Bij Tillim is het nooit zwart of wit

‘Tautira, Tahiti’ (2010). Foto Guy Tillim

Guy Tillim, Second Nature. T/m 3 juni in Huis Marseille, Amsterdam. Inl: huismarseille.nl

Het was mooi geweest, vond Guy Tillim in 2010. De Zuid-Afrikaanse fotograaf huurde een bootje en reisde als een 21ste-eeuwse Paul Gauguin naar Tahiti. Wat Tillim aantrof, het eiland dat ooit als exotische idylle te boek stond, is te zien in Huis Marseille. De stranden zijn er nog steeds, de warmte die de planten in kleurige bloei zet, de eilandbewoners die genieten van het water. Alleen blijken de exotische schonen vrouwen in T-shirts en is de natuur teruggesnoeid tot parkachtige proporties.

Maar, het is maar hoe je ernaar kijkt. In een vakantiefolder zou je in deze foto’s het paradijs herkennen, in een kunsttentoonstelling zoek je vanzelf naar de rafelrandjes waar kunstenaars zo van houden.

Het zijn dit soort clichés – paradijselijk of lelijk – waar Tillim nu precies zo’n hekel aan heeft. Een landschap is gewoon een landschap, stelt hij, maak er niet iets anders van. Een lelijke goot in het paradijs maakt een landschap niet ineens iets politieks.

Het zal door zijn afkomst komen dat Tillim zo afkerig is van platitudes en verlangt naar nuance. In de jaren tachtig fotografeerde Tillim het door apartheid verdeelde Zuid-Afrika. Hij maakte fotoboeken over armoede en stadsproblematiek, wat hem prijzen en internationale bekendheid opleverde.

Drie jaar geleden ontdekte hij de natuur. Net als zijn Zuid-Afrikaanse landgenoot Roger Ballen maakt Tillim foto’s die niet eenduidig zijn, en die de kijker dwingen beter te kijken. Near Tikehau is een zeegezicht met vogels erboven. Geen strand, geen bootjes, geen woeste golven. Wel veel grijze wolken, en in de verte een bui die in het water valt. De vogels vliegen op ons af, boven de camera langs, een enkeling duikt omlaag richting een visje. De donkere wolken zorgen voor onwaarschijnlijke contrasten in de rimpelingen in het water. En wie lang genoeg kijkt, ziet daarachter in dat hoekje, rechts, dat de zon alweer begint te schijnen.

Voor de postimpressionistische schilder Gauguin viel de gedroomde idylle op Tahiti tegen, maar voor Tillim niet. Hij keert juist impressionistisch terug naar de waarneming, naar licht en lucht, naar wat een plek dan ook moge opleveren.

Tillim verruilde Tahiti daarna voor het Braziliaanse São Paulo, een stad die weliswaar welvarend is maar waarvan ook vaak gezegd wordt dat ze zoiets als een eigen ‘persoonlijkheid’ ontbeert. Ook de foto’s die Tillim daar maakte hangen in Huis Marseille, luxueus groot afgedrukt. Tillims foto’s doen het niet voor minder dan een vierkante meter. Op groot formaat zie je beter dat ook deze Braziliaanse metropool niet zwart of wit in te delen is. Ook dit keer fotografeerde Tillim niet de voor de hand liggende sloppen of puissant rijken. Maar wel een binnenplaats achter wat vervallen flats, waar troep en hout ligt. Toch een politiek lelijke goot? Nee hoor, bij nadere inspectie zien die planken er best netjes uit, klaar voor een bouwklusje.

Maar al zoekt Tillim in elk beeld opnieuw naar eigenheid, samen tonen zijn foto’s ook dat de wereld eenvormiger en kleiner is geworden sinds Gauguin. Tahiti is niet langer het eind van de wereld, je bent er zo, en zo te zien hebben plastic bekertjes en maaimachines die reis al gemaakt. De eilandbewoners dragen dezelfde korte broeken als inwoners van São Paulo die niet, zoals je in onheilspellende stadskunst verwacht, marxistisch gebukt gaan onder het grootkapitaal.

Glimlachende en peinzende stedelingen doorkruisen het beeld net als de vogels bij Tikehau. Tramkabels en trottoirs vormen diagonalen waarvandaan ze uit beeld wandelen, naar huis of elders, waar het glas soms half vol is en soms half leeg, want zo is het leven.