Jurken als struiken, botten of water

Iris van Herpen naast een van haar ontwerpen. Foto Sake Elzinga

Iris van Herpen. Groninger Museum, t/m 23 sept.

Iets meer dan vier jaar nadat Iris van Herpen (27) debuteerde tijdens Amsterdam Fashion Week, is al een overzichtstentoonstelling van haar mode te zien in het Groninger Museum, compleet met catalogus.

Maar er is in die tijd heel wat gebeurd. Shows in Amsterdam, Londen en Parijs. Kostuums voor ballet en opera. Sterren (Lady Gaga, Björk) in haar kleding. Veel media-aandacht.

Het Centraal Museum in Utrecht wijdde afgelopen zomer ook al een tentoonstelling aan Van Herpen, waarbij haar werk werd vergeleken met voorwerpen uit de eigen collectie van het museum, en waar haar samenwerkingen met anderen en kunst die haar inspireert werden getoond. Kledingstukken waren er schaars.

Die zijn in Groningen wel te zien. Daar zijn zelfs bijna alleen kledingstukken te zien. In zeven zalen staan opstellingen van een tot tien poppen in kleding van Van Herpen. De schoenen die ze ontwerpt voor United Nude zijn niet gebruikt. Alle aandacht gaat naar de sculpturale kleding.

Mocht bovenstaande bekend voorkomen: dat klopt. Ongeveer precies precies zo is de expositie over de Frans-Tunesische Azzedine Alaïa opgezet, die in december openging, eveneens in het Groninger Museum. Bij Alaïa – nog steeds te zien– werkt dat goed; het geeft alle gelegenheid te concentreren op de verfijnde technieken en de, ja, sculpturale vormen.

Van Herpen gebruikt overigens ook bijzondere technieken. Wat heet: ze heeft een unieke manier van werken. Ze begon met dramatische, verfijnde, handgemaakte kledingstukken van metalen stokjes en reepjes leer. Tegenwoordig gebruikt ze veel kunststof: grillig gevormde jurken die uit de 3D-printer komen en die doen denken aan struiken, botten of een plens water. Een jurk waarop aan de voorkant zwarte slangen kronkelen die gemaakt zijn van dunne reepjes plastic, een kort, in punten uitlopend jurkje van plexiglas. Kleding die weinig te maken heeft met draagbaarheid en niets met trends, maar een heel eigen verhaal vertelt. Alles is in Groningen van dichtbij te bekijken. Voor wie Van Herpen nog niet kent zal het een bijzondere kennismaking zijn.

Behalve kleding zijn ook foto’s te zien die Bart Ooms van haar ontwerpen maakte. Zonder modellen erin en prachtig belicht, waardoor ze nog theatraler worden. Maar van een overzichtstentoonstelling over een modeontwerper (de tentoonstelling over Alaïa beperkt zich tot de laatste tien jaar) verwacht je net iets meer dan 34 jurken (64 bij Alaïa) en dertien foto’s.

Van Herpen wilde zo min mogelijk overlap hebben tussen de exposities in Utrecht en Groningen, zei ze gisteren bij de opening. „In Utrecht heb ik vooral laten zien hoe het allemaal begint, hier het resultaat.”

Dat klinkt logisch, maar toch overheerst het gevoel dat beide exposities enigszins het slachtoffer zijn geworden van de gretigheid van musea om dit bijzondere talent in te lijven. Kledingstukken, inspiratiebronnen en samenwerkingen bij elkaar, en wie weet ook nog een video van een show, had een net wat bevredigender expositie opgeleverd.