Elena's laatste gevecht

Tafeltennisster Elena Timina probeert op 42-jarige leeftijd nog één keer kwalificatie voor de Olympische Spelen af te dwingen. Het laatste kunstje van de Nederlandse Russin, die na de zomer stopt met topsport. „Na de Spelen ga ik op vakantie. Met veel glijbanen en witte wijn.”

Je bent bijna 43 jaar, moeder van twee kinderen en je lichaam kraakt in zijn voegen. Maar ja, die Olympische Spelen, hè. Die wil je nog één keer halen. En dus zijgt Elena Timina, na haar zoveelste training op het nationale sportcentrum Papendal, bezweet op een stoel. De tafeltennisster neemt een slokje, leunt achterover en is klaar om haar verhaal van liefde en ontzetting te vertellen. Kom maar op, lijken haar ogen te zeggen.

Waarom de grande dame van het Nederlandse tafeltennis zich nog zo afbeult? Waarom haar man en kinderen zoveel concessies moeten doen? Omdat Timina geen matig mens is; ze zoekt bij alles wat ze doet de grens op. Haar adagium: of je doet het niet, of je doet het zo goed mogelijk.

Nu voor de vierde keer de Olympische Spelen lonken wenst ze niet te verslappen, zelfs niet als haar lichaam protesteert. Al jaren heeft ze last van haar knieën en vooral haar rug. Zonder Li Jiao en Li Jie was Timina al lang gestopt, zegt ze eerlijk. Met die twee is ze vanaf 2008 vier keer op rij Europees kampioen geworden. Waarom zouden ze dan – onder voorwaarde van een gunstige loting – geen olympische medaille kunnen winnen?

Eén praktische hobbel staat een reis naar Londen vooralsnog in de weg: Timina moet zich nog kwalificeren. De kortste route gaat via Dortmund, waar volgende week een plaats bij de beste acht op de WK landen vereist is. En anders heeft ze nog kwalificatietoernooien in Luxemburg en Qatar achter de hand.

Pas na ‘Londen’ kan Timina zich ontketenen. Pas dan kan ze zich overgeven aan de geneugten van het (gezins)leven. Met pretogen: „Na de Spelen eerst op vakantie. Met veel glijbanen en veel witte wijn.”

En daarna? Stopt ze? Met topsport, niet met tafeltennissen. Ze blijft actief op clubniveau. Om af te bouwen. „En om een jaartje of twee, drie, vier wat bij te verdienen.”

Ze kan uitzien naar de rust van haar toekomstige leven. Maar voor het zover is, blikt ze terug op een loopbaan die begon in de strenge voormalige Sovjet-Unie en zal eindigen in het bedaarde Nederland.

Moskou

„Mijn geboortestad. Daar ben ik met tafeltennis begonnen. Ik was niet de beste speelster, maar mijn toenmalige coach zag in mij een vechter. Nee, dat was geen overlevingsdrang. Ik had het thuis goed. Ik kom uit een middenklassegezin. Mijn moeder werkte in het onderwijs. Mijn ouders lazen veel en wisten veel. Zij waren niet gebrainwasht door het Sovjetsysteem. Persoonlijk ben ik gevormd door mijn moeder, omdat zij al vrij snel scheidde van mijn vader. Ik heb hem zes jaar gekend. En daarna nooit meer contact gehad. Nee, daar heb ik totaal geen behoefte aan. Ik heb ook geen idee of hij nog leeft. Het kan me ook niet schelen. Hij heeft geen enkele rol in mijn leven gespeeld. Ja, ik draag zijn naam. Maar daar moet je niets achter zoeken. Dat deed mijn moeder ook. Elf jaar geleden is ze overleden, kort voor de geboorte van mijn dochter. Alles in mij weerspiegelt mijn moeder. Als lerares Russische literatuur zorgde zij ervoor dat ik goede boeken las. Zij nam me mee naar het theater. Alles wat ik weet, alles wat ik ben en al mijn waarden en normen dank ik aan mijn moeder.

„Hoewel ik me er thuis voel is Moskou niet meer het oude Moskou. Het leven is er hard en voor velen onbetaalbaar. Om er te overleven moet je streetwise zijn opgevoed. Als je rijk bent, heb je het goed. Met een beetje geld, red je je nog. Maar als je geen geld hebt, ga je dood. Moskou is een enge stad geworden. Je moet uitkijken bij het oversteken, extra geld betalen om je kinderen naar een goede school te sturen of door een goede arts te laten behandelen. Rusland verkeert in een cowboytijd.”

Nederland

„Een fijn land om te wonen, maar de mensen zijn zacht opgevoed. Dat merk je aan alles. Dus ook in de sport. Ja, hier op Papendal wordt hard getraind. Maar dat is het topje. Als ik zie dat kinderen van zeven jaar maar twee keer per week trainen, is dat te weinig om de top te halen. Die moeten zeker zes keer per week trainen. En dan die ouders die zich overal mee bemoeien. Vreselijk. Mijn dochter hockeyt. Als zij een conflict heeft met de coach geef ik hem gelijk. Ze speelt ook in een musical en komt soms laat thuis. Maar dan niet klagen. Jij wilt het, dan moet je ook de consequenties aanvaarden. Natuurlijk komen mensen die streng worden opgevoed ver in de sport. Dat is toch logisch. Die vragen meer van zichzelf.

„Ik zie mijn kinderen momenteel weinig. Sinds mei vorig jaar leef ik toe naar de Spelen. En daar leveren zij veel voor in. Het is niet anders. Als je in een boot stapt moet je roeien of uitstappen. Ik heb besloten te roeien. Ik had mijn man ook niet getrouwd als ik had vermoed dat hij hieraan niet zou meewerken. Ja, daarin komt de aard van de Russische vrouw boven. Die is de baas in huis.

„Of ik vernederlandst ben? Misschien. Ik zit te janken bij een voorstelling van Liesbeth List. Ja, ik heb twee paspoorten. Als ik ooit moet kiezen, lever ik mijn Russische paspoort in. Uit praktische overwegingen. Ik voel me meer een wereldburger, die toevallig voor een Nederlandse man heeft gekozen.”

Sportploeg

Ik vind het belachelijk dat wij niet waren genomineerd voor de verkiezing van Sportploeg van het Jaar. Persoonlijk denk ik dat het met onze buitenlandse afkomst te maken heeft. Als het team uit Bettine Vriesekoop, Mirjam Hooman en Britt Eerland had bestaan, zou nominatie geen punt van discussie zijn geweest. Discriminatie? Ik heb het niet zo ervaren, maar het was wel onrechtvaardig. Er wordt in Nederland met twee maten gemeten. Vriesekoop is ooit ‘Sportvrouw’ geworden, terwijl Li Jiao nog nooit is genomineerd. En die heeft zeker niet minder gepresteerd.

„Wij zijn vier keer Europees kampioen geworden. Die prijs van beste sportploeg verdienden we gewoon. Het was al onvoorstelbaar dat we niet eens genomineerd waren.”

Angstaanvallen

„Die kreeg ik enige jaren geleden, zo van het ene op het andere moment. Sommigen noemen het een burn-out en doen vervolgens een jaar niks. Voor mij is dat geen oplossing. Ik moet optimaal functioneren. En dan heb ik geen zin daar één of twee jaar op te wachten. Nu heb ik het onder controle. Dankzij de medicijnen.

„Het openbaarde zich terwijl ik met mijn kinderen in de auto reed. Ik moest stoppen, er kwam een ambulance en de kinderen maar roepen: 'Mama, mama, wat is er?’ Volgens de artsen was het een aanval van allergie.

„Een acute hyperventilatie werd een chronische hyperventilatie. Dan kom je in een medische molen terecht, zonder dat je weet wat er aan mankeert. Dat heeft acht maanden geduurd. Een vreselijke tijd. Er waren momenten dat ik dacht dat ik doodging.

„Het kan iedereen overkomen. Het gebeurt als je hersenen stoppen met het aanmaken van hormonen. Bij mij gebeurde dat als gevolg van stress. Het was een onprettige en enge periode. Gelukkig is het opgelost. Met dank aan goede artsen.

„Ik heb geen moment overwogen met tafeltennis te stoppen. Het had geen invloed op mijn carrière, behalve dat ik een rottijd heb gehad. De sport was mijn houvast. De enige momenten dat ik me normaal voelde waren als ik sportte.”

Drijfveren

„Ik wil op de Spelen een medaille winnen. Zo dacht ik niet toen ik in 1992 voor het eerst aan de Spelen deelnam. Ik haalde in het dubbelspel de kwartfinales, maar heb uitschakeling niet als dramatisch ervaren. Het was je leven. Je trainde en ging automatisch ook naar de Spelen. En die ervoer ik als één groot feest. Nu niet meer. Ik voel de Spelen nu als een zware verantwoordelijkheid.

„Tafeltennis is werk geworden. Natuurlijk train ik niet elke dag vier uur met plezier. Zeker niet als ik moe ben. Maar op dat soort momenten moet je karakter tonen. Je doet het gewoon. De moeilijkste momenten? Als ik lang van huis ben en de kinderen dagelijks een kant-en-klaarmaaltijd krijgen voorgeschoteld. Mijn man kan niet koken. Hij weet net waar hij de Albert Heijn kan vinden.”