Journalist in het land van 1001 waarheden

De opstand in Syrië is ook een strijd om de beste propaganda. De schaars aanwezige journalisten hebben zeer beperkte vrijheid. „Je moet in Syrië vanuit het ene of vanuit het andere standpunt berichten.”

Jan Eikelboom ©

Bommen in Damascus, doden en verminkten, weggeblazen gevels, en verslaggever Jan Eikelboom zit er bovenop. Weer een oorlogsmisdaad van dictator Assad die zich tegen zijn eigen volk keert? Nee, de daders zijn de opstandelingen. De good guys, in westerse ogen. Eikelboom toont ons een ongemakkelijke waarheid: ook vrijheidsstrijders plegen gruweldaden. Of om zijn collega Arnold Karskens aan te halen: „Dit is gewoon een burgeroorlog, vergeet de Lente.”

Voor Nieuwsuur maakte Jan Eikelboom een reeks reportages over de burgeroorlog in Syrië. Dat ging moeizaam: Eikelboom mocht zich niet vrij bewegen, hij werd de hele dag begeleid door een minder, een oppasser van het regime, die hem vertelde wat hij wel – en niet mocht filmen. Hij was ‘embedded’.

Verslag doen vanuit een gesloten dictatuur in burgeroorlog kent vele valkuilen. Met als hoofdprobleem: onder toezicht gesteld of illegaal? Hoe kun je onpartijdig blijven en niet in de propagandaval trappen?

Jan Eikelboom was juist in Damascus voor Nieuwsuur om het pro-Assad-geluid te laten horen: „We hebben de afgelopen tijd meer dan zestig reportages over de oppositie getoond. Het lijkt me onze plicht ook de andere kant te tonen.”

Carel Kuyl, eindredacteur van Nieuwsuur: „We zijn door de burgeroorlog in Joegoslavië en de twee golfoorlogen tot het inzicht gekomen dat we te veel klakkeloos achter één verhaal zijn aangelopen. Nu krijgen we weer een enorm gesimplificeerd beeld van de werkelijkheid. Als je dat probeert te nuanceren, wordt je al snel beschuldigd van propaganda: je loopt achter Assad aan. De werkelijkheid is complexer dan we zouden willen. We willen het liefst de goeden en de slechten en dan zijn wij voor de goeden. Dat er tussen die opstandelingen Al Qaida-achtige types rondlopen, willen mensen zoals jij en ik liever niet weten.”

Eikelboom liet in zijn reportages duidelijk zien hoe repressief zo’n dictatuur werkt: steeds toonde hij de beperking, hoe het regime hem een bepaald beeld wil tonen. Op School-TV zei hij deze week: „Buitengewoon frustrerend, je bent ergens , je staat er bovenop, en zelfs dan twijfel je nog af en toe en denk je van: klopt het nou eigenlijk wel wat ik hier zie?” Over een geënsceneerd journalistenuitstapje van het regime zei hij: „We voelen ons vandaag als verslaggever van de Fabeltjeskrant.’’

Eikelboom is donderdag voortijdig naar huis gegaan: „Voor de dingen die we nog wilden filmen, kregen we geen toestemming. Woensdag hebben we niets kunnen doen.” Dat Eikelboom geen contact kreeg met tegenstanders van Assad lag volgens hem aan henzelf: „Zij wilden ons niet ontmoeten uit angst opgepakt te worden. ‘Maak je geen illusie’, zeiden ze. ‘Jullie worden 24 uur per dag geschaduwd’.”

Volgens Eikelboom is iedere journalist in Syrië nu in wezen embedded: „Want ook als je hier illegaal binnenkomt, en de kant van de oppositie filmt, dan ben je in handen van de opstandelingen, die jou onderdak bieden, rondrijden en tonen wat hen goed uitkomt. Je bent in Syrië gedwongen om vanuit het ene of vanuit het andere standpunt te berichten.” Eikelboom ziet een groot verschil met de andere opstandige Arabische landen die hij bezocht. „In de bevrijde gebieden in Libië kon je gewoon vrij rondreizen. In Syrië heb je geen bevrijde gebieden. Een ander verschil: de dictatuur van Assad is buitengewoon goed georganiseerd.”

Hij vindt niet dat hij in zijn reportages Assads propaganda doorgaf: „Dit is de andere kant van het verhaal; Syriërs die oprecht bang zijn voor chaos en onderdrukking als het regime valt. Mensen zijn bang voor een nieuw regime van radicale moslims. Dat is een reële angst.”

‘Klopt het nou eigenlijk wel wat ik hier zie?’

Jan Eikelboom op School-TV

Hans Jaap Melissen ging met smokkelaars mee illegaal de Turks-Syrische grens over. Hij toonde de burgeroorlog vanaf de kant van de opstandelingen. Hij bestrijdt dan ook hij embedded was. Kwestie van definitie. Melissen: „Embedded was Eikelboom ook niet. Embedded betekent: ingekwartierd zijn bij een leger en je onderwerpen aan de legercensuur. Dat is een term die besmet is geraakt door de journalistieke wantoestanden bij het Nederlandse leger in Uruzgan. Daar is hier geen sprake van. Eikelbooms reportages zijn niet gescreend. En de mijne al helemaal niet. Dat je een minder meekrijgt, komt in zoveel dictaturen voor.”

Melissen vindt niet dat hij aan de leiband liep van de opstandelingen: „,Ik zat niet in het opstandelingenleger. Dat ik niet vrij rond kon lopen, was voor hun eigen veiligheid. Als het regime zou weten van mijn aanwezigheid, zouden mensen met wie ik werkte gevaar lopen. Ik zag een begrafenis waarbij het lijk demonstratief door de stad werd gevoerd, waarbij iedereen anti-Assad leuzen riep. Natuurlijk hebben de opstandelingen er belang bij dat ik dat film, maar het was een echte begrafenis. Het was niet als in Libië, waar Gaddafi nepbegrafenissen met lege kisten organiseerde voor de westerse pers.”

Arnold Karskens, veteraan van de oorlogsjournalistiek, ging dit oorlogsjaar drie keer naar Syrië, onder meer voor Dagblad De Pers en EenVandaag. Niet aan de hand van het regime of met opstandelingen mee, maar op een toeristenvisum, alleen met een toeristencameraatje. Daardoor kon hij vrij reizen. „Maar na drie keer was mijn kop te bekend.” Hij ging naar de opstandige stad Homs en sprak voor- en tegenstanders van Assad.

Karskens over Eikelboom: „Elke dag een reportage maken is te veel. Als je een week of tien dagen aan een reportage kunt werken, kun je veel beter aan hoor- en wederhoor werken.” Karskens wil nu zelf legaal naar Syrië terugkeren, hij heeft een journalistenvisum aangevraagd. Vreest hij niet met dezelfde beperkingen te maken te krijgen? „Het is aan je eigen snuggerheid om aan de minders te ontsnappen. Die veiligheidsmensen hebben wel wat anders aan hun hoofd dan achter een journalist aan te zitten. Ik ben CNN niet, ik probeer mezelf zo onbelangrijk mogelijk te maken. Verder reis ik alleen, zonder cameraploeg. Dan val je minder op.”

Het beeld van Syrië in Nederland wordt deels bepaald door Petra Stienen, die als commentator vaak in tv- en radioprogramma’s optreedt. Als kijker krijg je het gevoel dat Stienen vanaf hier ons meer kan vertellen dan de verslaggevers ter plekke, die vaak zeggen: „We weten het ook niet”. Stienen: „Ik ben geen journalist, ik heb een andere functie. Dat kun je niet vergelijken. Ik begrijp hun moeilijkheden heel goed; Syrië is een land van 1001 waarheden en 1001 leugens. Zie daar maar eens uit te komen. Journalistiek en ook diplomatie in een dictatuur is altijd heel lastig en als je dat goed wil doen moet je compromissen sluiten.”

Stienen is desalniettemin heel blij dat er überhaupt nog Nederlandse verslaggevers naar Syrië gaan: „We hebben allemaal een aanvullende rol: Eikelboom laat de kant van Assad zien, Karskens en Melissen de kant van de opstandelingen, en ik becommentarieer. Als kijker moet je niet proberen één waarheid als de absolute waarheid te zien, en je moet wantrouwig zijn als iemand op tv dat probeert te doen.”

Gebrek aan de Nederlandse Syrië-verslaggeving, vindt Stienen, is dat deze van oorlogsverslaggevers komt: „Die kijken met een bepaalde focus: namelijk op brandhaarden. Daardoor blijven andere verhalen onderbelicht.” Ook vindt ze dat verslaggevers die er niet wonen, nuances missen: „ Liever zou ik vaste correspondenten hebben, die daar al jaren zitten. Dat is geen fout van de journalisten, ik heb groot respect voor hun werk, waarvoor ze ook nog hun leven wagen. Maar de Nederlandse media hebben steeds minder geld over voor buitenlandse journalistiek.”

De klacht over de niet goed ingevoerde verslaggevers noemt Melissen „arrogantie van de leunstoelgeleerde”. „Eikelboom, Karskens en ik zijn kritische geesten, die al jaren in het Midden- Oosten komen. Natuurlijk hebben wij ook ons netwerk, natuurlijk kennen wij Syrië. En al die vaste correspondenten in het Midden-Oosten, met hun jarenlang opgebouwde kennis: geen van hen heeft de Arabische Lente zien aankomen.”