Slow fashion

Modelabel i-did is een van de duurzame labels die de seizoenen proberen te omzeilen.

Sieraad uit Peru van Younica (zie kader)

Het is zondagmiddag en vanwege de lezersdag van interieurtijdschrift Elle Decorations is het behoorlijk druk in de Utrechtse Toonkamer: de voormalige Pastoe-fabriek waarin zo’n dertig designmerken gevestigd zijn. Tussen de meubels en woonaccessoires is er één ruimte vol naaimachines en kledingrekken: het atelier van het duurzame kledingmerk i-did, vandaag toegankelijk gemaakt voor publiek.

Een bezoekster van middelbare leeftijd pakt een jurk uit de rekken en bestudeert het labeltje dat in de nek hangt. ‘100% Naïma’, staat erin. Even verderop is een muur vol geplakt met foto’s van de naaisters die de kleding in elkaar zetten. Naïma blijkt een jonge vrouw met een grote bos donkerbruin haar te zijn.

„Mensen denken vaak dat kleding kant en klaar uit een machine komt rollen”, zegt Mireille Geijsen, de oprichter van i-did. „Door te laten zien wie er achter een kledingstuk zit, hopen we dat er duurzamer mee om wordt gegaan.”

Naïma el Maakchaoui is een van de drie vaste naaisters, naast vier coupeuses in opleiding, die de kleding van i-did in elkaar zetten. Alle naaisters hebben door taalachterstand en cultuurverschillen jarenlang geen baan kunnen vinden. El Maakchaoui verruilde Marokko in 1998 voor Nederland vanwege het werk van haar man, vertelt Geijsen. In Marokko werkte ze als kleermaker, een vak waarvoor ze een vakopleiding volgde. „Haar diploma werd in Nederland niet erkend en doordat ze de taal ook niet sprak, lukte het maar niet om werk te vinden. Tot een vriendin haar anderhalf jaar geleden op i-did wees.” Andere naaisters komen uit onder meer Armenië, Polen en Afghanistan.

Geijsen – die zelf een achtergrond als grafisch ontwerpster heeft – richtte i-did in 2009 op. De inspiratie haalde ze uit het verhaal van een Koerdische vriendin die vijftien jaar geleden als vluchteling naar Nederland kwam en vanwege haar ongeldige diploma’s maar niet aan de bak kwam.

Maar Geijsen had nog een tweede frustratie: het modesysteem. „Elk half jaar worden er enorme hoeveelheden kleding geproduceerd die aan het eind van het seizoen al weer rijp voor de prullenbak zijn. Ik wilde het duurzamer doen.” i-did is onderdeel van een groeiende beweging die Slow Fashion wordt genoemd en die de modeseizoenen probeert te omzeilen. Het team van Geijssen brengt wél elk half jaar een nieuwe collectie uit, maar de overblijfselen worden aan het eind van het seizoen niet uit de winkel gehaald: elk ontwerp blijft net zo lang hangen totdat het uitverkocht is. „In de zomer draag je ’s avonds toch ook wel eens een wollen trui?”

Daarnaast zijn ook de materialen zo duurzaam mogelijk: alle stoffen zijn restanten die i-did in Italiaanse stoffenhuizen opkoopt. Elk kledingstuk verdwijnt uit de collectie zodra de stofvoorraad op is. „Daardoor heeft elk kledingstuk maar een beperkte oplage.” Ecologisch zijn de stoffen niet altijd. „We proberen het wel, maar ecostoffen hebben vaak nog een te sobere uitstraling.”

Want, benadrukt Geijsen, het moet wel móde zijn, „i-did is geen liefdadigheidsproject. We willen sophisticated kleding maken voor intelligente, werkende vrouwen. Tijdloze, kwalitatief hoogwaardige kleding die jaren mee kan.”

De collectie wordt ontworpen door modeontwerpster Marion Poortvliet. De snit van de meeste jurken, tops en rokjes is eenvoudig, maar aan de details is volop aandacht besteed: op een top zijn de knoopjes met de hand geborduurd, de binnenkant van een rok is bedrukt met een kleurrijke print.

Alle naaisters hebben intern een mbo-opleiding gevolgd. „Aan produceren in Nederland hangt een prijskaartje, dus dan moet het ook écht vakmanschap van het hoogste niveau zijn.” Die prijskaartjes beginnen bij honderd euro voor een top, en lopen op tot 265 euro voor een zwarte jurk van crêpe. Van de verkoop kan i-did nog niet rondkomen, dus voorlopig wordt het project gefinancierd door verschillende fondsen.

De kleding is te koop via i-did.nl en sinds kort ook in de eigen winkel: Twijnstraat 16, Utrecht.