3 procent is geen heilig getal

Een opmerkelijke ommezwaai toont werkgeversorganisatie VNO-NCW dezer dagen. Voorzitter Bernard Wientjes hield gisteren in het televisieprogramma Buitenhof opeens onwrikbaar vast aan overheidsbezuinigingen die het begrotingstekort in 2013 terugbrengen naar 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Overeenkomstig de eisen van de Europese Commissie. Maar toen de voorzitter van de Europese Raad, Herman van Rompuy, drie weken geleden een soortgelijk pleidooi hield, trapte Wientjes zachtjes op de rem. De 3 procent moest niet ten koste van alles worden gehaald.

Ook toen het CPB deze maand het Centraal Economisch Plan vol zorgelijke prognoses presenteerde, wees Wientjes erop dat het structureel terugbrengen van het tekort op langere termijn – dat wil zeggen: voor 2015 – beter is dan op korte termijn „rücksichtlos het mes zetten in de economie”. In weekblad Vrij Nederland had de algemeen directeur van VNO-NCW, Niek Jan van Kesteren, ook al consequent aan deze lijn vastgehouden: kondig structurele hervormingen aan, luidde zijn advies aan het kabinet, „en zie dan de ruimte te vinden in Europa om minder te hoeven bezuinigen”.

Angst voor de reacties op de financiële markten is bij de werkgeversorganisatie nu blijkbaar groter dan de vrees dat de economie kan worden stuk bezuinigd. Daar is ook wel een verklaring voor. Nederland dreigt van de bagagedrager van Duitsland te vallen. De ‘spread’ tussen beide landen, het renteverschil voor tienjarige staatsobligaties, stond vanochtend op bijna 0,58. Dat duidt erop dat het vertrouwen van financiële markten in Nederland afneemt.

Ook dat is niet onlogisch. De Nederlandse economie kent te veel structureel zwakke kanten, het land staat hoe dan ook voor een zware bezuinigingsoperatie en wordt geregeerd door een kabinet dat steeds minder op een meerderheid in het parlement kan rekenen. De financiële gevolgen als Nederland zijn ‘triple A-status’ kwijtraakt en zowel de Staat als het bedrijfsleven daardoor mogelijk met veel hogere rentelasten wordt geconfronteerd, vormen inderdaad een schrikbeeld.

Het pleidooi van VNO-NCW en vele anderen voor drastische hervormingen op de woningmarkt, de arbeidsmarkt en in de gezondheidszorg blijft uiteraard onverkort van kracht. Of het kabinet-Rutte de politieke veerkracht heeft om deze stappen te zetten, moet nog worden afgewacht. De onzekerheid daarover is eveneens slecht voor het vertrouwen in de economie. Maar ook zijn de argumenten om het niveau van de overheidsuitgaven niet zodanig te krimpen dat ze feitelijk een averechts effect hebben, niet zomaar verdwenen. Het is aan het kabinet om met hervormingsplannen te komen die zo overtuigend zijn dat een tekort van 3 procent in 2013 niet langer als een heilig getal hoeft te gelden.