Handboek voor de prostituee maakt rijk

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met deze week een Franse en een Amerikaanse president en muziek.

Net zomin als anderen slaagt Frankrijk-correspondent Frank Renout erin de kansen van Nicolas Sarkozy op herverkiezing in te schatten. Maar het is hem wel gelukt een scherp portret van de onberekenbare Franse president neer te zetten. In Super Sarko! (Conserve, 233 blz. € 19,99) komen psychiaters, politici en journalisten aan het woord over zijn ‘dwangmatig narcistisch syndroom’. Aan de hand van Sarko’s bizarre gedrag wordt aanschouwelijk gemaakt hoe zo’n persoonlijkheidsstoornis uit de hand kan lopen. Volgens Renout heeft het electoraat schoon genoeg van ’s mans populisme en zijn grillige politiek die vooral gericht is op scoren in de peilingen. Uitstekend gedocumenteerd, smakelijk opgeschreven.

Een heel ander type presidentiële biografie – minder psychologiserend, meer rechttoe-rechtaan politieke geschiedenis – is Lincoln. Een geniaal politicus (Veen Magazines, 380 blz. € 39,95) door Frans Verhagen. Nieuwe feiten over het leven van de man die naar algemeen wordt aangenomen Amerika’s grootste president ooit is geweest, zijn daar niet in te vinden. Dat is ook moeilijk denkbaar, gezien de overstelpende literatuur over Lincoln. Wel trekt Verhagen parallellen met latere gebeurtenissen en personen. Barack Obama is niet de eerste Amerikaanse politicus die ‘Honest Abe’ als zijn grote voorbeeld neemt en hij zal ook niet de laatste zijn. De geslepenheid en het pragmatisme van Lincoln komen goed uit de verf. En passant verduidelijkt Verhagen de werking van het Amerikaanse politieke systeem. Een voorwoord of verantwoording ontbreekt. Dus op de vraag ‘waarom een nieuwe Nederlandse biografie van Lincoln en waarom nu?’ moet het antwoord luiden: waarom niet?

Over het waarom van alweer een boek van een (ex)prostituee is Patricia Perquin in Achter het raam op de wallen (Prometheus, 266 blz. € 17,95) volkomen duidelijk. Een collega zegt tijdens een van haar eerste werkdagen dat er een ‘handleiding voor beginnende prostituees’ geschreven zou moeten worden. ‘Wie dat uitvindt wordt schathemeltjerijk zonder die overdaad van pikken in d’r lijf te hebben moeten voelen.’ Als nuchter handboek is dit als autobiografisch voorgestelde geschrift inderdaad redelijk geslaagd, maar helemaal vertrouwen doe ik Perquin toch niet. Ze schrijft onder een pseudoniem, omdat niemand mag weten dat ze, om een schuld van 150.000 euro te kunnen aflossen, ruim vier jaar de hoer heeft gespeeld. Maar mij maak je niet wijs dat je jaren op de Wallen achter het raam kunt zitten zonder ooit door een bekende te worden gespot. In het boek ziet ze in al die tijd alleen haar zwager een keer voorbijkomen. Wat een intens brave familie en kennissenkring hebben sommige mensen toch.

De verbondenheid van muziek en wiskunde, een onderzoek naar pogingen van musici om in contact te komen met de kosmische harmonie, de spanning tussen traditie en experiment: het zijn geen geringe thema’s die filosoof André Klukhuhn aansnijdt in Ongehoorde symfonie. Een overzicht van de geschiedenis en de filosofie van de klassieke muziek (Bert Bakker, 412 blz. € 27,50). Dan is het in deze tijd van het jaar een beetje teleurstellend dat hij over Bachs Matthäus-Passion niet meer opmerkt dan dat het stuk wordt gezien ‘als de meest grootse en geïnspireerde behandeling van het passiethema in de muziekgeschiedenis’. Dat neemt niet weg dat dit boek instructief is voor liefhebbers van klassieke muziek. Het geeft een encyclopedisch overzicht van periodes en stromingen uit de muziekgeschiedenis, met biografietjes van tientallen componisten. Klukhuhn ontleent veel aan het standaardwerk Geschiedenis van de westerse muziek van Donald Grout en Claude Palisca. Hij maakt ook rare foutjes. Zo is niet Brecht maar Becher auteur van het Oost-Duitse volkslied en waren Bach-bewonderaars Adriaan en Henriette Roland Holst geen broer en zus maar neef en tante.

Op fouten valt Peter Verhelst niet te betrappen, maar meer valt er ook niet te zeggen over zijn nieuwe roman De allerlaatste Caracara ter wereld (Prometheus, 155 blz. € 17,95), waaraan geen touw valt vast te knopen. Op een Caraïbisch eiland, waarschijnlijk Martinique, beleeft de Vlaamse dokter Victor Duval, zoon van een wrede militair, vreemde avonturen. Prachtig geschreven, dat wel, maar volslagen plotloos. Misschien kan deze Vlaamse woordkunstenaar zich beter richten op poëzie.