‘Mengelberg werd slecht berecht’

Is het zuiveringsproces tegen Willem Mengelberg, vijftig jaar chef-dirigent van het Concertgebouworkest, dat na de Tweede Wereldoorlog werd gevoerd wegens diens ‘Duitsvriendelijkheid’ juridisch goed verlopen? Mr. Frederik Heemskerk, voormalig advocaat, officier van justitie en raadsheer in het Haagse gerechtshof, vindt van niet. „Beunhazen”, zegt hij over de Ereraad, die in juli 1945 oordeelde dat Mengelberg zich zo schuldig had gemaakt aan ontoelaatbare handelingen in strijd met de nationale eer dat hij nooit meer de dirigeerstaf in Nederland behoorde op te heffen.

Heemskerk, bestuurslid van de Willem Mengelberg Vereniging, reconstrueerde gisteren in het Nederlands Muziekinstituuthet verloop van de zaak. Het proces vertoonde tal van juridische gebreken, zo betoogde hij. Mengelberg, die in Zwitserland verbleef, is nooit gehoord of opgeroepen, hij werd niet op de zitting vertegenwoordigd en kreeg geen afschrift van de uitspraak.

In 1947, na het in werking treden van de Wet zuivering kunstenaars, kwam het tot een hoger beroep, waarbij 23 getuigen werden gehoord. Mengelberg kreeg geen paspoort om naar Nederland te reizen en weer terug naar Zwitserland. Volgens Heemskerk werd hij slecht verdedigd door zijn advocaat. Hij werd wel vrijgesproken van de beschuldiging champagne te hebben gedronken op de Nederlandse capitulatie.

Ondanks zijn bezwaren sluit Heemskerk zich wel aan bij het oordeel van de Ereraad dat sprake was van een grote mate van schuld. De wereldberoemde Mengelberg had een voorbeeldrol moeten vervullen. Maar hij verzette zich niet tegen de bezetter en het verbod op ‘joodse’ muziek, zoals van Mahler en Mendelssohn. Hij kreeg een dirigeerverbod voor zes jaar, maar overleed voordien in 1951.