Dubbele dip

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: bezuinigen.

Hoe langer ik naar mijn huishoudboekje staar, hoe scherper ik de contouren ontwaar van een dubbele dip. Ik voel mee met premier Rutte. Net als hij sta ik voor een schier onmogelijke opgave: hoe ga ik dit begrotingstekort oplossen?

De hypotheek niet verhogen en dan maar afzien van het kopen van de zolderkamer is natuurlijk geen optie. Mag ik eindelijk ook eens een kamer-voor-mezelf? Bovendien, ik zou wel gek zijn: de huizenmarkt zit potdicht, dit is het moment om te investeren. En denk maar niet dat ik die liter cooking apple green-verf van Farrow & Ball, speciaal gemengd voor mijn kamer-voor-mezelf, nog kan terugbrengen.

Wat op termijn geld zou kunnen opleveren, is het bevriezen van kleedgeld en alimentatie. Structurele hervormingen en bezuinigingen zijn nu eenmaal nodig, we moeten de werkelijkheid onder ogen zien. Maar kleedgeld en alimentatie zijn vastgelegd in akkoorden en convenanten en die openbreken veroorzaakt thuis vermoedelijk te veel onrust.

Welke post kan ik dan schrappen? Hoor ik u zeggen: de schoonmakers. Moet ik hier serieus op in gaan? Wie maakt dan mijn huis schoon? Ík heb die stofmuizen toch niet onder de bank gelegd. En kunnen we alsjeblieft een beetje oog houden voor de effecten in de samenleving. De banenmotor moet ook blijven draaien. Mijn schoonmakers hebben rechten opgebouwd. Na zoveel jaren van trouwe dienst kan ik ze toch niet opeens bij het oud vuil zetten?

De schoonmakers blijven dus. Maar wat doe ik met de ezel? Elke maand betaal ik 75 euro aan de buurvrouw van mijn Franse huisje om voor mijn ezelin te zorgen. Aangezien ik er sinds de scheiding amper nog kom, heeft die ene knuffelbeurt met haar in de zomer van 2011 me dus, inderdaad, 600 euro gekost. Maar haar wegdoen? Dat vind ik zo makkelijk. Een beetje economische tegenspoed en hup weg solidariteit met de minderbedeelden. Wat die ezelin niet allemaal heeft meegemaakt: in de steek gelaten door een drugsdealer, moeilijke voeten, artrose. De ezel blijft.

Het is zo kortzichtig, vind ik, dat kortetermijnbezuinigen. Het gaat erom dat ik investeer, de boel op orde krijg en alles goed in kaart breng. Daarom schrijf ik dus al mijn uitgaven op in dat huishoudboekje. Kijk maar mee, naar donderdag 15 maart: lunch 3,96 euro; wattenstaafjes 0,99 euro; koffiekaart 10 euro. ’s Avonds at ik een kliekje uit de vriezer, dus voor avondeten hoefde ik niets te noteren.

Goed, die jurk voor het Boekenbal heb ik even niet opgeschreven. Maar anders zou ik deze maand niet zijn uitgekomen. Van dat geld had ik mijn kinderen vier weken te eten kunnen geven (en nog twee keer sushi kunnen laten bezorgen), maar die jurk had ik verdiend. Ik had een klusje gedaan. Ik moet wel de factuur nog versturen, dus daarom heb ik het bedrag even uit het potje ‘reserveren advocaatkosten’ gehaald. Alleen zat daar niet genoeg in, omdat ik opeens nog ziekenhuiskosten voor mijn vader moest betalen. Daarom heb ik nog wat geleend uit het potje ‘vakantiegeld’, ook al wordt dat feitelijk pas over twee maanden gevuld.

Als ik het zo beschouw, is dat begrotingstekort oplossen helemaal niet zo moeilijk. Mijn advies aan Rutte: jezelf niet blindstaren op cijfers, maar gewoon een beetje slim schuiven met potjes.

En kom bij mij niet aan met die preek dat ik de problemen zo doorschuif naar een volgende generatie. Ik kan u verzekeren: die volgende generatie weet zich heel aardig te redden. Aan het einde van de maand kan ik steeds minder makkelijk geld van mijn dochters lenen. „Je weet het he, mam”, zeggen ze dan: „lenen kost geld”.