In een lang lint langs het knekelhuis

Vlaanderen is twaalf dagen lang in de ban van de wielerkoersen over kasseien. Mythische stenen, of de slechtste wegen van België.

Wevelgem - Belgium - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - illustration of the pack pictured during 74e Gent - Wevelgem worldcup cycling race - Coupe du Monde wereldbeker - worldtour - foto Wessel van Keuk and Cor Vos ©2012 Cor Vos

Vijf minuten voor de start van de Vlaamse wielerklassieker E3 Harelbeke loopt er plotseling een bejaarde fan over het parcours. Vlak langs de wachtende wielrenners.

Het zwart-geel geblokte wielershirt van de man is al sinds de jaren tachtig niet meer hip. Zijn spierwitte kuiten steken schril af tegen de gebruinde benen van de beroepsrenners. Maar trots paradeert hij langs de dranghekken, zijn fiets aan de hand. Het is namelijk koers, in Vlaanderen. Dan hebben álle wielrenners voorrang.

Een kwartier voordat de kopgroep vrijdag in de E3 Prijs aan de beklimming van de legendarische Muur van Geraardsbergen begint, komen drie jongetjes van een jaar of twaalf soepel aan op de top. Callens Pompen Gent, staat er op hun tenue. Een sponsor kun je als wielrenner nooit te vroeg hebben. De jongens hebben zojuist de zware klim bedwongen, vlak voor het peloton uit. Ook dat is koers, in Vlaanderen.

Twaalf dagen lang, van afgelopen woensdag tot en met komende zondag, doorkruist het wielerpeloton Vlaanderen. Van Dwars door Vlaanderen naar de E3 Harelbeke van vrijdag, via Gent-Wevelgem (gisteren) naar de Driedaagse De Panne en de allergrootste wedstrijd, de Ronde van Vlaanderen. In de Vlaamse wielerweek is het zeven dagen koers in twaalf dagen tijd.

Voor verstokte wielerfans is het de week van het jaar. Met honderden, duizenden staan de supporters op de Paterberg en de Oude Kwaremont, of met een transistorradio in een weiland langs de weg. Bij de start roepen kinderen, volwassen mannen en stokoude omaatjes om de handtekeningen van hun helden. Als de grote Tom Boonen elke blocnote die hem wordt voorgehouden zou aanpakken, zou hij zeven dagen kunnen tekenen. „Er is altijd heel veel publiek, dat maakt deze koersen schitterend”, vertelt de Nederlandse renner Koen de Kort enthousiast. In Vlaanderen gaat het deze week om wielrennen. Als De Kort op zijn hotelkamer tv kijkt, gaat een op de twee programma’s over de koers.

Zeven dagen lang komen de renners dezelfde hellingen tegen. Vijf keer moeten ze over de Oude Kwaremont, drie keer over de Eikenberg. Het zijn vaak dezelfde fans die zich voor iedere race bij de teambussen verzamelen. En het peloton doet dezelfde dorpjes aan. Zottegem, Tiegem en Kruishoutem. „Alleen de volgorde verandert steeds”, lacht Rabobank-renner Dennis van Winden bij de start in Harelbeke. De 24-jarige renner rijdt dit jaar zijn tweede Vlaamse wielerweek. „Ik heb wel eens gedacht dat we linksaf zouden gaan, maar dan moesten we naar rechts”, grijnst hij. Twee dagen eerder was het dan andersom.

Het peloton koerst zeven dagen lang over smalle, slingerende kasseienstroken. Volgens wereldkampioen Mark Cavendish zijn het „de slechtste wegen van België”. Het is het terrein van de Flandriens, de wielerhelden van Vlaanderen. Flandriens vallen aan, tegen beter weten in. Hoe onverstandiger de uitbraak, hoe enthousiaster het publiek.

Flandriens worden niet alleen in Kluisbergen of Kerkhove, maar ook in Kazachstan geboren. Dimitry Muravyev is een van de weinige renners uit het peloton die de hele Vlaamse wielerweek rijdt. „Ik ken hier alle wegen”, vertelt Muravyev. De Kazach reed lang bij Belgische ploegen en weet inmiddels dat hij bij het opdraaien van de Taaienberg het gootje aan de rechterkant moet opzoeken. Volgens kenners heeft Muravyev de perfecte bouw voor de kasseienklassiekers. Hij is lang, pezig en sterk: een levende schokdemper.

De renner van Team Astana zou zo graag een klassieker willen winnen, vertelt hij in Harelbeke, terwijl zijn blik alvast naar de finish dwaalt. Het lukt bijna. Muravyev rijdt lang vooruit, samen met Sylvain Chavanel. Maar de twee vluchters worden zes kilometer voor de finish ingehaald en Tom Boonen wint de sprint.

Na zeven dagen kasseien hebben de renners geen geheimen meer voor elkaar. Wie goed is in Dwars door Vlaanderen, is ook goed in Gent-Wevelgem, vertelt Koen de Kort. „In de finales zie je steeds dezelfde renners.” Vrijdag in Harelbeke tipt De Kort Fabian Cancellara als de grote favoriet. Hij hoopt ook zelf op succes: na zijn derde plaats in Dwars door Vlaanderen is zijn aanzien in het peloton gestegen. „Ik word nu gezien als een goede renner om mee te ontsnappen, dat kan helpen.” Maar Cancellara krijgt twee keer een lekke band en De Kort breekt een rib bij een valpartij. Offers van het peloton. „Mythische stenen”, had De Kort de Vlaamse kasseienstroken voor de koers nog genoemd. „Die wegen zijn zo oud, die stenen liggen er al eeuwen.” Wie eroverheen rijdt, rijdt over wielerhistorie. En wordt deel van de wielerhistorie.

Sébastien Delfosse schrijft ook geschiedenis met zijn demarrage op de Muur van Geraardsbergen. Zijn eigen geschiedenis. Op de wikipedia-pagina van de Belgische renner prijkt een dag later al een foto van zijn vlucht uit de kopgroep. Als eerste komt Delfosse boven, gadegeslagen door het Mariabeeld boven de ingang van de kapel op de top van de Oudenberg.

Het kerkje is al honderden jaren een bedevaartsoord. Binnen zijn de muren van de kapel geheel bedekt met marmeren bordjes. „Dank voor volkomen genezing”, staat er op een van de plaquettes. In een groot schrift op een tafeltje hebben bedevaartgangers hun wensen geschreven. „Bescherming van al die mij dierbaar zijn”, of meer materiële noden als „een huisje” en hulp voor Thomas bij zijn vrachtwagenrijbewijs. Een rennersgebed: dank voor de goede benen op de Muur.

In Gent-Wevelgem gaat het er op de Kemmelberg niet om wie het eerst boven is, maar het eerst beneden. Heelhuids. De afdaling is berucht. Jarenlang werd afgedaald over scheve kasseien, steil naar beneden. Bidons trilden er uit hun houders, wielrenners schoven onderuit – met zicht op het knekelhuis onderaan de helling. Onder het monument zijn de stoffelijke resten begraven van 5.249 Franse soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog op en rondom de heuvel sneuvelden.

In de afdaling van de Kemmelberg viel de Belgische renner Hendrik Redant vijftien jaar geleden zo hard op zijn elleboog dat zijn carrière voorbij was. Open breuk met botverlies. Een bordje bij het ossuarium richt het woord tot het langs zoevende peloton. Voorbijganger, zij gaven hun leven opdat u vrij en gelukkig leve, luidt de boodschap. En kan koersen.

Vier jaar geleden is het parcours verlegd, maar in de bocht bij het knekelhuis staat nog steeds een ambulance. Het peloton, met voorin Tom Boonen die even later weer de eindsprint zou winnen, glijdt echter in een lang lint langs het monument en zet koers richting Wevelgem, langs weilanden en militaire begraafplaatsen. ‘Hij is op weg naar Wevelgem, hij is op weg naar niets’, dichtte Tom Lanoye. Maar Tom Boonen lijkt op weg naar de Ronde van Vlaanderen.