Verspringers in de oceaan

Huppelen hoort bij de lente. Lammetjes dartelen, koeien maken schonkige sprongen. Maar het verspringend plankton, deze maand ontdekt, springt níet van plezier.

Vroeger bestonden er vlooiencircussen. Op een minipiste trokken de kriebelbeestjes hele kleine karretjes, liepen ze over hele dunne draadjes of sprongen ze van het ene naar het andere paaltje. Bezoekers konden beter wel een loep meenemen om die capriolen goed te kunnen zien.

Maar kijk, nu zijn er diertjes ontdekt die nog sierlijker springen dan vlooien. Deze Anomalocera omata en Labidocera aestiva, zien eruit als garnaaltjes en zijn iets kleiner dan een gemiddelde mier. En het zijn echte verspringers: met een mooie boog springen ze over een afstand van wel veertig keer hun lichaamslengte.

Biologen in de Verenigde Staten hebben met een supersnelle camera ook vastgelegd hoe deze planktonsoorten dat doen. De diertjes strekken eerst al hun tien pootjes tegelijk vooruit. Daarna zwiepen ze die in één keer naar achteren. Zo zetten ze zich af.

Het meeste werk is het om uit het water te komen. Als ze eenmaal in de lucht zijn schieten de verspringende planktondiertjes haast vanzelf verder vooruit – tot wel 17 centimeter ver.

Eén van die biologen ontdekte de beestjes bij toeval toen hij in de lunchpauze langs de golf van Mexico liep. Hij zag spatjes in het water, maar het regende niet. Dat waren dus die planktondiertjes.

De minigarnaaltjes dartelen niet zomaar uit vrolijkheid rond, zoals lammetjes in de lente. Of zoals koeien die voor het eerst de wei weer zien. Ze springen om te ontsnappen aan een hongerige vis. Met succes. De 89 planktondiertjes in het aquarium van de biologen, met een vis erbij, ontkwamen op één na allemaal.

Het zijn dan ook echt verre sprongen. Denk nog even aan die koe. Als die veertig keer zijn lichaamslengte kon overbruggen na één keer afzetten, dan zou hij met een sierlijke boog zo over zijn stal springen. En een lammetje met zoveel springkracht zou de hele schaapskudde sprakeloos achterlaten.