Eed

In het artikel Ethiekles is een sluitpost (Wetenschapsbijlage, 25 februari) deed filosoof Ingrid Robeyns van de Erasmus-universiteit in Rotterdam de suggestie: “Misschien moet je alle promovendi bij hun promotie een eed laten afleggen. Zoals de eed van Hippocrates bij artsen. In zo’n eed zouden ze dan moeten beloven de waarden van de wetenschap in het oog te houden.” Mede in het licht van enkele spraakmakende recente gevallen van wetenschapsfraude lijkt dat ons een nuttige gedachte.

Bij het samenstellen van een Eed van de Onderzoeker is het van belang vast te stellen dat zo’n eed een persoonlijk wilsbesluit verwoordt en niet het karakter heeft van een code, laat staan van een wetboek. Om de structuur vast te kunnen stellen, zoeken wij aansluiting bij de Eed van Hippocrates en de Tien Geboden.

De Eed van Hippocrates is ruwweg 2.400 jaar oud en bevat een opsomming van de destijds universele ethische beginselen van de arts. Deze eed is sindsdien in letterlijke vorm gebruikt aan vrijwel alle oude universiteiten in de westerse wereld. Er zijn in de loop der tijd diverse aangepaste versies verschenen. Zo kent men in Nederland sinds 2003 een aangepaste artseneed.

Sommige essentiële elementen voor een Eed voor de Onderzoeker, zoals een verbod op plagiëren, hebben geen equivalent bij Hippocrates. Het verbod op stelen vindt men wel nadrukkelijk in de Tien Geboden, in het Bijbelboek Exodus van het Oude Testament. De Tien Geboden zijn later vervat in wetboeken, en vormen daarmee een grondslag van de moderne rechtsstaat. Het zijn voor een belangrijk deel aanbevelingen aan de individuele mens om te kunnen functioneren in de samenleving. Zo moet de mens zijn neiging tot moorden, promiscuïteit, stelen en liegen onderdrukken en het bezit van de naasten respecteren. De eerste vier geboden zijn Godsdienstregels die geen evidente equivalenten hebben voor de wetenschapper.

Door de Eed van Hippocrates en de Tien Geboden te ontleden en te vertalen naar wetenschappelijk onderzoek, hebben wij een eed samengesteld die wij de Eed van de Onderzoeker noemen. Indachtig de doelgroep hebben wij getracht bondig te formuleren en alle franje weg te laten. Met dit voorstel hebben wij de essentie van de ethiek in de wetenschap gedekt:

A. Ik zal zoeken naar de waarheid, de waarheid en nog eens naar de waarheid

B. Ik zal mijn best doen om de volledige onderzoeksgegevens op een overzichtelijke wijze bekend te maken.

C. Ik zal geen gegevens verzinnen en ik zal geen gegevens naar believen veranderen.

D. Ik richt me op een vooraf geformuleerde vraagstelling. Toevalsbevindingen worden als zodanig vermeld en extra geverifieerd.

E. Ik beperk me tot mijn vakgebied.

F. Elke co-auteur heeft een intellectuele bijdrage geleverd. De laatste co-auteur staat er mede voor garant dat de brongegevens kloppen.

G. Ik zal geen gegevens naar buiten brengen voor ik alles met mijn co-auteurs gedeeld heb.

H. Ik zal niet plagiëren. Als ik gegevens of tekst van een ander gebruik, geef ik een bronreferentie.

I. Ik maak onderzoekgegevens openbaar, ook als ze niet welgevallig zijn.

J. Ik sta controle van mijn resultaten toe en ben ook bereid gegevens van anderen te controleren.

Jhr Dr A.J. Six, Dr M.J.M. Cramer, Dr J.J. E. Van Everdingen

Utrecht

Naschrift redactie: de volledige eed is na te lezen vianrc.nl/eedvandeonderzoekerDeze week heeft VSNU voorgesteld om een eed in te voeren.