Het plan van Hero Brinkman, dat hij vertelde off the record

Vanaf afgelopen zondag begonnen de telefoontjes binnen te komen. Er was iets met Hero Brinkman, en in de coalitie maakten mensen zich ongerust: had de PVV-leiding deze man nog in de hand?

De vrijdag ervoor, het stond in alle zaterdagkranten, had EenVandaag een kritische e-mail over het ‘Polen-meldpunt’ onthuld, die Brinkman kort daarvoor aan de fractie had gestuurd. En zondag bleek dat sommige bewindslieden tot in detail op de hoogte waren van de verkiezing van een nieuw fractiebestuurslid door de PVV, twee weken geleden. Ene Louis Bontes was in het bestuur gekozen, niet Hero Brinkman. Daarna was er van alles in de PVV gaan smeulen, vertelden ze. „Hero wil eruit”, had een partijgenoot vorige week donderdag uitgeroepen.

Die zondag probeerde ik Brinkman aan de lijn te krijgen. Lukte niet. Maandagmorgen deed ik nog maar een poging, en ineens nam hij op, met de gehaaste stem van iemand die de godganse dag telefoon krijgt. Ik had Hero Brinkman wel eens vluchtig in de wandelgangen gesproken, je kon niet zeggen dat we elkaar kenden, dus het leek me het beste meteen ter zake te komen. Samengevat zei hij dit: hij bleef kritisch over dat ‘Polen-meldpunt’, hij had begrepen dat zijn e-mail dinsdag op de agenda van de fractie zou staan en het was hem duidelijk dat zijn kritiek op het meldpunt kon leiden tot een afscheid van zijn partij. „Ik ben op elke mogelijke uitkomst voorbereid”, zei hij.

Na het interview praatten we informeel nog wat door en we spraken af dat we elkaar die middag zouden ontmoeten in zijn boerderij, in de kop van Noord-Holland. „Ik heb toch niets te doen”, zei het Kamerlid dat de Nederlandse politiek de volgende dag op stelten zou zetten.

Hij was aan het werk in de tuin van zijn boerderij. Voorovergebogen, in een blauw trainingsjack van de politie, stond hij met een meterslange slang de stoep te spuiten. Hij begroette me joviaal. Een politieman die heeft geleerd hoe je mensen op hun gemak stelt. Hij was al drie uur met die stoep bezig, vertelde hij. „Een goede manier om alles te overdenken.”

We liepen zijn verbouwde boerderij binnen, waar een paars getoonzette poster van Wilders en hem prominent aan de muur hing. Wilders als Michiel de Ruyter, hij als zijn vastberaden medestrijder; beiden met zwaard. We bekeken hem samen, hij vond het nog altijd een prachtig kunstwerk. In de kamer stond een poolbiljart dat al dagen niet gebruikt was: er waren dozen op gestapeld. Hero Brinkman trok zich terug om een andere trui aan te trekken, ik bekeek zijn boekenkast. Vooral non-fictie, van een dikke pil over de Mossad tot economieboeken van Willem Vermeend.

„Koffie?” We bespraken op de bank wat er de afgelopen weken was gebeurd. Hij zei nog steeds, en met het grootste gemak, de dingen die hij zo vaak over Wilders had gezegd. Dat hij Wilders hoog heeft zitten. Dat hij hem enorm bewondert.

Maar feit was ook dat zich door zijn pleidooien voor een open partij – die partij van zijn zoon, van over dertig jaar – een verwijdering was ontstaan. „Politiek blijft hij mijn leider”, zei Hero Brinkman die maandagmiddag. Maar strategisch lag het anders, legde hij kort daarna uit. Geert zat er te veel bovenop. „Geert moet mensen in zijn partij los kunnen laten.” Het was hem duidelijk dat, als het aan Geert lag, er nooit democratie in de PVV zou komen. Dit was, schat ik, vijf minuten nadat hij zijn diepe ontzag voor Wilders had uitgesproken. En wat Hero Brinkman, zonder dat hij het zo zei, echt ergerde waren de mensen om Geert heen. De ja-knikkers, de paladijnen. „Je hebt nu eenmaal mensen die altijd achter de leider aanhobbelen.”

Je kon niet zeggen dat Hero Brinkman op twee gedachten hinkte. Het was meer dat zijn gedachten elkaar razendsnel opvolgden. Politiemensen zijn daarin getraind. Schakelen noemen ze dat. Zeker agenten die, zoals Brinkman, een tijdje inlichtingenwerk hebben gedaan, zijn er zeer bedreven in. De buitenwereld denkt: die man zegt het ene moment dit en het andere moment dat. Of: die wil alleen maar aandacht. Zelf herzien ze hun opvatting zodra hun invalshoek verandert. Dat heb je ook met rechercheurs die een tijdje undercover zijn geweest in bijvoorbeeld de verdovende-middelenhandel: voor hen is het logisch om het ene moment begrip voor een drugscrimineel te hebben, en kort daarna diepe afkeer.

Hero Brinkman wist die middag overtuigend over te brengen dat hij nog niet had beslist dat hij uit de partij zou stappen. In de discussie in de fractie over het ‘Polen-meldpunt’, twee weken terug, was vast komen te staan dat hij met zijn kritiek alleen stond. Dat debat had hij verloren. Dus tijdens het schoon spuiten van zijn stoep had hij besloten dat hij zou vragen om een procedurele toezegging – en daarna zand erover. Hij wilde dat de fractie voortaan van tevoren ingelicht werd als de PVV opnieuw een publicitair gevoelige zaak als zo’n meldpunt naar buiten bracht. Meer zat er toch niet in voor hem, en hiermee kon hij verder. Voorlopig.

Want dat werd ook duidelijk: hij zat wel tegen opstappen aan, het kon de volgende dag óók zomaar misgaan, en dan was hij voorbereid. Met sommige mensen was de verhouding echt moeilijk geworden. Hij vertelde over een moment, aan het einde van de kabinetsformatie, toen het concept-regeer- en gedoogakkoord in de fractie voorlag. Wilders vroeg een definitief oordeel, alle 24 leden mochten er het hunne van zeggen. En één lid van de fractie – Brinkman wilde de naam niet noemen – zei dat hij de partij daarop nadrukkelijk afraadde aan deze gedoogconstructie te beginnen. En die ene man had daar één reden voor: het feit dat de PVV dan werd overgeleverd aan de grillen van Hero Brinkman. En als ze van hem, Brinkman dus, afhankelijk zouden worden, zei dit fractielid, dan liep de partij domweg te grote risico’s.

Dus hoewel alles op scherp stond, hoewel de spanning in de fractie opliep, was Hero Brinkman van plan, vertelde hij maandag, om de volgende dag in Den Haag akkoord te gaan met die kleine procedurele toezegging zodat hij in de partij kon blijven. Pas toen Wilders en Bosma dinsdag ook daar niet aan wilden, domweg omdat ze het hele onderwerp van de agenda haalden, ontstond alsnog de situatie waarop hij mentaal al langer was voorbereid: hij stapte eruit. Hij liet zich niet als een kind in de hoek zetten.

Het pandemonium daarna was voorspelbaar. De cameraploegen konden geen genoeg van hem krijgen, en je kon zien dat Hero Brinkman geen hekel aan camera’s heeft. Maar vreemd genoeg ging het in die interviews veelvuldig over het ‘Polen-meldpunt’ en zijn onberekenbaarheid, en zelden over de tactische vergissing die het duo Wilders-Bosma die ochtend had gemaakt.

In termen van Haagse invloeden was dat toch het grote moment van de week: Geert Wilders en Martin Bosma, veelvuldig (en terecht) beschreven als meesterlijke strategen, die dinsdag onnodig de coalitie aan het wankelen brachten en hun eigen partij in het defensief. Het gevolg: uitgerekend Hero Brinkman, de man die ze een kopje kleiner wilden maken, heeft vanaf nu autonome invloed op de coalitie. Niet langer is de 76ste stem in handen van de PVV, nee, het is voortaan Brinkman zelf die, in potentie, zelfstandig kan onderhandelen over elke kabinetsmaatregel. Omdat Wilders en Bosma hem wilden kleineren.

Woensdagmiddag, 24 uur na zijn afscheid van de PVV, het pandemonium was bijna weer vergeten, wandelde ik langs bij Brinkman. Hij zat nog steeds in de gang met andere PVV-Kamerleden en was in een heftig telefoongesprek verwikkeld. Ik moest maar even buiten wachten. We hadden die maandag afgesproken dat ons gesprek off the record zou blijven – zo werkt politieke journalistiek soms nu eenmaal. Maar zou het voor een fair beeld van de gebeurtenissen deze week, zei ik, niet beter zijn als we die afspraak met wederzijds goedvinden ongedaan maakten? Hij keek me even aarzelend aan, hij had weinig geslapen, er kwam veel op hem af. Ik legde uit wat de bedoeling was. Hij stemde ermee in, mits hij het stuk vooraf mocht lezen.

Op dat moment klopte een mevrouw op de deur. Een medewerker van de Tweede Kamer kwam langs omdat ze een nieuwe werkplek in het gebouw aan het regelen was. Ze hadden voor Hero Brinkman een kamer gevonden in de vleugel waar de VVD zit.

En de grap is, vertelde hij donderdag, nadat hij dit stuk had gelezen, dat hij nu een kamer heeft die tot deze week in handen was van VVD-Europarlementariërs. Hij zei: „Ik heb nu al meer terrein op Europa teruggewonnen dan de PVV ooit voor elkaar heeft gekregen.”