Mijn dromen jaag ik zelf wel na

Studenten demonstreren deze week tegen de onderwijsplannen van het kabinet. Wat merk je daar aan de universiteit van? UvA-student Melle van Loenen: „Rouwkleding en pessimisme: ik vind het wat overdreven.”

Foto’s NRC Handelsblad/ Maurice Boyer

Donderdag 15 maart

Een sirene wekt me om half acht. Brandalarm. Ik grijp wat kleding en haast me van de tweede etage naar de begane grond, waar de brandmeldinstallatie piept. Van de honderd bewoners van het studentencomplex is een handjevol gevlucht. De rest lijkt niet onder de indruk. Geen verrassing want het alarm gaat wel vaker af omdat bewoners koken zonder afzuigkap of douchen met de badkamerdeur open. Als huismeester moet ik de verantwoordelijke bewoner aanspreken op haar gedrag, maar door de indringende stank van aangebrande toast prevel ik een korte vermaning en verdwijn.

’s Middags word ik op de gang van de faculteit aangesproken door een meisje in het zwart. Ze zit in de studentenraad en duwt me een flyer voor het Damprotest van volgende week vrijdag in de hand. ‘Laat zien dat je treurt om je vervlogen dromen. Kom in het zwart.’ Rouwkleding en pessimisme: ik vind het overdreven. De actievoerders vergeten dat je zelf ook verantwoordelijk bent voor het slagen van je leven. Het kabinet kan dan wel mijn studiefinanciering en mijn ov-jaarkaart afpakken, mijn dromen jaag ik zelf wel na.

Op een cursus interculturele communicatie voor alle huismeesters spreek ik de studentendecaan. Ze is het niet eens met alle overheidsmaatregelen, maar zegt dat de actievoerders de zaken verdraaien. Zo hoef je de langstudeerdersboete van 3.000 euro niet in een keer te voldoen, maar in termijnen. Dat wist ik nog niet. Het valt me op dat alle informatie over de veranderingen wel op de website van de UvA te vinden is.

’s Avonds ben ik bij de opening van CREA, het culturele centrum van de UvA. In de menigte zie ik het meisje van de flyer. Voor de gelegenheid heeft ze zich vrolijker gekleed. Gelukkig heeft ze naast het actievoeren nog tijd voor een biertje.

Vrijdag

Al vroeg ben ik in de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag. Voor mijn scriptie onderzoek ik de rol van journalist Willem Oltmans in de Lockheedaffaire. Ik bestudeer een deel van zijn dagboek dat meer dan 1.200 banden telt en in zijn geheel in de KB is opgeslagen. Oltmans was een controversieel journalist, of zoals hij zelf beweerde: persona non grata. In de Lockheedaffaire was dat niet anders. Toen hij een scoop over een buitenechtelijke dochter van prins Bernhard niet bij de Nederlandse pers kwijt kon, vroeg hij Paleis Soestdijk om zwijggeld. Tja, zo maak je jezelf ook niet populair.

Terug in de trein lees ik in Metro dat studenten steeds meer lenen. In 2007 bedroeg de gemiddelde lening 10.000 euro, terwijl de teller nu op 14.000 euro staat. En dan te bedenken dat het lenen almaar gemakkelijker wordt. In mijn omgeving zijn er genoeg mensen die van de lening op vakantie gaan. Natuurlijk: eigen verantwoordelijkheid. Maar je moet mensen ook tegen zichzelf in bescherming nemen. In plaats daarvan schijnt het Catshuis de invoering van een leenstelsel te overwegen.

Zaterdag

Het is tentamentijd en dus moet je vroeg in de universiteitsbibliotheek zijn om een computer te bemachtigen. ’s Avonds in de kroeg vertelt een vriend over zijn plannen een tweede studie in Berlijn te volgen. In Nederland is het collegegeld voor een tweede opleiding gemiddeld 10.000 euro per jaar. Ik prijs me gelukkig dat ik twee masteropleidingen kan volgen tegen regulier tarief, omdat ik mijn eerste master niet heb afgerond voordat ik aan de tweede begon.

Zondag

Brak.

Maandag

Ik neem een kijkje bij de cursus Zweeds. Die organiseert studentenvakbond ASVA bij wijze van protest. Voor zo’n twintig man wordt het Zweedse onderwijsmodel bezongen. Je betaalt er geen collegegeld en in plaats van studiefinanciering is er een lening, die je naar draagkracht terugbetaalt. Het is onwaarschijnlijk dat dit systeem in Nederland zal worden ingevoerd. In de pauze vraag ik ASVA-voorzitter Eline Peters of de langstudeerdersboete, afschaffing van de stufi in de masterfase en de inkorting van het studentenreisrecht geen voldongen feiten zijn. Volgens haar niet. Hoe luider de stem van de student, hoe meer kans op uitstel. Na afloop zie ik dubbel zoveel studenten op het terras als in het zaaltje.

Dinsdag

Met de studenten van de opleiding redacteur/editor hebben we redactievergadering bij Uitgeverij Veen. Twee redacteuren becommentariëren boekvoorstellen, gevolgd door een groepsdiscussie. Op mijn idee voor een kookboek wordt enthousiast gereageerd, al is de kans klein dat het wordt uitgegeven.

Een aantal studiegenoten organiseert ’s avonds een leesclub over het nieuwe boek van Chad Harbach. Ik beken dat ik het boek niet heb uitgelezen, maar word overgehaald om toch te komen. Na de discussie een borrel. Ik stel voor de volgende bijeenkomst bij mij thuis te houden. Nooit gedacht dat ik voor mijn 65ste in een leesclub zou belanden.

Woensdag

De LSVb organiseert een fietsactie van de VU in Amsterdam naar het Plein in Den Haag. Omdat ik een boek terug moet brengen naar de VU-bieb, ga ik kijken of het studentenprotest daar leeft. Zo’n vijftig studenten zijn komen opdagen, een groot deel is actief in de studentenpolitiek. Aan media-aandacht geen gebrek: universiteitsbladen, AT5 en 3FM zijn er. Toch steekt het groepje fietsers schril af bij de studentenpopulatie die op deze zonovergoten ochtend het campusterrein van de VU bevolkt.

Donderdag

Als ik rond de klok van acht mijn fiets stal bij het Centraal Station, heb ik zo een plek. Ik hol naar het perron langs een straalwagen van de NOS. Eenmaal op het perron begrijp ik de reden van hun komst: geen treinen, nauwelijks reizigers, een desolaat station. Er is een computerstoring! Eenmaal thuis besluit ik van de nood een deugd te maken: ik ga hardlopen in het Westerpark. ’s Middags studeer ik een paar uur in de bibliotheek, daarna bezwijk ik met een vriend voor een biertje op het terras. Dat smaakt goed.

Vrijdag 23 maart

Zwart. Dat is de kleur die domineert op het studentenprotest, vanmiddag op de Dam. In rouwkleding gehulde demonstranten dragen zwarte ballonnen en bordjes met leuzen als ‘Wie rijk is moet slim zijn’ en ‘R.I.P. de toekomst’. De proteststrofe op een levensgroot spandoek luidt: ‘Veel te vroeg is ons ontvallen: Het onderwijs.’ Daarnaast dragen vier jongens een zwarte grafkist, waarin het hoger onderwijs ligt opgebaard. Zo op het eerste gezicht lijkt deze protestactie niet onder te doen voor de protesten die in de jaren tachtig plaatsvonden in het voormalige Oostblok. Wie verder kijkt, ziet onder de aanwezigen vooral een ratjetoe. Student-politici die ik eerder deze week zag actievoeren, worden vanmiddag vergezeld door politiek activisten van de Internationale Socialisten, de SP en de PvdA. Maar met een opkomst van grofweg vijfhonderd man zijn er naar mijn mening te weinig ‘gewone’ studenten die van zich laten horen. En dat terwijl dit protest juist voor hen was bedoeld.

Na afloop drink ik nog een biertje met wat vrienden, die net als ik in 2006 begonnen met studeren. Ja, de kabinetsplannen zijn inderdaad vervelend, zeker voor de minder draagkrachtigen onder ons. Maar allemaal hadden wij ook met een jaar minder stufi een opleiding volledig kunnen afronden. Voor de langstudeerdersboete hebben we ergens wel begrip, al had een enkeling zijn studiepad anders ingericht als we vooraf wisten dat deze maatregel van kracht zou worden. Kortom: Spreken van ‘vervlogen dromen’ gaat ons iets te ver. Wij proosten op de toekomst.