100% prikkelvrij, 100% hufterproof

De psychiatrische kliniek ontvangt mensen in crisis. Psychoten, schizofrenen, depressieven. Sommigen worden gedwongen opgenomen en ingesloten. Later krijgen ze een kamer en begeleiding die meer vrijheid biedt. Over de vloer bij de Mentrum-kliniek in de Week van de Psychiatrie.

Midden in de stad, op een plek waar het verkeer dag en nacht doorraast, is een stille, donkere kamer met een vloer van gegoten beton. Onderzoeksruimte 0.34 is voorzien van een plastic matras, een plastic zitkussen, houten lamellen en een kartonnen plaskom. Dit alles in beige pastelkleuren en bekeken vanuit een ingebouwde camera in de rechterbovenhoek. 100 procent prikkelvrij, 100 procent hufterproof.

In de Week van de Psychiatrie die vandaag begint, vragen patiënten aandacht voor hun ziektebeeld. Patiënten van de zwaarste groep, kampend met psychoses en schizofrenie, zullen zich niet aangesproken voelen. Die leven op afdelingen waar de tafelvoetbaltafel tot de standaarduitrusting behoort, maar nooit wordt gebruikt. Waarom zouden ze tafelvoetballen samen met een psychiatrisch patiënt, terwijl ze zelf niets mankeert?

Voor sommigen van hen is onderzoeksruimte 0.34 de eerste kennismaking met deze wereld. De kamer is op de begane grond van de Mentrum-kliniek aan de Eerste Constantijn Huygensstraat, een van de vier afdelingen voor spoedeisende psychiatrie in Amsterdam. Ze worden jaarlijks bezocht door 2.700 mensen, van wie de helft is doorverwezen door de huisarts. De andere helft komt, na beoordeling door de GGD, via de politie, wegens verstoring van de openbare orde.

Bezoekers zijn mensen in crisis, in de ruimste zin van het woord. Een sociale crisis: schulden, baan kwijt, oma overleden, relatie uit, kind verongelukt. Een psychische crisis: depressie, psychose, suïcidaal, stemmen in het hoofd. Vaak is er een combinatie van beide. In de zomer is een aanzienlijk deel drugstoerist.

Sommigen komen door de voordeur, anderen geboeid per ambulance via de achteringang. Ze krijgen begeleiding van portier Mark, een reusachtige man die z’n boterhammen liefst met gesmolten kaas en ham eet. Zijn tegenhanger, de tengere sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Truus, geeft de verwarde bezoeker een hand, legt hem uit waar hij is en geeft gelegenheid tot vragen. Die zijn er vrijwel nooit, de meesten zullen zich Truus ook niet herinneren.

In een gesprekskamer met koffievlekken op het plafond stelt het crisisteam van arts en psychiater, zover mogelijk, een diagnose en belt familie of bekenden. Zeggen bezoekers niemand te kennen, dan vraagt het team door. Er is hier nog nooit een bezoeker geweest die door niemand werd gekend.

Eenmaal gekalmeerd, gaan vier op de vijf bezoekers met ‘ambulante zorg’ naar huis. De rest krijgt het zwaarste middel in de psychiatrie: een inbewaringstelling, ofwel opname met dwang. Het crisisteam vraagt de burgemeester of diens plaatsvervanger om toestemming. Is ook de afdeling ‘Vangnet’ akkoord, dan verdwijnt de bezoeker opnieuw achter de 10 centimeter dikke celdeur van onderzoeksruimte 0.34. In afwachting van een plek in een gesloten kliniek, ergens in Nederland.

Het aantal gedwongen opnames verdrievoudigde in Amsterdam in 25 jaar tijd. Kregen begin jaren tachtig 27 van de 100.000 inwoners een psychiatrische dwangopname, in 2005 waren dat er 86 van 100.000. Net als in de andere grote steden is dat aantal bijna tweemaal hoger dan in de rest van Nederland. Het is volgens deskundigen de prijs die een stad betaalt voor individualisering. Tel daarbij de afnemende tolerantie voor afwijkend gedrag en de som is snel gemaakt.

Binnen een dag zal de patiënt verhuizen van onderzoeksruimte 0.34 naar een kamer op de tweede verdieping, de tijdelijke overbruggingsafdeling. Hier is de vloer van marmoleum in plaats van beton, zijn de pasteltinten op de muren groen en niet beige en is de kamerdeur dicht maar ‘intrapbaar’. Er is een kledingkast met slot, een raam dat slechts grotendeels is afgeplakt en – scheelt de helft in agressie – een eigen douche en toilet. Dit is de kamer waar boosheid over de situatie langzaam wegebt en de berusting stilaan komt. 85 procent prikkelvrij, 90 procent hufterproof.

Als er in de psychiatrie al zoiets als een beslisboom bestaat, zijn de vertakkingen vanaf nu eindeloos. Laten we uitgaan van een relatief veel voorkomende patiënt met een inbewaringstelling: een jonge man met schizofrenie met een Surinaamse, Antilliaanse of Marokkaanse achtergrond – waarom etniciteit een rol speelt, weet niemand.

Vergaat het de jongen goed, dan brengt chauffeur Jack van Taxi Henk hem met zijn Mercedes naar een van de vele psychiatrische klinieken van Mentrum. Zo niet, dan gaat hij per ambulance.

Kliniek Sporenburg, even buiten het centrum, is zo’n instelling. De buitenkant doet een rij reguliere woonhuizen vermoeden, alleen het hekwerk met glas verraadt een opvanghuis met gesloten afdeling. Van de bewoners heeft 80 procent schizofrenie en een deel borderline. Alle kamers in huis zijn op slot, behalve de toiletten, de openbare ruimte en de eigen kamers, die voorzien zijn van naambordje en kamernummer.

Kamers op de gesloten afdeling hebben een marmoleum vloer mét motief. Ze hebben dichte ramen achter rode gordijnen en zijn voorzien van het basismeubilair bed, kast, tafel en stoel. Daar blijft het doorgaans bij: wie vanaf zijn adolescentie in de psychiatrie zit, heeft vaak moeten verhuizen en bezit hooguit wat kleren en een foto. Televisie op de kamer is toegestaan, maar niet standaard, je komt ervan je kamer nooit meer uit. Kamers zijn 50 procent prikkelvrij, 0 procent hufterproof.

Hiervandaan kunnen ze doorgroeien naar de open afdeling aan de overkant van de gang, slechts gescheiden door een glazen deur. De kliniek richt zich op ‘activering’ middels ‘supported living’: kijken naar de wensen van de patiënt. Meedoen aan het dagprogramma kan helpen. Spelletjes met Netty, bar met Carel en Daniella en tweemaal daags de kippen verzorgen.

Decompensatie, achteruitgang, ligt altijd op de loer. Eén psychose kan de hersenen al onherstelbaar verder beschadigen. Nodig is dan soms de separeercel, maar die verdwijnt langzaam uit de psychiatrie; hij is niet meer van deze tijd. In opkomst is de ‘comfort room’, een prikkelarme ruimte waarin contact, niet afzondering, centraal staat. En desnoods is er gedwongen medicatie door injectie. Vastbinden hoeft niet. Ligt de spuit klaar, dan accepteren de meesten dat, ervaringsdeskundig als ze zijn.

Hoogst haalbare voor bewoners van kliniek Sporenburg is een vloer van laminaat. Begeleid wonen aan de overkant, met een eigen ‘oefenappartement’ in Woongebouw De Sfinx. Een eigen voordeur zonder dat begeleiders zomaar binnen kunnen. Een ruime keuken met aanrecht, koelkast, twee bovenkastjes en drie benedenkastjes, een grote tv, een bankstel, een slaapkamer, een wasmachine, een eigen douche waar je shampoo niet gepikt wordt en ramen en deuren die open kunnen. 0 procent prikkelvrij, 90 procent privacy.

Freek Schravesande