Legitimiteit overheid staat permanent ter discussie

Deze week werden details bekend over de deal die de verdachte huurmoordenaar Peter la S. met het Openbaar Ministerie sloot. Deze kroongetuige krijgt na zijn straf gedurende 25 jaar ter waarde van 1.4 miljoen euro behalve een woning en een bedrijf, ook een ‘gegarandeerd inkomen’. Tegelijk zegt het OM dat de regel dat getuigen niet

Deze week werden details bekend over de deal die de verdachte huurmoordenaar Peter la S. met het Openbaar Ministerie sloot. Deze kroongetuige krijgt na zijn straf gedurende 25 jaar ter waarde van 1.4 miljoen euro behalve een woning en een bedrijf, ook een ‘gegarandeerd inkomen’. Tegelijk zegt het OM dat de regel dat getuigen niet financieel beloond mogen worden, niet wordt geschonden. Ik heb, zacht gezegd, daarover twijfels. Zo’n dubieuze deal met een kroongetuige die betrokken is bij moord, heeft effecten ver buiten de rechtszaal. Dit gaat ook (en alweer) over het vertrouwen van de burger in de overheid. Die relatie staat onder druk – de Nationale ombudsman kwam het woensdag weer eens vertellen. Het is met afstand het belangrijkste probleem waar het openbaar bestuur mee kampt. Eén van de kwesties is of in een rechtsstaat het handelen van de overheid inderdaad wordt beperkt en gereguleerd door het recht. Niets is zo desastreus voor het vertrouwen als een overheid die het recht zelf schendt.

Niets is zo desastreus voor het vertrouwen als de overheid die zelf

het recht schendt

Eerder deze maand luisterde ik bij een congres van bestuursrechters naar psycholoog Tom Tyler, hoogleraar aan Yale. Hij schreef boeken over de vraag waarom burgers de wet gehoorzamen en hoe de overheid dat zo kan houden. Zijn recept: de burgers serieus nemen, een luisterend oor bieden, respect tonen en verantwoordelijkheid nemen. Als een ambtenaar dat doet dan accepteert de burger ook een negatieve beslissing met behoud van vertrouwen. Uit veldonderzoek blijkt dat als verkeersagenten tijd nemen om uit te leggen hoe de procedure werkt, waar de beslissing vandaan komt en welk doel ermee is gediend, de burger die makkelijker accepteert en minder snel in beroep gaat.

Het simpele inzicht van Tyler luidt dat rechtvaardigheid ook, en misschien wel vooral zit in de procedure, in de bejegening en in de communicatie. Bestuursrechters hebben inmiddels hun deuren opengegooid voor dit idee. Zij proberen hun processen te dejuridiseren met wat de ‘nieuwe zaaksbehandeling’ wordt genoemd. Daarbij wordt getracht om niet alleen het juridische punt te beslissen, maar ook het probleem van de burger op te lossen. Of wat rechter André Verburg de ‘verpakte ruzies’ op zijn zittingen noemt, die in de geschillen over de keuring of de vergunning schuilgaan.

In het openbaar bestuur is deze opwaardering van de burger nog ver weg. Jacques Wallage beschreef op het congres de representatieve democratie waar hij toch jaren in fungeerde als achterhaald. In de moderne netwerksamenleving heeft geen enkel instituut meer automatisch legitimiteit, zei hij, „vraag maar aan de paus”. Een mondige, goed opgeleide, via internet verbonden bevolking neemt geen genoegen meer met de vooral indirect verkozen vertegenwoordigers uit verouderde politieke partijen. Daarvan is minder dan 2,5 procent van de bevolking lid. En daarbinnen is maar tien procent actief. De kiezer van nu geeft deze vertegenwoordigers geen mandaat meer, maar hooguit een voorlopige richting. De moderne burger wil gehoord worden en betrokken blijven. Politiek bedrijven en beleid maken is niet langer het monopolie van bestuurders en politici. „De ironie is dat beleid zich ontwikkelt in de horizontale wereld, op internet, in de media, in de observaties en reflecties van burgers op wat zij zien en horen.” Partijen zijn allang niet meer het enige kanaal tussen burger en staat. De democratische rechtsstaat van nu is dynamisch en fluïde. Ze bestaat uit horizontale, losse verbanden van burgers en groepen enerzijds en uit de oude verticale instituties anderzijds. De burger als gehoorzaam kuddedier is geschiedenis. Niet alleen als rechtsubject, maar ook als staatsburger. Wie als bestuurder beleid wil maken moet van Wallage ook op procedurele rechtvaardigheid letten. Dat betekent communiceren, feedback serieus nemen en permanent contact onderhouden met staatsburgers. Niet alleen met ‘hun’ organisaties. Het proces is nu even belangrijk als de uitkomst, zegt hij. Een parlementaire meerderheid hebben is niet meer genoeg. Ook burgers moeten overtuigd worden – ze moeten serieus genomen worden. Bij zo’n leiderschapsverkiezing in de PvdA moeten bijvoorbeeld niet alleen de partijleden worden betrokken. Maar, naar analogie van de Franse Parti Socialiste, ook de donateurs en sympathisanten van de partij. Burgemeesters moeten uiteraard gekozen worden. Bij nationale verkiezingen moet er meer ruimte voor locale vertegenwoordiging zijn. Referenda vindt hij een goed middel om politici de hete adem van het publiek te laten voelen. Legitimiteit wordt niet één keer per vier jaar uitgedeeld, maar moet steeds verworven worden. Ook al omdat het blijvend ter discussie staat. Zoals hier, in de rechtszaal tegen Peter la S.