Een speech is pas goed als er iemand huilt

I have a dream – waarom slagen Nederlandse politici er nooit in om de welsprekendheid van hun Amerikaanse collega’s te evenaren? We richten ons in Nederland te veel op de inhoud en te weinig op de impact.

Speechschrijver

Nederlanders hebben wat betreft speechen een minderwaardigheidscomplex. Als het over de Amerikaanse presidentsverkiezingen gaat, hoor je geregeld de verzuchting: ‘Dat kunnen wij niet. Die Amerikanen zijn daar zo knap in. Wij hebben geen sprekerscultuur.’

Is dat zo? En als het zo is – kunnen we ons dat wel permitteren in deze tijd van internet en digitale media, waarin het gesproken woord steeds belangrijker wordt?

Inderdaad valt er weinig af te dingen op het feit dat Amerikanen meesters zijn in het spreken in het openbaar, maar zo slecht doen we het in Nederland nu ook weer niet. Vergelijk het technische gewauwel van politici uit de jaren tachtig en negentig eens met de debatten en speeches van nu. Politieke leiders op de linker- en rechtervleugel houden vlammende toespraken gevuld met oneliners, beeldspraken en vergelijkingen. Wilders’ Henk en Ingrid vormen inmiddels een vast onderdeel van het parlementaire vocabulaire. En zagen we niet allemaal de heggeschaar voor ons waarmee premier Rutte volgens Emile Roemer (SP) onze kwetsbare economie te lijf ging?

Politici en bestuurders omringen zich in toenemende mate met professionele speechadviseurs en -schrijvers die goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in Europa en de Verenigde Staten.

Het meest treffende bewijs hiervan zag ik vorige week bij de speechschrijversconferentie van Ragan Communications in Washington. Daar hadden een paar honderd speechschrijvers uit de VS en de rest van de wereld zich verzameld. Op het hoogtepunt van de dag ontving speechschrijfster Annelies Breedveld van ons ministerie van Defensie een staande ovatie voor haar bijdrage aan de speech van generaal Van Uhm op TEDx Amsterdam, die toen in uniform met een geweer voor de borst op het podium verscheen. Goed speechen kan dus ook in Nederland.

Kunnen we nog wel wat leren van de Amerikanen, of zijn we hen inmiddels voorbijgestreefd? Dit was de vraag in mijn achterhoofd waarmee ik naar de conferentie was afgereisd. Veel van de onderwerpen die daar werden behandeld, kennen we in Nederland wel. Dat je verhalen moet vertellen, omdat mensen die beter onthouden dan feiten. Dat een beeld meer zegt dan duizend woorden. Dat je een speech persoonlijk moet maken om er meer emotionele lading aan te geven.

Dit was weinig nieuws onder de zon, totdat een panel van voormalig speechschrijvers van de presidenten Bush, Reagan en Clinton aanschoof, voor een terug- en vooruitblik op de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Uit de felle discussie tussen Democraten en Republikeinen – andere smaken bestaan er niet in Washington – bleek dat de Amerikaanse cracks ons wel degelijk iets kunnen leren.

1Amerikaanse politici stoppen veel meer tijd en aandacht in hun speeches dan Nederlandse politici. Ieder woord wordt afgewogen. Over vergelijkingen en oneliners wordt lang nagedacht en gediscussieerd. Amerikaanse speeches zijn superieur qua klank, ritme, herhaling – de muziek van de speech. „Ask not what your country can do for you, ask what you can do for your country.” „I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed…” „Mr. Gorbachev, tear down this wall!”

2We richten ons in Nederland te veel op de inhoud en te weinig op de impact. Onze politici zijn vooral bezig met de boodschap die zij willen zenden. Amerikanen leggen meer nadruk op het bereiken van een emotioneel effect bij het publiek: moving the crowd from A to B. Wat wil je publiek horen? Welke hoop, welke dromen van het publiek kun je vervullen? De spreker die zich in Nederland hierop richt, wordt al snel versleten voor populist – maar gaat er ondertussen wel met de stemmen vandoor.

3Misschien wel het belangrijkste: Amerikanen schuwen het niet om in speeches een niveau dieper te gaan en te spreken over gedeelde waarden en persoonlijke overtuigingen. Speeches are about the speaker. Als de spreker overtuigend kan brengen waar hij voor staat en waar hij het land heen wil brengen, zal hij de harten van de kiezers winnen. Denk aan de gevleugelde woorden waarmee president Obama eind 2011 de aanval inzette op zijn politieke tegenstanders: I believe that this country succeeds when everyone gets a fair shot, when everyone does their fair share, and when everyone plays by the same rules. Those aren’t Democratic or Republican values. […] They’re American values, and we have to reclaim them. Dit gaat over meer dan beleid of politiek. Dit gaat over de ziel van het Amerikaanse volk. In Nederland is het benoemen van waarden nog steeds gevoelige materie. De politiek laveert voorzichtig eromheen.

Men zegt weleens dat wat er in de Amerikaanse verkiezingen gebeurt, een paar jaar later overwaait naar Europa. Mijn voorspelling is dat speeches – in een handomdraai te bekijken op YouTube – een veel prominentere rol zullen spelen bij de volgende Nederlandse verkiezingen.

Campagnebureau BKB voorzag deze trend al bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 en organiseerde een speechwedstrijd tussen een aantal fractievoorzitters – Mark Rutte (VVD), Job Cohen (PvdA), Femke Halsema (GroenLinks) en Alexander Pechtold (D66) – in uitgaansgelegenheid Paradiso, in Amsterdam. Het werd een groot succes, maar de media pikten het nauwelijks op.

Dit zal de volgende keer anders zijn. Speeches geven verkiezingskandidaten tijd en ruimte om te vertellen over zichzelf, waar ze voor staan en waar ze Nederland naartoe willen brengen. Zo stellen zij de kiezer voor een duidelijke keuze. Waarom zou jij moeten stemmen op deze kandidaat? Crisis of niet, dáár zal het bij de volgende verkiezingen om gaan. Het zal het voor iedereen leuker, interessanter en waardevoller maken.