valt met efficiënter werken, blijkt uit onze onderzoeken.”

Kansrijk zijn de acties niet. Het overheidspersoneel demonstreert tegen de vorige bezuinigingsronde, in het Catshuis onderhandelen ze al over een nieuwe. Waarom voeren de bonden dan toch actie? Visser: „De bonden moeten laten zien dat ze er zijn.” Als de bonden niet protesteren, zeggen mensen: wat voor nut heeft die vakbond nog? Tegelijk is de kans op succes klein, en dan zeggen mensen ook: wat voor nut heeft de vakbond nog? De Beer: „De bonden kunnen niet winnen. Het is heel belangrijk wat in het Catshuis gaat gebeuren. Als daar een pakket uitkomt dat protest veroorzaakt bij de bevolking, dan kan het verzet van de bonden breder gedragen worden. Zolang het bij afzonderlijke acties van diverse soorten overheidspersoneel blijft, zal het beroep op het algemeen belang moeilijk aanslaan.”