Bevlogen spel jonge acteurs

(in) Koud Water, door Toneelgroep Oostpool. Gezien 24/3, Arnhem. T/m 31 maart. Tournee in najaar.

„Mamma wil je een hijs?” vraagt Jonathan aan zijn moeder. De jongen rookt een joint op zijn kamer met zijn vriendje Bobby en voelt zich niet betrapt als zijn moeder binnenkomt. Het is Cleveland, eind jaren zeventig. Bobby is de aantrekkelijke, mysterieuze jongen die binnendringt in het gezin van Jonathan. Moeder heeft een ongelukkig huwelijk en richt zich op haar zoon, maar die ontdekt zijn liefde voor zijn vriend. Haar hunkering naar contact wijst hij af.

Over vriendschap en over het ontdekken wie je bent gaat (in) Koud Water van Toneelgroep Oostpool. De voorstelling is gebaseerd op de roman Huis aan het einde van de wereld van Michael Cunningham en heeft alle feilen van een boekbewerking: te weinig dialoog, te veel monologen en de fantoompijn van geamputeerde stukken tekst die je voelt bij sprongen in het verhaal. Maar een echt bezwaar is dat niet omdat de drie jonge acteurs met zoveel beleving en overgave acteren.

Niet elke laag die Cunningham aanboort, raken ze even overtuigend, maar de ernst van Matthijs van de Sande Bakhuyzen als Jonathan en de nonchalance van Reinout Scholten van Aschat als Bobby zijn dat wel. Cruciaal voor de ontwikkeling van Jonathan is dat hij vaststelt dat Bobby samenvalt met zichzelf. De curieuze vanzelfsprekendheid waarmee Bobby leeft, is de spil van dit stuk.

Als de handeling verschuift naar New York in de jaren tachtig is Jonathan de nog altijd bevestiging zoekende, hippe homo, die samenwoont met Clare. Bobby woont al die tijd rustig bij Jonathans ouders. Op het oog zijn hun rollen, van burgerszoon en rebel, verwisseld. Maar Jonathan leeft nog steeds naar andermans waarden, waar Bobby alles neemt zoals het komt.

Clare bewondert de ongrijpbare Bobby: „Jij kunt iedereen zijn.” Zij zoekt naar waardigheid, Jonathan naar zichzelf, maar Bobby heeft geen dringende doelen. Hij is een waarlijk vrije geest.