Democratie in Senegal wint toch

De verkiezingen in Senegal waren een test voor de democratie. President Wade paste de grondwet aan voor een derde termijn. „We laten zien dat wij een volwassen democratie hebben”, zei Sall.

Er werd gevreesd voor gevechten, maar Dakar vierde gisteren feest na de zege van oppositieleider Sall. Foto Reuters

De donkere deur onder de scheefhangende plastic luifel van nachtclub Thiossane zwaait straks weer open. Aan het eind van de week houdt het gedreun van een doffe bas de buurtbewoners als vanouds uit hun slaap. Youssou N’Dour, de populairste popmuzikant van Senegal, kan weer gaan zingen.

De Senegalese staatstelevisie meldde gisteravond dat Abdoulaye Wade, president sinds 2000, erkent dat hij de verkiezingen heeft verloren. Na een rustige dag vierden duizenden jongeren ’s avonds feest op straat. Wade moest opstappen, vond ook N’Dour, die de afgelopen weken campagne voerde voor diens rivaal Macky Sall. Alleen dan, bij het verlies van Wade, zou hij nog optreden. En optreden doet N’Dour meestal hier, in zijn eigen nachtclub Thiossane, een gebouw van één verdieping aan een drukke straat met mekkerende schapen en toeterende taxi’s.

Senegal koos gisteren voor de zwierige ex-premier Macky Sall, en tegen de 85-jarige Wade, die er al twee ambtstermijnen had opzitten. „De grote winnaar van deze verkiezingen is het Senegalese volk”, zei Sall in een verklaring. „We hebben de wereld laten zien dat wij een volwassen democratie hebben.”

Dat was niet vanzelfsprekend. De verkiezingen stonden onder spanning door de omstreden kandidatuur van Wade: hoewel een president volgens de grondwet na twee termijnen dient te vertrekken, had Wade de wet zo aangepast dat hij kon meedoen. Felle demonstraties in de hoofdstad Dakar brachten hem niet op andere gedachten.

Gevreesd werd dat Wade zijn zin zou doordrijven en zich tot winnaar zou uitroepen. Zo werden deze verkiezingen een testcase voor Senegals democratische traditie. Senegalezen zijn trots op die traditie. Ze hebben een reputatie hoog te houden.

Twaalf jaar geleden werd Wade op het schild geheven als de man die sukkelend Senegal nieuw leven zou inblazen. Hij was de favoriete kandidaat van jongeren die het vertrouwen in de politieke elite hadden verloren. De verkiezingen van 2000 waren de eerste in postkoloniaal Afrika waarin een gekozen staatshoofd zonder tegensputteren zijn verlies nam en plaats maakte voor de oppositie.

Dat maakt Senegal bijzonder: het is een ‘democratische uitzondering’ in een continent dat geteisterd wordt door staatsgrepen en verkiezingsgeweld. En die gedachte lijkt te werken als self-fulfilling prophecy, zegt politiek analist Vincent Foucher van de denktank International Crisis Group. „Senegalezen denken oprecht dat zij anders politiek bedrijven, dus voelen ze zich ook verplicht te laten zien dat ze dat doen. Er heersen vrij strikte collectieve opvattingen over wat politiek acceptabel is en wat niet. In de aanloop tot de eerste ronde zijn een aantal doden gevallen, en dat is Wade zwaar aangerekend. In Senegal vindt men één dode al te veel.”

Ook in religieus opzicht is Senegal een uitzondering. Het heeft een eigen interpretatie van sufi islam, die vormgegeven wordt door religieuze broederschappen. Aan het hoofd van de grootste broederschappen staan leiders met een bijna goddelijke status. Het zwart-witte portret van de stichter van de invloedrijke Mourides, dat gebaseerd is op een stokoude foto, bungelt onder achteruitkijkspiegels en staat boven deurkozijnen geschilderd. Sommige jongeren lopen zelfs rond met kralenkettingen waaraan de foto van hun marabout, of relgieus leider, hangt.

De marabouts dienen als gids voor de meeste aspecten van het openbare leven. Hier geldt voor alle plannen op de lange termijn: inshallah – als God het wil. Tegelijkertijd verdienen de broederschappen veel geld met wat hun aanhangers vrijwillig afdragen. Alle minibussen en de marktkramen zijn in handen van de Mouride-broederschap, die zetelt in de heilige – en belastingvrije -- stad Touba.

Geen wonder dat Abdoulaye Wade, zelf een Mouride, weleens geneigd was met een koffer contant geld naar Touba af te reizen. Hij gaf niet alleen gul aan de leider van zijn eigen broederschap, ook het hoofd van de belangrijke Tidjane-clan kreeg Wade geregeld over de vloer.

Senegalese politici kunnen de marabouts niet negeren. Maar de politieke invloed van de religieuze leiders moet ook weer niet overschat worden, zegt Vincent Foucher, analist en onderzoeker van International Crisis Group. Belangrijker is dat de broederschappen een rol spelen in het bewaren van de harmonie. Godsdienst houdt Senegal stabiel.

„De aanwezigheid van kalifaten is een controlemechanisme voor de staat”, zegt Foucher. „De leiders kennen elkaar allemaal, ze bezoeken elkaar en nodigen elkaar uit op religieuze feestdagen. En ze hebben het nummer van iedereen die iets voorstelt. Zodra er een meningsverschil dreigt, gaat de hiërarchie werken. Ze willen geen maatschappelijke onrust. Samen vormen ze een autonome macht die tot dusver heeft voorkomen dat de staat alle middelen naar zich toe trekt.”

Een populistische marabout verklaarde ruim een week geleden dat Gods voorkeur voor Wade hem in een droom was onthuld. De anderen kunnen blij zijn dat ze hun mond hebben gehouden, nu Macky Sall heeft gewonnen. Zo’n stemadvies wordt door veel stadsbewoners niet langer op prijs gesteld, zegt analist Abdou Lô. „Natuurlijk zijn er nog altijd mensen die slaafs doen wat de marabout hun opdraagt. Maar veel stadsbewoners kunnen tegenwoordig heus wel onderscheid maken tussen godsdienst en politiek. Zij vinden dat een marabout zich niet met verkiezingen hoort te bemoeien.”