Liefde in tijden van laagconjunctuur

In zware economische tijden scheiden echtparen liever niet, ontdekte Joop de Beer. Vaak blijven ze bij elkaar voor het huis, niet voor de kinderen.

Eppo König

Over het verband tussen echtscheidingen en de economie bestaan twee theorieën. De ene theorie zegt: tijdens recessies scheiden méér koppels dan anders wegens geldzorgen. De andere: tijdens recessies scheiden juist mínder mensen, want scheiden is duur.

De tweede theorie gaat sinds vijftien jaar op, blijkt nu uit onderzoek van Joop de Beer van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), autoriteit op het gebied van bevolkingsonderzoek. Als het economisch slechter gaat, daalt het aantal echtscheidingen. Maar vóór medio jaren negentig was het precies andersom. Tijdens de crisis in de jaren tachtig piekten zowel de werkloosheid (10 procent van de beroepsbevolking) als het scheidingspercentage (32 procent van alle huwelijken).

Op verzoek van deze krant analyseerde De Beer het verband tussen echtscheidingen en conjunctuur over de afgelopen dertig jaar. Alleen het aantal samenwonenden dat uit elkaar gaat, kon hij niet onderzoeken, omdat dit niet jaarlijks wordt bijgehouden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De omslag in het scheidingspatroon rond 1995 is nieuw voor De Beer. „Ik had het niet verwacht”, zegt hij.

Ook Jan Latten, bijzonder hoogleraar demografie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het CBS, is „verrast”. Tot nu toe ging Latten ervan uit dat economische krimp gepaard ging met meer scheidingen. Onzekerheid over werk en inkomen zou tot meer huwelijkse spanningen leiden.

Een mogelijke verklaring voor de omslag is de stijging van het aantal tweeverdieners, denkt Latten. Vooral jonge vrouwen en moeders zijn meer gaan werken en economisch zelfstandiger geworden. „Waneer het economisch beter gaat en er meer banen zijn, zou het best kunnen dat meer vrouwen het aandurven om te scheiden”, zegt Latten. „Omgekeerd zijn ze daar wellicht minder zeker over als het economisch slechter gaat.”

De cijfers tonen dat het aantal tweeverdieners vanaf het midden van de jaren negentig inderdaad hard gestegen is. In de gunstige economische jaren van 1996 en 1997 groeide deze groep met ruim 100.000 per jaar; veel harder dan tussen 1992 en 1995 toen dit aantal jaarlijks met gemiddeld 64.000 steeg. In 2009 telde Nederland inmiddels twee miljoen huishoudens met tweeverdieners.

De economische zelfstandigheid van vrouwen geldt algemeen als verklaring voor de stijging van het aantal echtscheidingen sinds medio jaren zestig van de vorige eeuw – naast zaken als de emancipatie, de ontkerkelijking en de individualisering. Na invoering van de Algemene Bijstandswet in 1965 verdrievoudigde het aantal scheidingen in tien jaar tijd tot 20.000 per jaar.

Bij de echtscheidingspiek van medio jaren tachtig zou de hoge werkloosheid toch een rol kunnen spelen, oppert De Beer. In 1983 en 1984 steeg de werkloosheid tot circa 530.000 mensen, 10 procent van de toenmalige beroepsbevolking. Ter vergelijking: dit jaar zal de werkloosheid stijgen naar 475.000 mensen, maar dat is ‘slechts’ 5 procent van de huidige beroepsbevolking. In de jaren 80 zat een groter deel van de bevolking dus in de put.

Het instorten van de huizenmarkt is een mogelijke verklaring voor de tijdelijke daling van het aantal echtscheidingen in 2009 (naar 30.799), denkt De Beer. Zo van: ‘We blijven bij elkaar voor het huis, niet voor de kinderen.’

Toen het aantal scheidingen in 2010 weer steeg naar het vaste niveau van de laatste jaren (circa 32.500), spraken sommige kranten van een ‘echtscheidingstsunami’. De uitgestelde scheidingen zouden niet langer uit te stellen zijn. Zelfs een onverkocht huis kan een slecht huwelijk niet redden, verklaarden echtscheidingsadvocaten.

Dat het aantal huwelijken en het geboortecijfer de golven van de economie volgen, is al langer bekend. Een beetje huwelijk is een investering van duizenden euro’s die mensen liever doen als de vooruitzichten goed zijn. En een periode van laagconjunctuur leidt met een vertraging van één tot twee jaar tot een daling van het aantal baby’s – inclusief de negen maanden.

Als je het mensen zelf vraagt, noemen ze geld niet vaak als reden voor een echtscheiding. In een enquête van TNS Nipo noemde vorig jaar slechts 5 procent financiën als reden voor de breuk. Uit elkaar groeien (52 procent) en overspel (34 procent) blijven de doodsteek voor het huwelijk.