Verlate lentezon

Afgelopen dinsdag begon de lente. Hij was officieel begonnen, zei de televisie. Een rare dag: 20 maart en niet 21, maar dat zat hem natuurlijk in het schrikkelgebeuren van drie weken geleden.

Op de dag dat de lente officieel begint staat de zon, zoals de frase is: ‘boven de evenaar’. Beter zou je kunnen zeggen dat op die dag de aarde haar evenaar precies naar de zon keert. Vandaag is van belang dat de zon afgelopen dinsdag ook korte tijd precies op de hemelequator stond. Omdat die equator de horizon precies in het oostpunt en het westpunt snijdt, gaat de zon op de eerste lentedag om zes uur in het oosten op en om zes uur in het westen onder. Dag en nacht duren even lang.

Dit is de ruwe lijn. Maar de tabellen zeggen het anders. Afgelopen dinsdag moest de zon volgens de site hemel.waarnemen.com om 6.41 opkomen en om 18.53 uur ondergaan. De ‘doorgang’ door het zuiden zou plaats vinden om 12.47 uur. Die laatste buitenissigheid, dat het hier niet 12 uur is als de zon in het zuiden staat maar kwart voor één, hebben we te danken aan het gebruik van Berlijnse tijd die altijd discreet ‘midden europese tijd’ (MET) wordt genoemd. Berlijn ligt 8,2 graden oostelijker dan Utrecht, de zon gaat er 33 minuten eerder door het zuiden dan hier. Daar is niets vreemds aan.

Wat niet helemaal vanzelf spreekt is dat de ‘dag’ afgelopen dinsdag kennelijk niet 12 uur duurde, maar 12 uur en 12 minuten. Het schetsje hier onderaan laat zien waar dat teveel vandaan komt. Astronomen definiëren zonsopkomst niet als het moment waarop het midden van de zon boven de horizon komt (1), maar de bovenrand van de zon (2). Dat is ook logisch. We zien de zon onder een hoek van 30 boogminuten, het verschil tussen rand of midden is dus 15 boogminuten. Dat is één. Een ander effect heeft nog meer invloed. Door breking van het licht in de onderste atmosfeerlaag zijn we in staat een zon te zien die in feite nog 30 boogminuten onder de horizon staat (3). Hetzelfde verschijnsel veroorzaakt ook de vreemde afplatting van de zon als hij er net boven staat.

Hier in Holland maakt de hemelequator een hoek van ongeveer 28 graden met de horizon, dat is ook in het plaatje verwerkt. Met een enkele goniogreep (tg 28° = 0,53) valt nu uit te rekenen dat de zon door de twee genoemde effecten niet precies in het oosten opgaat, maar bijna een graad noordelijker. Astronomen noemen de windrichting ‘azimut’ en tellen vanaf het noorden. Precies oost is dan 90 graden en het is nu begrijpelijk dat het azimut voor zonsopkomst op 20 maart op 89 was gesteld. De ondergang kreeg 271. Samen verklaren ze de langere dag.

Genoeg! We geloven de tabellen graag, maar ééns in zijn leven moet een mens controleren of het klopt. Nagaan of de astronomen niet stilletjes het contact met de werkelijkheid hebben opgezegd. Met dat voornemen is de AW-revisor afgelopen dinsdag vóór het ochtendgloren afgereisd naar Waterland, het laaggelegen veengebied ten noordoosten van Amsterdam dat aan de voormalige Zuiderzee grenst. Vanaf de Uitdammerdijk was zeker 8 kilometer vrij uitzicht over het water van het IJmeer te verwachten. De dijk aan de overkant was niet afwijkend hoog en zou de waarneming niet beïnvloeden.

Om zes uur werd de Uitdammerdijk en bij paal NHNK 126 leken de kansen optimaal. Ver op zee scheen het licht van een boei die mooi in het oosten lag, waarschijnlijk de spitse ton P3. In het zuidoosten schemerde Pampus. De fiets werd uit de buurt gelegd om het gevoelige kompas niet te storen.

Achter uit de moerassen klonken smienten, kieviten en allerhande ganzen, op het IJmeer meerkoeten en kokmeeuwen. Veel meer valt er niet aan toe te voegen zonder in een natuurhistorische toon te vervallen. Een mooi scherp maansikkeltje wees aan vanuit welke hoek de zon zou opduiken. De wind was zuid maar toch koud. Tegen half zeven doofde het licht van P3.

En om 6.42 uur kwam de zon in beeld. Een halve minuut later had het gevoelige kompas de verschijningsrichting gepeild: 94,5 graad. Daarna kon aan de terugtocht worden begonnen want het had weinig zin langer op de Uitdammerdijk bij paal NHNK 126 te blijven zitten. De basaltsteen trok nogal op.

Thuis was de vraag: waren de waarnemingen voldoende in overeenstemming met de tabelgegevens. De zon was iets later in beeld gekomen dan hemel.waarnemen.com had voorspeld, maar dat kwam doordat de eerste zonnestralen in de grijze veelkleurige dampen waren gesmoord. Er hing wat nevel in de verte. Als het horloge goed liep was 6.42 een mooi resultaat.

Hoe komt een mens erachter of zijn horloge precies MET-wintertijd aangeeft? De radio zendt geen ‘pips’ meer uit, de stationsklokken van ProRail slaan er vaak maar een slag naar en internet tijdsites zijn onbetrouwbaar omdat de computer hun info soms vertraagd doorgeeft. Oplossing: bel iemand met een iPhone die automatisch zijn tijd instelt. Die richt zich waarschijnlijk op het tijdsignaal dat een zender in Frankfort uitzendt.

Het horloge liep goed. Maar het hoge azimut van de net verschenen zon heeft de AW-redactie in problemen gebracht. Er was 89 graden voorspeld en 94,5 gekregen. Het azimut loopt rond zonsopkomst met nog geen graad per 4 minuten op, dus het had hooguit 90 mogen zijn.

Er is van alles geprobeerd om de waarneming toch in harmonie te brengen met de tabel. Het gehanteerde kompas was een Fins peilkompas van het merk Suunto (KB-20/360R), niet iets van Blokker. Het had twintig jaar trouwe dienst achter de rug.

Kon er iets mis mee zijn? “IJk hem op de Poolster”, riep een geraadpleegde astronoom. Probeer het zelf eens, zou je willen zeggen. Beter was: een topografische kaart 1 : 25.000 kopen en een bekend object peilen. Dat werd de rokende schoorsteen van de Hemwegcentrale die volgens de kaart op 345 graden moest liggen. De Suunto peilde hem op 351. Dus 6 graden te veel.

Hoera, alles opgelost, het wàs het kompas, de zon kwam echt in het oosten op. Maar donderdagmiddag is een tweede test uitgevoerd. Het kompas mocht, zo precies als hij dat altijd deed, het zuiden (azimut 180) aanwijzen en daarna is genoteerd hoe laat de zon dat punt bereikte. Dat was om 13.10 uur, 24 minuten te laat volgens de tabel. Denk mee: hier klopt iets niet.