Het oor wil ook wat

Uit een grote hoofdtelefoon hoeft nog geen groots geluid te komen. Een koopwijzer.

Bijna iedereen kan overal naar muziek luisteren. Twintig jaar geleden was dit privilege nog slechts weggelegd voor pubers met een walkman. Maar de smartphones van nu kunnen alles, en heel veel dingen ook goed. Muziek afspelen doen ze ook. Maar doen ze dat goed? Het kan in elk geval beter, en iedereen kan ervoor zorgen dat ze dat beter doen. Gewoonweg door een goede hoofdtelefoon te kopen.

Of gewoon: een hoofdtelefoon. Want heel veel hoofdtelefoons klinken beter dan de standaard oordopjes die bij een smartphone te koop zijn.

Daar zit ook meteen het probleem voor wie een hoofdtelefoon koopt: het lijkt allemaal al snel indrukwekkend. Verkopers van grote elektronicazaken maken vaak misbruik van dit effect als ze geluidsapparatuur verkopen. Ze zetten de volumeknop wagenwijd open en wijzen de klant op de dreunende bastonen. Mooi hoor. Maar wie luistert er ooit zo naar muziek? Je kunt apparatuur alleen beoordelen op een normaal volume, in een omgeving die lijkt op die van thuis. Voor hoofdtelefoons geldt hetzelfde.

Denk allereerst goed na: waar wil ik de hoofdtelefoon gebruiken? Wie alleen thuis naar muziek wil luisteren, stelt andere eisen dan iemand die ermee wil wandelen. En iemand die ermee in de trein zit, zou ook aan zijn medepassagiers moeten denken.

Grofweg zijn er drie typen hoofdtelefoons: in je oor, op je oor en over je oor.

De eerste groep zijn de kleine oorplugjes die meestal standaard bij een mp3-speler worden meegeleverd. Ze zijn doorgaans het goedkoopst, maar er zijn ook typen van meer dan duizend euro. Zoals de JH16 van JHAudio. Deze worden met de hand op maat gemaakt.

1. Er zijn twee soorten in-je-oorhoofdtelefoons. Sommige hangen los in de oorschelp. Deze lekken veel geluid naar buiten, wat irritant is voor de omgeving en ook zorgt voor een minder goede weergave. Bovendien laten ze veel omgevingsgeluid door. Op zich is dit veiliger voor wie ze bijvoorbeeld op de fiets gebruikt – want ook het overige verkeer is te horen – maar mensen zijn dan wel weer geneigd de muziek harder te zetten, wat gehoorschade veroorzaakt.

Beter zijn de oordopjes die in de gehoorgang geklemd worden. Fabrikanten leveren meestal rubberen afsluitertjes mee van verschillende grootte, om ze goed passend te krijgen. Het geluid van deze hoofdtelefoons is doorgaans beter, omdat ze dichter op de trommelvliezen zitten en minder geluid ‘verspillen’ aan de buitenlucht. Ze zijn ideaal voor wie er vaak mee naar buiten gaat, want meestal zijn ze redelijk bestand tegen regen. Maar ze kunnen wel weer uit de oren vallen tijdens bijvoorbeeld hardlopen.

2. De hoofdtelefoons die op het oor zitten werden populair ten tijde van de walkman. De geluidskwaliteit hiervan is vaak beter dan die van oorplugjes, en tegelijk laten ze redelijk veel omgevingsgeluid toe. Dat is veilig in het verkeer, maar juist weer vervelend in een rumoerige omgeving als een vliegtuig. Ze kunnen daardoor ook vaak minder goed lage tonen weergeven, zeker als ze erg los op de oren zitten. En omdat ze ook geluid lekken naar de omgeving, zijn ze ook irritant voor bijvoorbeeld medereizigers in het openbaar vervoer. Al brengt Philips binnenkort een model op de markt dat juist dit voorkomt, de Citiscape Downtown.

3. Het beste geluid hebben de grootste hoofdtelefoons, die de oren volledig omsluiten. Door hun omvang zijn ze niet zo geschikt voor mobiel gebruik. Maar wie zijn hoofdtelefoon toch alleen thuis gebruikt, kan bijna niet anders kiezen dan dit model. Ze kosten doorgaans wat meer. En soms zelfs heel veel meer. Er zijn diverse heel goede hoofdtelefoons van meer dan duizend euro. Maar of dit duur is? Een stel goede luidsprekers kost vele malen meer.