Maak mij maar eerste auteur

Illustratie Rhonald Blommestijn

De publicatiedrift van wetenschappers wordt aangewakkerd door de jacht op een hoge Hirsch-index, zo viel te lezen in het artikel Noem jij mij, dan noem ik jou ( Wetenschapsbijlage, 17 maart). De H-index, waarmee de impact van een wetenschapper wordt gemeten, speelt een belangrijke rol bij benoemingen en het toekennen van subsidies in de academische wereld.

Voor de H-index maakt het niet uit of je eerste of tweede auteur van een artikel bent, maar bij externe visitaties, interne beoordelingen en sommige andere meetmethoden wel. Dat kan leiden tot spanningen tussen onderzoekers, zoals blijkt uit de volgende casus in 2011.

Een mooie afstudeerscriptie had de politicologe geschreven, vond haar begeleider. Zou ze er geen artikel voor een wetenschappelijk tijdschrift van maken? Dan zou zij eerste auteur worden en hij – universitair docent – tweede auteur. De politicologe stemde in en samen gingen ze aanvullend onderzoek doen.

“Dat verliep in harmonie. Totdat een belangrijk tijdschrift het artikel accepteerde. De docent zette mij maanden lang onder druk om hem eerste auteur te maken, en mij tweede auteur”, vertelt de politicologe. Haar naam wil ze niet in de krant, en evenmin de naam van de begeleider en de universiteit. “Hen wil ik niet aan de schandpaal nagelen, maar de publicatiedruk wel. Mijn begeleider heeft zich naar mijn gevoel misdragen, doordat hij voor zijn loopbaan veel moet publiceren, in goede tijdschriften.”

De begeleider van de politicologe betoogde dat hij veel teksten van zijn afgestudeerde had herschreven en de contacten met de uitgever van het tijdschrift had onderhouden. Bovendien stond de eerste letter van zijn naam eerder in het alfabet dan de eerste letter van haar naam; als haar naam eerst zou komen, zou de lezer denken dat hij substantieel minder (belangrijk) werk had gedaan. Bovendien zou de politicologe de academische wereld verlaten.

Om de politicologe over de streep te trekken, legde de docent een troefkaart op tafel. Als hij eerste auteur zou worden bij dit artikel. zou zij ‘gratis’ co-auteur mogen worden bij een ander artikel van hem: “Dus zonder dat ik er iets voor hoefde te doen.” Ze weigerde, want ze vond het voorstel zeer onfatsoenlijk.

Uiteindelijk besliste het afdelingshoofd de zaak in haar voordeel. De zaak werd niet nader onderzocht, hoewel de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening daarvoor wel aanknopingspunten biedt. Zo staat in artikel 1.4: ‘Auteurschap wordt erkend. In het vakgebied gebruikelijke regels worden daarbij nageleefd.’ Zowel de druk die werd uitgeoefend om de politicologe haar eerste-auteurschap te laten opgeven als het voorstel om haar in ruil een ‘gratis’ auteurschap te geven lijkt met de gebruikelijke regels in strijd.

Kent u ook voorbeelden van ontspoorde publicatiedrift? Stuur een mail naar wetenschap@nrc.nl