De al afgeschreven man van de wedstrijd

Ismaïl Aissati had een belangrijk aandeel in de zege van Ajax op zijn oude club.

Redacteur Voetbal

Amsterdam. Met zijn sprint naar de reservebank wilde Ismaïl Aissati na zijn wonderlijke doelpunt tegen PSV vooral uiting geven aan het teamgevoel. De Ajacied had niet per se Aras Özbiliz op het oog toen hij die wisselspeler in de armen vloog. Het ging hem er vooral om ook de jongens op de bank bij het feestje te betrekken. En het was bedoeld als eerbetoon aan de vele geblesseerde spelers. „Want we doen het met z’n allen.”

Precies aan die jongens met blessures is het te danken dat de nog niet zo lang geleden afgedankte Aissati een plek in het eerste elftal kreeg. „Ik kom uit een diep dal”, zei de geboren Utrechter gisteravond na de topper tegen PSV (2-0). Eigenlijk was hij al afgeschreven in Amsterdam, verbannen naar Jong Ajax om samen met de in ongenade gevallen spits Mounir El Hamdaoui uit te zien naar een andere club. De 23-jarige technicus had op het punt gestaan zijn contract in te leveren, tot hij in november vorig jaar weer bij de groep werd geroepen door trainer Frank de Boer.

Nog steeds heeft hij van Ajax niets gehoord over zijn toekomst bij de club. Een eventueel kampioenschap, waar in Amsterdam weer over wordt gesproken, zou hij dan ook „een fantastisch afsluiter” van zijn moeizame tijd bij Ajax vinden. Wel lijkt zijn rehabilitatie afgerond nu hij tegen PSV, de club waar hij zijn opleiding genoot, het verschil maakte. Kort na de openingstreffer na rust, een prachtige „deels bewuste” krul in de verre hoek, versierde hij een penalty toen PSV-verdediger Marcelo hem een been bood om over te struikelen. Siem de Jong was koelbloedig vanaf elf meter.

En dan ben je de man van de wedstrijd. Aissati dus, die in augustus 2005 voor PSV debuteerde in de eredivisie als (net) zeventienjarige. Hij viel toen in voor huidig PSV-coach Phillip Cocu in een wedstrijd bij Roda JC. Kort daarop maakte hij indruk in de Champions-Leagueduels met AC Milan. Middenvelder Cocu was destijds lovend over de jongeling die midden in een succesvolle PSV-periode samen met Ibrahim Afellay voorzichtig maar overtuigend aan de deur klopte in een selectie die bijna jaarlijks kampioen werd. Dat waren andere tijden.

Trainer Cocu moest nu toezien hoe de in 2008 bij PSV vertrokken Aissati gistermiddag de matte Eindhovense ploeg zijn verdiende loon gaf. PSV speelde zonder durf en zonder felheid. Cocu, ongeslagen nog sinds hij twee weken geleden de ontslagen trainer Fred Rutten opvolgde, leek naar de Arena te zijn gekomen voor een gelijkspel. In zijn tijd als speler werd in de spelersbus naar Amsterdam al ingezet op hoe groot de zege uit zou vallen in de Arena. Ja, ook dat waren andere tijden.

Ajax speelde niet groots, zeker niet in de eerste helft. Veldoverwicht was er, maar de aanvallend gemankeerde ploeg van De Boer kon niet afdwingen waar het recht op had. Pas na rust was er een bevlieging van Christian Eriksen, die na twee schijnbewegingen een hard schot in het zijnet loste. Daarna volgden de beslissende momenten van Aissati. Onderwijl bleef PSV onveranderd doormodderen, ook na de 2-0.

Het gejuich diep in de tweede helft ter begeleiding van elke pass van Ajacied naar Ajacied was een vernederende bevestiging van de onmacht van PSV. Een speels gejuich ook dat dit seizoen nog niet te horen was geweest in Amsterdam. „We wilden regeren in de Arena”, sprak rechtsback Ricardo van Rhijn, de uitstekende stand-in van de geblesseerde Gregory van der Wiel, die de snelle en vaak belangrijke PSV-aanvaller Dries Mertens gistermiddag aan banden legde.

Een Ajacied zou na gisteren kunnen gaan zweven, maar aan Amsterdamse bluf brandt bijvoorbeeld Van Rhijn zich niet. „Laten we nu eerst maar eens wedstrijd voor wedstrijd zien.” Ajax won zeven duels op rij en dat deed dit seizoen nog geen enkele ploeg in de eredivisie. Frank de Boer voert de spelersgroep inmiddels voor de wedstrijd beelden van het kampioensfeest vorig seizoen. En van succesvolle sporters, zoals Michael Jordan en een wielrenner van wie Aissati even niet op de naam kan komen. „Een winnaar in ieder geval.”