Gaan Rutte c.s. de Nederlandse crisis te lijf of ‘t hachje redden?

Hero held voor een week. Of het begin van de verkruimeling van de PVV. Het moet blijken. Maar met zijn schietstoelprocedure heeft Brinkman de coalitiepartners met de neus op de feiten gedrukt: zij moeten nu echt kiezen op dat zonnige Catshuisterras. Versmallen en doorbunkeren, of verbreden en meer draagvlak zoeken voor de hoognodige doorstart van

Hero held voor een week. Of het begin van de verkruimeling van de PVV. Het moet blijken. Maar met zijn schietstoelprocedure heeft Brinkman de coalitiepartners met de neus op de feiten gedrukt: zij moeten nu echt kiezen op dat zonnige Catshuisterras. Versmallen en doorbunkeren, of verbreden en meer draagvlak zoeken voor de hoognodige doorstart van de Nederlandse economie.

Mark Rutte onthield zich van lachen in het Kamerdebat over het vertrek van Brinkman uit de PVV-fractie. Succesje voor de FNV-campagne over de schaterende premier en het hard gelag voor bezuinigingsslachtoffers. Hij heeft ook weinig te lachen. Getalsmatig is het kabinet door de SGP-slaperdijk en de knippersteun van Brinkman niet direct in nood. Indirect wel.

Geert Wilders staat voor de afweging of hij medeverantwoordelijkheid voor nog eens ruim tien miljard aan bezuinigingen wil dragen, of toch maar kiest voor keet. Provocatie is tenslotte zijn hoofdproduct. In de gemeenten Almere en Den Haag grossiert de PVV in verongelijktheid. De in het regeer- en gedoogakkoord afgesproken 18 miljard heeft Wilders afgedekt met een serie afleidende lawaaimanoeuvres.

Het is de vraag of de PVV voor nog eens tien miljard stigmatisering kan verzinnen. Naarmate hij daar meer van binnenhaalt, wordt het voor het CDA steeds moeilijker er ook voor te tekenen. De VVD lijkt een teddybeer die niks voelt, maar ook daar kan de pijngrens in zicht komen. Het is per slot niet leuk om bij de paria’s van Europa te horen, ook al ontkent men dat in kabinet en coalitie nog om het hardst.

Het punt waarop die xenofobe, anti-Europese politiek economisch contraproductief wordt, is allang bereikt.  Brusselse mildheid voor een te groot begrotingstekort ligt niet voor de hand. Overigens is dat kortetermijngedoe. Nederland nadert ook zonder PVV-factor het stootblok. Het is geen toeval dat de Nederlandse economie krimpt en de Duitse groeit. Zij maken meer dingen die de wereld wil hebben.

Alle innovatieplatforms ten spijt, Nederland heeft een rentenierseconomie, zoals Menno Tamminga schreef. We leven van de (slinkende)  overwaarde van ons huis, ons pensioen en maken relatief weinig nieuwe topproducten. De bankensector is op maat geknipt, zelfs de nationale pakjesvervoerder TNT Express ging in de uitverkoop. Kabelreus Ziggo was al in handen van buitenlandse gelddrukkers.

Natuurlijk was TomTom een immens succes. Verricht ASML wonderen. Zijn er grote internationaal opererende baggeraars en ingenieursbureaus, bio- en hightech-start-ups. Maar is het genoeg? Het is de vraag hoe snugger grondstoffen en bulkgoederen via Groot Rotterdam doorvoeren in de toekomst blijft. Miljoenen fabrieksvarkens fokken, naar Italië slepen en als Parmaham terugrijden is in ieder geval geen duurzaam economisch model.

De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau hebben het economisch malheur ruim in kaart gebracht. Die welvaartscrisis komt samen met een politieke crisis en een crisis van de instituties. Het zijn crises die elkaar versterken.

Van oudsher sloeg Nederland de handen ineen: wederopbouw na de oorlog, het Akkoord van Wassenaar (1982), aanpassing van de WAO-verwording. Nu stellen werknemers én werkgevers de overlegeconomie ter discussie, de samenbindende rol van de koningin, de rechterlijke macht,  de  Raad van State, alles moet op de schop. Parlement, gemeenteraden en Provinciale Staten moeten dringend verkleind. Allemaal heel acuut, maar niet heus.

Terwijl de gedoogcoalitie zich heeft opgesloten in het Catshuis, sleutelt het parlement aan de instituties. Beter bewijs van eigen onmacht is er nauwelijks. Politieke meerderheden zijn steeds moeilijker te vinden – steeds vaker ad hoc. Juist in zo’n instabiele fase kunnen bovenpartijdige instituties als kiel onder het schip fungeren.

Hoe nu verder? Rutte c.s. mikt op overleven. Nieuwe verkiezingen over 84 dagen plus een paar maanden formatie zijn onverantwoord in de crisis, zei Rutte. Het is de vraag over welke crisis hij het had. De algemene Europese, de fundamentele Nederlandse of die van zijn gedoogcoalitie. De tweede zou in Den Haag moeten voorgaan.

Er zijn een paar varianten. Wilders kiest voor blijven meeregeren, Rutte en Verhagen schrapen extra miljarden bij elkaar, Brussel sipt, Rutte bluft, het CDA zucht, Wilders blijft ketelmuziek maken,  het stoplapakkoord wordt door het parlement geknutseld, van de meeste echte hervormingen komt niets.

Variant twee: ze komen er niet uit, de financiële markten gaan jagen, de kredietbeoordelaars bezorgen Nederland een hogere rente, die de noodzaak van structurele hervormingen op huizenmarkt, WW en AOW dichterbij brengt. De paradox: dan moet een demissionair kabinet het fundamentele werk doen waar geen missionair kabinet voor te vinden was.

Variant drie: VVD en CDA kunnen nu of na een Catshuismislukking ook zelf naar verbreding zoeken. Zij trekken zich minder aan van PVV-blokkades en -eisen, stellen zich op als een gewoon minderheidskabinet en doen de voorstellen die zij nodig achten om Nederland op nieuwe leest te schoeien. Fijn als de PVV meestemt, essentieel dat andere partijen meedoen. De contouren van een mogelijk nieuwe, bredere coalitie tekenen zich af. Dat lijkt voorlopig kansrijker dan  een breed oppositiefront.

In alle gevallen gaat het om het vinden van draagvlak voor een fundamentele doorstart  van de Nederlandse economie. Als we toch bezig zijn, kan de parlementaire politiek misschien ook op de eigen resetknop drukken. En zich weer een tijdje met hoofdzaken bezighouden. Hoeveel crisis wil je hebben?