Spaanse speculatie: Al-Qaeda redt euro

De gebeurtenissen in Toulouse herinnerden de Spanjaarden deze week op meer dan één manier aan hun eigen recente ervaring met jihadistische terreur. Mohamed Merah pleegde zijn aanslag op een joodse school precies een maand voor een cruciale stembusgang. In Spanje riep dit meteen associaties op met de aanslagen op Madrileense forensentreinen op 11 maart 2004, drie dagen voor landelijke parlementsverkiezingen.

Toen bleek dat de Frans-Algerijnse scooterschutter zijn eerste moord al op 11 maart pleegde , was de analogie helemaal compleet. Zelfs de gewelddadige dood van Merah leek uiteindelijk op die van de Madrileense terroristen. Ook zij verschansten zich in een appartement. Enig verschil: zij bliezen zichzelf op toen de politie een inval deed.

In Spanje sloeg de nasleep van ‘11-M’ een wond in de nationale politiek die tot op de dag van vandaag door ettert. De aanslagen (191 doden) droegen duidelijk de handtekening van Al-Qaeda. De centrum-rechtse premier Aznar bleef de eerste etmalen echter stug ETA aanwijzen als meest waarschijnlijke dader. Hij deed dit uit electorale berekening. Hij hoopte te voorkomen dat de terreurdaad geduid zou worden als vergelding voor zijn omstreden steun aan de Irakoorlog.

Aznars leugen kwam uit op de dag voor de verkiezingen. Het joeg vooral jongeren naar de stembus en de socialisten wonnen, tegen de voorspelling in. Rechts ging wrokkig de oppositie in. Een radicale vleugel binnen de Volkspartij (PP) en enkele rechtse media voeden nog steeds de complottheorie dat een monsterverbond van socialisten, ETA en Al-Qaeda achter 11-M zat.

Spaanse media namen de Franse politiek deze week dan ook onder een vergrootglas. Zou het Franse politici wel lukken de nationale eenheid te bewaren? En: zou president Sarkozy van de Spaanse ervaring hebben geleerd door bij het politieonderzoek elke schijn van politiek winstbejag te vermijden?

De rechtse krant El Mundo, zelf overigens de belangrijkste gangmaker achter de rechtse samenzweringstheorieën rond 11-M, legde die vraag voor aan een medewerker van Sarkozy. Die vertelde (anoniem) dat de president inderdaad geen enkel recherchespoor voorrang geeft, want dit zou kunnen worden uitgelegd als manipulatie. Het dagblad concludeerde aan het eind van de week dat Sarkzoy zich als staatsman had bewezen en dat de presidentsrace nu ,,weer helemaal open ligt”.

De Franse verkiezingen worden dit jaar met extra belangstelling gevolgd. Als ‘eurocrisisland’ is het voor Spanje van groot belang wie er straks in het Elysée huist. Vooral linkse Spanjaarden hopen op een zege van de socialist Hollande. Dan zou de tandem tussen Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel worden verbroken. Die leggen naar hun zin te veel nadruk op begrotingsdiscipline in de aanpak van de eurocrisis.

Een Franse journalist in Madrid schetste begin deze week tegenover collega’s één mogelijk electoraal scenario na ‘Toulouse’. De ultrarechtse kandidate Marine Le Pen, voorspelde hij, kan profiteren van de aanslagen. Ze maakt haar achterstand in de peilingen goed en haalt ten koste van Sarkozy de tweede ronde. Daarin is ze kansloos, waardoor Hollande zeker president wordt. „Waarmee Al-Qaeda de euro redt”, grapte een Spaanse collega half serieus. De laatste peilingen, waarin Le Pen juist daalt, geven hém vooralsnog weinig hoop.

Merijn de Waal