Goud bekroont seizoen Groothuis en Kramer

Stefan Groothuis bekroont in Thialf een topjaar met zijn eerste afstandstitel, de 1.000 meter. Ook Sven Kramer haalt goud.

Ook al lopen de temperaturen op tot boven de twintig graden Celsius, voor Stefan Groothuis kan het schaatsseizoen niet lang genoeg duren. Voor de volgepakte tribunes van Thialf snelde de Gelderlander vrijdag naar zijn tweede wereldtitel van het jaar. Eind januari had hij zich op de Olympic Oval van Calgary laten kronen tot wereldkampioen sprint, nu veroverde hij zijn eerste gouden medaille op een individuele afstand, de 1.000 meter. Groothuis (1.08,57 minuut) liet daarbij Kjeld Nuis (1.08,79) en Shani Davis (1.08,83) achter zich. „Geweldig”, jubelde hij na afloop tegenover de NOS. „Tien jaar topsporter – en zo heb je in één keer twee wereldtitels.”

De zege van Groothuis, jarenlang geplaagd door tegenslag, blessures en vierde plaatsen, was het eerste Nederlandse goud op de 1.000 meter sinds 2004. Destijds won Erben Wennemars de wereldtitel, in Seoul.

De tweede dag van de WK afstanden in Heerenveen liep toch al uit op het oranjefeestje waarop de schaatsfans vooraf hadden gehoopt: behalve Groothuis schaatste ook Sven Kramer in superieure stijl naar goud, op de 5.000 meter die hem zo dierbaar is. Hij onttroonde daarmee Bob de Jong, die genoegen moest nemen met zilver. En passant werd Kramer in het seizoen van zijn indrukwekkende comeback de eerste schaatser met vier wereldtitels op deze afstand.

De 5.000 meter liep, zoals verwacht, uit op een gevecht tussen de Nederlanders, zeker nadat Håvard Bøkko zich had afgemeld. De Noor had te veel last van zijn longen.

Toch mengde zich verrassend een andere buitenlander in de strijd om het podium: de Amerikaan Jonathan Kuck zette als eerste van het kleine groepje favorieten een tijd neer van 6.16,28 – een persoonlijk record.

De Jong, in de rit daarna tegen de Fransman Alexis Contin, moest heel diep gaan om Kuck voor te blijven, maar het lukte hem wel: 6.15,26.

Kramer wist wat hem te doen stond, maar hij leek nauwelijks onder de indruk van de supertijden in de ritten voor hem. Samen met ploeggenoot Jan Blokhuijsen ging hij op jacht, en Kramer liet zijn prooi nooit meer los. Ondanks de zomerse temperaturen gleed hij naar 6.13,87, de tweede tijd die ooit op het ijs van Heerenveen is gereden. Het baanrecord (6.12,97) staat al vijf jaar op zijn naam. Blokhuijsen (6.16,82) eindigde als vierde.

Kramer, die het seizoen vol twijfels begon nadat hij ruim een jaar aan de kant had gestaan, kon zijn geluk niet op over zijn rentree. Na zijn comeback in oktober besloot hij niet meer alle wedstrijden te rijden, om zijn lichaam te ontlasten. Ondanks zijn gebrekkige voorbereiding nam hij in januari zijn troon weer in op het EK allround in Boedapest. Een maand later behaalde hij goud op het WK allround in Moskou. Nu is hij dus ook weer de sterkste op de afstand waarop hij twee jaar geleden in Vancouver de olympische titel veroverde. „Dit had ik absoluut niet durven dromen”, zei hij tegen de NOS. „Dit is het eerste jaar dat ik heb toegeleefd naar de WK afstanden. Ik ben heel erg blij met deze vijf kilometer, met de keuzes die ik heb gemaakt. Het is me goed bevallen. Deze afsluiting is fantastisch.”

Bij de vrouwen ging het goud op de 1.500 meter naar de Canadese Christine Nesbitt (1.56,07 minuut). Zij onttroonde daarmee de Nederlandse favoriet Ireen Wüst (1.56,40). Linda de Vries (1.57,08) werd knap derde.