Ik heb met een geheim geleefd

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Dit boek kreeg ik van een van mijn dochters. We leggen hierin verhalen uit mijn leven vast, zodat de kinderen straks hopelijk antwoorden vinden op vragen die ze dan niet meer kunnen stellen.”

„Drie hoofdstukken zijn bepalend voor het verhaal van mijn leven. Mijn gezin en mijn werk als remedial teacher staan hierin centraal. En, hoe confronterend het ook is: ik kan er niet omheen te vertellen dat mijn vader me tussen mijn elfde en zestiende jaar seksueel misbruikt heeft. Dit heeft zo’n impact gehad dat ik dit hoofdstuk niet kan weglaten.

„Als gezin leven we nu al twee jaar met het vooruitzicht dat mijn einde nadert. Dat geeft een hoop verdriet. Tegelijk heeft het ook mooie kanten dat we dit samen meemaken. Het contact met onze kinderen heeft zich verdiept. In rap tempo hebben we hen volwassen en wijs zien worden.

„Mijn man en de kinderen krijgen het nog zwaar als ik er straks niet meer ben, maar ik zie: ze redden het wel, ze zorgen goed voor elkaar. En ze steunen mij geweldig: in ons verdriet kunnen we huilen en gelukkig ook lachen. Als ik zeg dat ik er door die ziekte niet mooier op word, roepen de dochters: ‘Als je straks dood bent, zullen we je keurig opmaken zoals je dat zelf altijd doet. Of zullen we wat geks met je doen?’ Buitenstaanders schrikken misschien van zulke zwarte humor, maar wij hebben dan echt plezier met elkaar.

„Mijn man en ik hebben elkaar leren kennen op de pedagogische academie in Heemstede. We zijn jong getrouwd. Het eerste kind kwam al snel, ik heb niet lang voor de klas gestaan. Ik kende mezelf: ik kan niks half doen, als ik ergens voor kies, dan stort me erin voor de volle 100 procent. Werken naast een jong gezin leek me veel te stressvol.

„Omstreeks 2000 ben ik begonnen met een opleiding en vervolgens met werk als remedial teacher. Op de school van mijn man kreeg ik de smaak weer te pakken door kinderen met leesachterstand extra begeleiding te geven. Het is zo prachtig een kind te zien opbloeien wanneer het een beperking overwint.

„Kinderen zijn nooit zomaar lastig of moeilijk, altijd schuilt er iets achter. Moeite met taal of rekenen compenseren ze met stoer of ongeïnteresseerd gedrag. Geef ze extra aandacht, extra hulp, en je ziet ze vooruitspringen. Hun zelfvertrouwen groeit, ze zitten zichzelf en hun omgeving steeds minder in de weg.

„Voor mijn opleiding en door eigen levenservaring heb ik heel wat gelezen en gepraat over de ontwikkeling van kinderen. Zelf heb ik zo’n twintig jaar met een geheim geleefd, waardoor ik vastliep in mijn eigen emoties en gedrag. Concentratieproblemen, angsten, geremd zijn bij intimiteit en seksualiteit: ik had er geen idee van dat dit verband kon houden met seksueel misbruik, totdat ik er zo’n twintig jaar geleden voorzichtig over begon te lezen.

„In mijn puberteit heeft mijn vader de grenzen van intimiteit met mij ver overschreden. Zoiets ontwikkelt zich sluipend. Pas op mijn zestiende stond ik sterk genoeg in mijn schoenen om tegen hem te durven zeggen: dit moet ophouden, ik verdraag dit niet langer. Toen is hij ook opgehouden, maar het trauma heb ik daarna nog lang met me meegezeuld.

„Al die jaren deed of vermeed ik dingen die ik niet kon uitleggen. Nee, mijn kinderen mochten nooit bij opa en oma logeren. Ik weet nog dat m’n vader een keer een van mijn dochters op schoot had. Ik kon het niet aanzien, werd er misselijk van.

„Na een lange worsteling besloot ik: ik móet mijn verhaal vertellen, ik kan dit niet langer voor mezelf houden. Mijn vader en mijn moeder heb ik toen apart een brief gestuurd: dit-en-dat is er gebeurd, ik kan deze ervaring niet langer stil houden en alleen verwerken. Ik kreeg een kort briefje terug, van hen beiden: categorische ontkenning, ik was knettergek geworden...!

„Dat was zo’n beetje het einde van het contact met mijn ouders. Emotioneel ben ik ermee in het reine gekomen, ook doordat ik tien jaar als vrijwilliger actief ben geweest binnen de Vereniging tegen Seksuele Kindermishandeling. Door gesprekken met lotgenoten heb ik mijn eigen ervaringen kunnen verwerken en anderen kunnen helpen.

„En toch: een volledig afgesloten hoofdstuk kan dit niet zijn. Steeds duikt wel weer een vraag op. Sturen we mijn ouders straks een rouwkaart? Stel, ze melden zich omdat ze me nog één keer willen zien, omdat ze spijt willen betuigen van alles wat er is gebeurd? Ik heb de energie niet meer om over zulke vragen na te denken. Ik zie het als hún probleem. Ik ben niet meer in staat aan de oplossing mee te werken.”

Tekst & foto’s

Reacties: laatstewoord@nrc.nl. Twitter: #hetlaatstewoord