Nieuwe Vakbeweging lijdt onder oude problemen

Jetta Klijnsma staat voor de taak een Nieuwe Vakbeweging op te richten. Oude ruzies en vastgeroeste machtsverhoudingen zorgen echter voor permanente onrust binnen de bonden. ‘Dat wil ik niet nog eens meemaken.’

Rinus Tazelaar (Anbo) luistert in het Van der Valk-hotel Breukelen naar Jetta Klijnsma. Foto Maarten Hartman

Het is in één keer stil als Jetta Klijnsma, de oud-staatssecretaris van Sociale Zaken, een half uur te laat de Milaan-zaal van het Van der Valk-hotel in Breukelen betreedt. De ruim honderd afgevaardigden van de FNV ouderenbond Anbo spraken daarvoor, in de foyer van het hotel nog geanimeerd, maar vooral bezorgd over de toekomst van de FNV. Over de machtsspelletjes en de ruzies in de top van de vakorganisatie en de vraag of de ouderenbond nog wel iets te zoeken had bij de FNV.

Voor Klijnsma was het bezoek aan de Anbo-vergadering in Breukelen donderdagochtend de zoveelste ontmoeting met de FNV-achterban, sinds zij afgelopen januari als kwartiermaakster aantrad om De Nieuwe Vakbeweging mogelijk te maken. Ze was eerder in de Eemshaven bij de havenarbeiders. En in Rotterdam bij lokale afdelingen van de vakbeweging. En in Apeldoorn was ze op bezoek in een groot ziekenhuis. Daar sprak ze met een groep verpleegsters, waarvan er drie lid waren van een bond. „Bonden”, zeiden ze tegen haar. „Dat is toch iets van de twintigste eeuw? Wij hebben een rechtsbijstandsverzekering voor als er iets gebeurt.” „Oh ja?”, kaatste Klijnsma terug. „En jullie CAO dan? Wie heeft daarvoor gezorgd? Als je daar zo over doorpraat, krijg je wel een gesprek over lidmaatschap of niet.”

De aanwezigheid van Klijnsma bij de verenigingsraad van de Anbo in Breukelen was geen overbodige luxe in dat rijtje werkbezoeken. Met 182.000 leden is die ouderenbeweging de op drie na grootste bond binnen de FNV en de Anbo is een van de weinige bonden die qua ledenaantal groeit. Tegelijkertijd is de Anbo ook een van de grootste critici van die FNV-cultuur en de dominante rol die Bondgenoten en Abvakabo daarin spelen. Klijnsma weet ook dat de Anbo in 2007 zwaar verdeeld is toegetreden tot de FNV. Bijna de helft van de leden was daar toen op tegen. En ook nu kan de ouderenbond de eerste zijn die afhaakt en de FNV verlaat. Als Abvakabo en Bondgenoten in een nieuwe structuur opnieuw de dienst gaan uitmaken, haken de ouderen als eerste af.

Vorig jaar ging de bond bijna ten onder aan onderlinge ruzies en ernstige interne verdeeldheid over het pensioenakkoord of de verhoging van de AOW-leeftijd. Scheuring kon op het nippertje voorkomen worden door bemiddeling van PvdA-senator Han Noten en oud-voorzitter van de SER, Herman Wijffels.

In december, daags voor Sinterklaas, omarmden de negentien voorzitters van de bij de FNV aangesloten bonden bij Noten thuis in Dalfsen die conclusies en de noodzaak om de vakbeweging opnieuw uit te vinden. Jongerius en Van der Kolk kondigden hun vertrek aan. Zij zouden plaats maken voor nieuw bloed in die nieuwe organisatie. Jetta Klijnsma werd gevraagd om de regie over dat proces te voeren.

„Het is een vierdimensionale Sudoku, de wording van die nieuwe vakbeweging”, zei Klijnsma in Breukelen. Wat het resultaat zal zijn, weet ze nog niet. Ze is op 16 januari begonnen met de reanimatie van de FNV. En ze wil, samen met haar vier andere kwartiermakers, tot eind deze maand alleen maar luisteren naar leden, bondsbestuurders en andere betrokkenen. Om vervolgens op 1 mei met scenario’s te komen die de basis moeten vormen voor de finale: de oprichtingsvergadering van De Nieuwe Vakbeweging op 23 juni. „Daarna zijn jullie zelf weer aan zet.”

Een half jaar heeft ze voor die missie uitgetrokken. Maar of haar dat lukt?

In dat Milaan-zaaltje van dat Van der Valk-hotel blijft Klijnsma optimistisch. Want een sterke vakbeweging is nodig voor een goede positie in het Nederlandse overlegmodel. „Die klacht hoor ik ook veel op de werkvloer. We moeten het democratisch proces binnen de vakbeweging veel helderder krijgen. En nee, het helpt je niet als gewoon lid, dat áls de vakbeweging in het nieuws komt, dat alleen maar is omdat de bestuurders rollebollend over straat gaan”, zei Klijnsma.

Maar na afloop, in de wandelgangen van het hotel, bevestigt ze dat zij en haar kwartiermakers nu, bijna drie maanden later, ook aanlopen tegen de vastgeroeste machtsverhoudingen binnen de FNV. Zelf heeft ze naar haar aanstelling ‘radiostilte’ in acht genomen. Maar er zijn in Dalfsen ook „onopgeloste hete brijbrokjes” blijven liggen, zegt ze. Waaronder die interne machtsverhoudingen in de top van de vakbeweging. „Dat is een dilemma waar ik nu nog geen antwoord op heb. Het risico is inderdaad aanwezig dat een aantal clubs zegt over ons voorstel: hier doen wij voorlopig niet aan mee”.

De consensus over de noodzaak van de vernieuwing van de bond lijkt te zijn weggeëbd. FNV Bondgenoten, met 476.000 leden de grootste bond binnen de vakcentrale, gaat ervan uit dat interne besluitvorming minstens tot maart volgend jaar gaat duren. Voorzitter Henk van der Kolk blijft zeker tot die datum op zijn post, zijn bewering na ‘Dalfsen’ ten spijt dat hij snel plaats zou maken voor nieuw talent en bestuurders.

Terwijl de contouren van een nieuwe vakbeweging er nog niet zijn, is de oude vakbeweging op sterven na dood. Premier Rutte maakte dat mee toen hij voorzitter Agnes Jongerius begin deze maand liet vragen of de FNV mee wilde denken over de bezuinigingsslag die op het Catshuis wordt voorbereid. Want de werkgevers liepen daar de deur wel plat met hun pleidooi voor een nullijn. Daar was in de federatieraad, het platform van de 19 bondsvoorzitters, geendraagvlak voor. Inmiddels circuleert er sinds een week wél een concepttekst voor het kabinet , een verklaring van de drie vakcentrales gezamenlijk over die ‘tussenformatie’ op het Catshuis. Maar gisteren liet Bondgenoten intern weten, zo’n gezamenlijke verklaring voortijdig te vinden, zolang er geen gezamenlijke strategie voorhanden was.

De stem van de werknemers wordt zo nauwelijks meer gehoord in Den Haag. Dat vergroot de noodzaak van een nieuwe, sterke vakbeweging met een betere machtsbalans tussen de bonden, menen sommige bondsbestuurders. De Anbo, zegt algemeen directeur Liane den Haan, wil daarom verenigingsdemocratie op inhoud. „Nu is die gericht op de macht van het getal. En daardoor is het mis gegaan. Machtspolitiek!Als het om ouderenbeleid gaat, moeten wij het voortouw hebben, ook in de besluitvorming. En als het om onderwijs gaat, de Algemene Onderwijsbond (AOb). In het model dat wij nu voorstellen, zoek je voortdurend wisselende coalities. Nu moet je altijd vriendjes blijven van Bondgenoten en Abvakabo om iets geregeld te krijgen.”

Als de Anbo niet afhaakt, is het de vraag of Bondgenoten en Abvakabo dat niet zelf doen. Bij Anbo weten ze nog hoe Van der Kolk vorig jaar voorstelde om mee te doen aan een coalitie van FNV Bondgenoten, FNV Bouw en Abvakabo FNV, waar de andere bonden zich bij zouden kunnen aansluiten. „Ik wil dat het klapt, maar ik ben niet degene die de stekker eruit trekt”, zei Van der Kolk toen in FNV-kring. Toen bleef hij met lege handen.

Maar die ramkoers wordt nu, zonder de Anbo, nieuw leven ingeblazen, constateren de overige bonden verontrust. Begin deze maand stuurden de drie bondsraden (de huisparlementen) van Bouw, Bondgenoten en Abvakabo een advies aan Klijnsma en haar kwartiermakers. De nieuwe vakbeweging moet een vereniging worden. Met een bestuur dat aangestuurd en gecontroleerd wordt door een bondsparlement. Daarmee wordt volgens de drie bondsraden het democratische gat van de huidige federatiestructuur gerepareerd. Want die is ondemocratisch. Een parlement met evenredige vertegenwoordiging, aldus een woordvoerder van Bondgenoten in een toelichting. „One man, one vote.”. Getalsmatig hebben die drie bonden dan een meerderheid in dat parlement en sturen zij in de praktijk het bestuur aan.

Het zijn voorstellen die niet alleen bij de Anbo in het verkeerde keelgat zijn geschoten en het risico vergroten dat Klijnsma’s missie mislukt. Ook de veiligheidsbonden (politie, militairen en Marechaussee, verenigd in FNV Veiligheid) en journalistenbond NVJ, verzetten zich daartegen. „De politiebonden vertegenwoordigen zo’n 24.500 agenten”, zegt voorzitter Han Busken van de Nederlandse Politiebond. „En bij politie en defensie hebben we een organisatiegraad van zo’n 85 procent. We konden binnen de FNV onze eigen gang gaan, als het om onze eigen beroepsgroep ging. Maar als wij mee willen gaan in een nieuwe vakbondsstructuur, moeten we daar ook zeker van zijn. En de geruchten over de voorstellen die in de grote drie bonden circuleren, stemmen mij niet optimistisch.”

De politiebond heeft ook alternatieven buiten de FNV om. De ACP, de politiebond van de CNV, heeft die vakcentrale recent verlaten en zoekt nieuwe partners. Dat kán de NPB zijn, er zijn al verkennende gesprekken. Maar ook de politiebond van het Middelbaar en Hoger Personeel (MHP). Busken wacht af waar Klijnsma in mei mee komt en hoe de overige bonden dan reageren. Maar er komt voor hem wel een moment om een streep te trekken. „Het is vorig jaar geklapt omdat Bondgenoten en Abvakabo twee keer hun zin niet kregen. Dat wil ik niet nog een keer meemaken.” Voor Busken is samenwerking met andere bonden binnen zo’n nieuwe vakbeweging bespreekbaar. Bijvoorbeeld over pensioenen.

In de Milaan-zaal van het Van der Valk hotel in Breukelen hoorde Klijnsma de onvrede over de FNV rustig aan. „Ik ben ingehuurd als onafhankelijk typje. Ik doe mijn best om met iets moois te komen. Maar daarna zijn jullie aan zet! ”