Duiveltje

Ismaïl Aissati is een van de wonderlijkste spelers in de eredivisie. In zijn jeugd werd hij betiteld als het grote talent op de Nederlandse velden. Nog niet zo lang geleden grepen Ajax-fans naar hun hoofd als zijn naam werd omgeroepen.

Gisteren maakte Aissati een doelpunt en versierde een strafschop tegen PSV. Ajax won met 2-0. Aissati was de held.

Aissati lijkt maar niet ouder te worden. Hij is al jarenlang zeventien jaar. Op die leeftijd maakte hij zijn debuut in de eredivisie. Aan de zijlijn huppelde een jongen met grote, vragende ogen. Hij viel in voor Phillip Cocu, speelde een paar minuten mee en raakte twee keer de bal.

Als een kind zo blij, was hij.

Ik schatte Aissati altijd kleiner in dan hij in werkelijkheid was. Zijn lengte: 1 meter 74. Hij leek nog zo onvolgroeid toen hij naast Ibrahim Afellay stond, na afloop van de uitwedstrijd van PSV tegen AC Milan. Aissati speelde geweldig. Als zijn grote broer deed Afellay het woord.

Afellay en Aissati woonden in Utrecht. Ze namen op trainingsdagen de trein naar Eindhoven. Samen in de coupé uit het raam staren. Samen de kauwgom delen. Samen praten over voetbal. Het was zo’n duo dat je niet uit elkaar moest halen. Het gebeurde toch. Afellay ging naar Barcelona, Aissati zoekt nog altijd de juiste plek.

Vlak voor het afgelopen weekend werd hij geïnterviewd. Aissati vertelde dat hij naar een andere club wilde. Het liefst vertrok hij naar Spanje. Hij besefte dat een club als Real of Barcelona niet haalbaar was, maar een middenmoter waar hij iedere week kon spelen? Graag.

Een vreemde uitspraak als je een paar uur later een topper moet spelen in de Arena. Daarmee maak je je niet geliefd bij je club en de supporters.

Huist er een duiveltje in Aissati? Hij lijkt de aardigste jongen van de klas, maar er kleven altijd verhalen aan hem. Hij zwalkt van club naar club: PSV, Ajax, Vitesse, weer terug naar Ajax. Wat wil Aissati? Zelfs als het om spelen voor het nationale elftal gaat, hult hij zich in nevelen. Wil hij spelen voor Nederland of Marokko? Aissati: „Misschien. Of Suriname. Of Turkije.”

Er is geen land dat voldoet. Er is geen club waar hij voor wil sterven. Er is geen trainer die hem voldoende begrijpt. Aissati lijkt eeuwig zoekende. Ik kan geen grip op hem krijgen. Gisteren scoorde hij met een boogbal in de kruising. Een mooi schot, zeiden velen. Behalve Aissati: „Het was een voorzet, ik mikte op de tweede paal.”

Aissati heeft één geluk. Waar hij ook gaat of staat, de bal is trouw en gehoorzaam. Dat moet een geruststellende gedachte zijn. Zelfs op hoge snelheid gaat de bal als een slaafs hondje met zijn baas mee. Aissati’s wendbaarheid, zijn traptechniek: prachtig. Gisteren was hij zelfs gevaarlijk met het hoofd. De tv-verslaggever: „Een open kopkans voor Aissati!”

Kleine voetballers zijn aan de macht. Messi, Sneijder, Van der Vaart en in Nederland Clasie, Beerens en Mertens. Aissati hoort in het rijtje thuis. Het wordt tijd dat hij een club trouw blijft en wekelijks toont hoe goed hij kan voetballen. Wordt de ‘verloren zoon’ kampioen met Ajax? Het zou een mooi verhaal zijn.