Goedkoop online beleggen: OXBY (2)

Particuliere beleggers zitten in de tang. De noodzaak om te beleggen is groter dan ooit: onze pensioenen zijn niet langer zeker, en de opleiding van onze kinderen wordt steeds duurder. Maar blind geld verdienen is er niet meer bij op de huidige financiële markten. Opeenvolgende oplevingen en inzinkingen leiden per saldo tot nul of weinig rendement. Sparen is ook geen optie gezien de hardnekkig lage rente. Bovendien hebben beleggers veel minder te investeren, door de verliezen die zij leden tijdens de dotcomcrash (2000-2002) en de kredietcrisis (2008). Wat te doen? De grote banken blijven het antwoord grotendeels schuldig. Zij hebben het te druk met zichzelf.

Nieuwkomers duiken in het gat. OXBY biedt de gekwelde particulier al vermogensbeheer vanaf vijftien mille, zo bleek vorige week. Computerprogramma’s schuiven zijn geld automatisch heen en weer tussen trackers op Europese aandelen en trackers op Duitse staatsobligaties, al naar gelang het beursklimaat. In de periode 2000-2011 zou het rendement gemiddeld 6,5 procent per jaar zijn geweest, zo bleek uit een virtuele test. Netto, na aftrek van alle kosten, en inclusief die twee beurskrachs. Internet en geavanceerde handelssoftware maken nieuwe strategieën mogelijk, die redelijke rendementen koppelen aan lage risico’s.

Maar ook drastisch lagere kosten – belangrijker dan ooit, gezien de huidige magere rendementen. Reken maar even mee. De OXBY-klant betaalt ieder jaar 1,14 procent van zijn inleg aan beheer- en bewaarkosten, en 0,1 procent plus 6,50 euro over iedere aan- en verkoop binnen zijn portefeuille. Die transactiekosten zijn moeilijk in te schatten. Zelf gaat OXBY er vanuit dat ieder jaar de helft van de inleg één keer van belegging wisselt. Bij een inleg van vijftien mille kost dat dus 35,50 euro – 6,50 plus 15 euro voor de eerste aanschaf van de beleggingen, en 6,50 plus 7,50 euro voor latere transacties. Voor de zekerheid brengen we die 35,50 euro ieder jaar aan het begin in mindering op het vermogen.

Een jaar lang nul rendement eindigt dan met 14.793,90 euro – een feitelijk verlies van 1,37 procent. Is het jaarrendement min 4 procent, dan is het feitelijk verlies 5,2 procent.

Bij een rendement van 6,5 procent per jaar, zoals OXBY haalbaar acht, komt er een prestatievergoeding bij van 12,5 procent. Het eerste jaar over de volle winst, de jaren daarna over het verschil tussen de winst in dat jaar en de hoogste winst uit de twee jaren daarvoor. Dan resteert een feitelijke winst van circa 4,6 procent per jaar – nog altijd beter dan sparen. Met de prestatievergoeding erbij stijgen de kosten dus tot grofweg 1,9 procent. Bij de grote banken, die vooral dure beleggingsfondsen aanbieden, is dat 2 tot 3,5 procent.

Is zelf beleggen goedkoper? Daarover volgende week meer.

Joost Ramaer